9.6 Ontkieming, groei en ontwikkeling

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 9.6 blz. 60

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 9.6 blz. 60

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je kunt omschrijven wat bestuiving is

  • Je kunt kenmerken van insectenbloemen en windbloemen noemen.

  • Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij zaadplanten verloopt

  • Je kunt beschrijven welke veranderingen er na bevruchting in het vruchtbeginsel plaatsvinden.

  • Je kunt uit afbeeldingen van planten afleiden hoe de zaden worden verspreid.

9.6 Ontkieming, groei en ontwikkeling

Thema 9 planten

Voorkennis

Waar denk je aan bij ontkieming?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt de ontwikkeling van een zaad beschrijven.

  • Je kunt de verdere groei en ontwikkeling van kiemplanten beschrijven.

  • Je kunt uitleggen hoe een plant de winter overleeft.

Bouw van een zaad

  • Een zaad wordt beschermd door een zaadhuid.

  • In veel zaden zitten zaadlobben met reservevoedsel, zoals zetmeel, eiwitten en vetten.

  • Tussen de zaadlobben zit de kiem.

  • De kiem bestaat uit:

    • een worteltje

    • een stengeltje

    • twee blaadjes

  • Bij kieming groeit de kiem uit tot een nieuwe plant.

  • Niet alle zaden hebben twee zaadlobben; sommige planten hebben er maar één.

Voordoen

Waarom bevatten zaadlobben reservevoedsel?

Zodat de kiem tijdens de eerste groei voldoende voedingsstoffen heeft..

Zelf oefenen

  1. Zaadhuid

  2. Zaadlob

  3. Kiempje

Ontkieming

  • Veel zaden ontkiemen pas na een rustperiode.

  • Voor ontkieming zijn water, zuurstof en een geschikte temperatuur nodig.

  • Het zaad neemt water op, waardoor de zaadhuid openbarst.

  • Eerst groeit het worteltje naar buiten en neemt water en mineralen op.

  • Daarna groeit het stengeltje en verschijnen de eerste blaadjes.

  • Zodra de blaadjes boven de grond komen, kan de plant aan fotosynthese doen.

  • Tijdens de ontkieming gebruikt de kiem het reservevoedsel uit de zaadlobben.

  • Als het reservevoedsel op is, verschrompelen de zaadlobben en vallen ze af.

Voordoen

Waarom groeit het worteltje als eerste uit het zaad?

Zodat het kiemplantje water en mineralen uit de bodem kan opnemen.

Zelf oefenen

Een zaad krijgt voldoende water en warmte, maar geen zuurstof. Zal het ontkiemen? Leg uit.


Nee. Voor ontkieming zijn water, zuurstof én een geschikte temperatuur nodig. Zonder zuurstof kan de kiem niet voldoende energie vrijmaken uit het reservevoedsel.

Groei en ontwikkeling

  • Een plant groeit doordat er steeds nieuwe cellen ontstaan door mitose.

  • De nieuwe cellen nemen water op en worden groter (celstrekking).

  • Lengtegroei vindt vooral plaats in de groeipunten van wortels en stengels.

  • Planten kunnen ook in de dikte groeien (diktegroei).

  • Tijdens de groei ontstaan nieuwe organen:

    • wortels vertakken zich;

    • bladeren groeien aan de stengel;

    • bloemen ontstaan;

    • uit bloemen ontstaan vruchten en zaden.

  • De veranderingen in de bouw van een plant noem je ontwikkeling.

  • Voor groei en ontwikkeling is energie nodig, die vrijkomt bij verbranding.

Voordoen

Waardoor groeit een plant in lengte?

Door mitose en celstrekking in de groeipunten van wortels en stengels.

Zelf oefenen

Wat is het verschil tussen groei en ontwikkeling?

Groei betekent dat een plant groter wordt. Ontwikkeling betekent dat de bouw van de plant verandert, bijvoorbeeld doordat bloemen, vruchten of zaden ontstaan.

Éénjarige, tweejarige en vaste planten

  • Planten verschillen in de duur van hun levenscyclus.

  • Eenjarige planten leven één jaar: ze groeien, bloeien, vormen zaden en sterven daarna af.

  • Tweejarige planten leven twee jaar:

    • Jaar 1: groei van wortels, stengels en bladeren, plus opslag van reservestoffen.

    • Jaar 2: vorming van bloemen, vruchten en zaden, daarna sterft de plant.

  • Vaste planten leven langer dan twee jaar en kunnen meerdere jaren achter elkaar bloeien en zaden vormen.

  • Bij veel vaste planten sterven de bovengrondse delen in de winter af, maar ondergrondse delen blijven leven.

Wortelrozet

  • Sommige tweejarige planten verliezen in de herfst hun bovengrondse delen.

  • Alleen de ondergrondse delen of een wortelrozet overwinteren.

  • Een wortelrozet is een groep bladeren die dicht op de grond groeit, vlak boven de wortel.

  • Deze bladeren kunnen de winter goed overleven.

  • In het voorjaar groeit uit de rozet een lange stengel met bloemen.

  • Soms ontstaan aan deze stengel ook nog enkele bladeren.

Voordoen

Wat is het verschil tussen een eenjarige en een tweejarige plant?

Een eenjarige plant doorloopt zijn hele levenscyclus in één jaar. Een tweejarige plant doet daar twee jaar over.

Zelf oefenen

Waarom kunnen vaste planten vaak eerder in het voorjaar groeien dan eenjarige planten?

Omdat vaste planten al een bestaand wortelstelsel en vaak opgeslagen reservestoffen hebben, terwijl eenjarige planten eerst uit een zaad moeten ontkiemen.

Aan het werk!

Maken opdrachten 9.6: 1, 2, 4, 5, 6 en 7

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken test jezelf 9.6

Veel goed? -> Maken 8+ online extra 


 


10

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je kunt de ontwikkeling van een zaad beschrijven.

  • Je kunt de verdere groei en ontwikkeling van kiemplanten beschrijven.

  • Je kunt uitleggen hoe een plant de winter overleeft.