Museum over Jezelf

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 3

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min

Instructies

Werkbladen

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

35 min.
Groep 3

Slide 2 - Tekstslide

Leg de brief van de kunstenaar klaar en hang de woordenlijst op. Neem ook een persoonlijk voorwerp mee en bedenk een antwoord op de vraag: Wat betekent dit voorwerp voor jou? Waarom is het voor jou bijzonder?

Introduceer het thema ‘Museum over Jezelf’ en vertel de leerlingen wat ze de komende drie lessen gaan doen.

MUSEUM OVER JEZELF
Wat zou dat zijn?
Nieuw woord:
Museum

Slide 3 - Tekstslide

Stel de leerlingen vragen: Wie weet wat een museum is? Wat zou een museum over jezelf zijn? 

Nieuw woord: museum. Bespreek dit woord. 

Kunst in Museum 
de Paviljoens

Slide 4 - Tekstslide

Vertel dat er tot 2014 een kunstmuseum stond in Almere: Museum de Paviljoens. In dat museum stond een kunstwerk dat we nu beter gaan bekijken.
Nieuw woord:
Fantasie

Slide 5 - Tekstslide

Dit is het kunstwerk ‘Performance Table’ van Yael Davids. Stel de leerlingen vragen: Wat zie je? Wat denk je dat het is?

Laat de leerlingen een verhaal bedenken over wat ze hier zien. Moedig de kinderen aan om hun fantasie te gebruiken.

Nieuw woord: fantasie. Bespreek dit woord. 

Nieuw woord:
Levend kunstwerk

Slide 6 - Tekstslide

We bekijken het kunstwerk van dichterbij. In het kunstwerk zitten hoofden van mensen verstopt. Het kunstwerk komt tot leven.

Stel de leerlingen een filosofische vraag: Hoe zou het zijn om zelf een kunstwerk te zijn?

Nieuw woord: levend kunstwerk. Bespreek dit woord. 

Post van de kunstenaar!

Slide 7 - Tekstslide

Lees de brief van de kunstenaar aan de leerlingen voor. Bij de brief zit een persoonlijk voorwerp van de kunstenaar: een vork. Laat de vork goed zien aan de leerlingen. 

Bespreek de brief met de leerlingen. Wat stond er in de brief? Wat zou het betekenen? 

Slide 8 - Tekstslide

Bekijk samen met de leerlingen de foto’s op het digibord. Stel de leerlingen de vraag: Wat zien jullie allemaal?

Het zijn voorbeelden van kunstwerken die de kunstenaar uit de brief heeft gemaakt. De kunstenaar is een theatervormgever en houdt zich bezig met alles wat er tijdens een theatervoorstelling op het toneel te zien is. Leg aan de leerlingen uit wat een theatervormgever doet.

Slide 9 - Tekstslide

Dit zijn voorbeelden van persoonlijke voorwerpen. Stel de leerlingen vragen:
  • Wat zijn dit voor voorwerpen? 
  • Kunnen voorwerpen ook een verhaal vertellen?
Laat daarna het persoonlijke voorwerp zien dat je zelf ter voorbeeld hebt meegenomen en vertel het verhaal erbij.

Nieuw woord:
Herinnering

Slide 10 - Tekstslide

Dit zijn voorbeelden van dierbare plekken. Stel de leerlingen vragen: Wat zijn dit voor plekken? Waar komen de leerlingen graag? Wat is een dierbare plek voor hen?

Vertel aan de leerlingen dat plekken ook een dierbare herinnering kunnen hebben.

Nieuw woord: herinnering. Bespreek dit woord. 

Nieuw woord:
Persoonlijk

Slide 11 - Tekstslide

Stel de leerlingen vragen: Welk voorwerp is jou dierbaar? Wat kun je maar heel even missen? En waar kun je zo zonder?

Geef de kinderen de opdracht om voor de masterclass een persoonlijk voorwerp mee naar school te nemen.

Nieuw woord: Persoonlijk. Bespreek dit woord.

Nieuw woord:
persoonlijk
Persoonlijk
Museum
Fantasie
Levend kunstwerk
Herinnering

Slide 12 - Tekstslide

Stel de leerlingen vragen en herhaal de woorden uit de woordenlijst: museum, persoonlijk, levend kunstwerk, fantasie en herinnering.

Blik vooruit op de masterclass. Vertel dat de kunstenaar van de brief naar school komt.

Deel het ouderbriefje uit. Daar staat in dat alle leerlingen een persoonlijk voorwerp mee moeten nemen voor de masterclass.

Wat kunnen ze verwachten van de masterclass:
- Introductie van de kunstenaar
- Terugkoppeling naar de voorbereidende les
- Uitleg van de kunstenaar wat ze gaan doen
- Aan de slag met de kunstenaar
- Afsluiten masterclass

Wat wordt er van de docent verwacht:
- De docent moet te alle tijden bij de masterclass aanwezig blijven.
- De docent assisteert de kunstenaar waar nodig. De kunstenaar zal dit aan het begin van de les afstemmen met de docent.
- De docent zorgt dat materialen die op school zijn geleverd of die van de school worden gebruikt klaar liggen.