1.3 Hoe denkt een historicus?
1.3 Hoe denkt een historicus?
Open met het idee dat historici ook wetenschappers zijn: ze starten niet met een mening, maar met een vraag over het verleden.
Lesdoel
Ik kan uitleggen wat een historische vraag is en hoe een historicus oorzaken, aanleiding, toeval en gevolgen onderzoekt.
Deze slide heeft geen instructies
1.3.1 Test je voorkennis: dit weet je al!
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden passen volgens jou bij historisch denken?
Gebruik de inzendingen om voorkennis op te halen. Verwachte thema’s: verleden, bronnen, vragen stellen, oorzaken, gevolgen, onderzoek.
Historici zoeken antwoorden
Historici zijn wetenschappers
Ze onderzoeken een probleem uit het verleden
Dat onderzoek start met een goede vraag
Zonder duidelijke vraag is gericht onderzoek moeilijk
Verbind met voorkennis: wetenschap probeert problemen op te lossen door vragen te stellen en informatie te onderzoeken.
Herodotos als eerste historicus
Herodotos staat bekend als de eerste historicus
Hij zocht verklaringen zonder goden te gebruiken
Hij onderzocht waarom gebeurtenissen plaatsvonden
Zo zocht hij naar oorzaak-gevolgverbanden
Benadruk dat dit een belangrijke verandering is: gebeurtenissen worden verklaard door menselijke en historische factoren, niet door mythische verklaringen.
Weetje
Herodotos: de eerste historicus
🧔 Herodotos leefde van ongeveer
484 tot 425 v.Chr.
📍 Hij werd geboren in Halikarnassos (het huidige Bodrum in Turkije).
🌍 Hij reisde door verschillende gebieden rond de Middellandse Zee en verzamelde verhalen en informatie over volkeren en gebeurtenissen.
📖 Zijn bekendste werk is de Historiën, waarin hij onder andere de oorlogen tussen de Grieken en de Perzen beschrijft.
⭐ Daarom wordt hij vaak de ‘vader van de geschiedschrijving’ genoemd.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe werkte Herodotos?
Herodotos ondervroeg veel mensen over wat zij hadden meegemaakt of gehoord. Die getuigenissen waren voor hem belangrijk bronnenmateriaal. Zo zie je dat historisch onderzoek steunt op informatie uit bronnen, niet alleen op verhalen of meningen.
Je kunt hier kort verwijzen naar de onderzoekscyclus uit de afbeelding: vraag formuleren, bronnen gebruiken, betrouwbaarheid beoordelen, verbanden zoeken.
Waarom is Herodotos belangrijk voor de geschiedenis?
Hij zocht verklaringen
Hij voorspelde de toekomst
Hij schreef mythen op
Hij vermeed bronnen
Correct omdat Herodotos gebeurtenissen probeerde te verklaren zonder goden te gebruiken en op zoek ging naar oorzaak-gevolgverbanden.
Vul de kernbegrippen aan
Historici zijn wetenschappers die een probleem uit het verleden onderzoeken. Ze gebruiken bronnen om tot geschiedenis te komen.
De drie kernwoorden uit het eerste lesblok zijn: wetenschappers, verleden en bronnen.
Zijn alle bronnen van Herodotos betrouwbaar? Leg uit:
Deze slide heeft geen instructies
Van verleden naar geschiedenis
Het verleden is alles wat gebeurd is
Geschiedenis ontstaat wanneer historici dat verleden onderzoeken
Ze gebruiken bronnen om een onderbouwd antwoord te formuleren
Zo schrijven ze geschiedenis op basis van onderzoek
Dit sluit aan bij voorkennis uit vorige lessen. Houd het onderscheid kort maar duidelijk.
Dit weet je al
Opdracht 1
Bekijk de video
Beantwoord de vragen
Deze slide heeft geen instructies
1.3.2 Je stelt een historische vraag
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een historische vraag?
Elke onderzoeker start met de vraag: 'Wat wil ik te weten komen?'
Een historicus stelt een historische vraag. Zo'n vraag moet passen bij geschiedkundig onderzoek en leiden tot meer kennis over het verleden.
Leg uit dat niet elke interessante vraag automatisch historisch is. De volgende slides geven de voorwaarden.
Twee voorwaarden
Voorwaarde 1
Voorwaarde 2
De vraag onderzoekt het verleden en niet alleen het heden of de toekomst.
De vraag gaat over menselijk handelen of over de menselijke samenleving.
Gebruik deze twee voorwaarden consequent in de rest van de les. Dit zijn de kerncriteria.
Wanneer is een vraag historisch?
Een vraag is historisch als ze aan beide voorwaarden voldoet.
over mensen of samenleving
over het verleden
Ontbreekt één van beide, dan is de vraag niet historisch.
Je hoeft hier geen oefening toe te voegen; die komt later in de cursus. Deze slide verankert alleen het beslisschema.
Historisch onderzoek stap voor stap
Formuleer een historische vraag → gebruik bronnen → beoordeel de betrouwbaarheid → zoek verbanden → formuleer een antwoord.
Zo groeit onderzoek uit tot geschiedenis.
Gebaseerd op de meegeleverde afbeelding. Noem dat historici ook kijken naar maker, doel en bruikbaarheid van bronnen.
Wanneer is een vraag historisch?
Alleen over vroeger
Over mens en verleden
Alleen over vandaag
Over dieren en natuur
De vraag moet aan beide voorwaarden voldoen: over menselijk handelen of samenleving én over het verleden.
Maak de definitie volledig
Een historische vraag gaat over menselijk handelen of de menselijke samenleving en onderzoekt het verleden. Ontbreekt één voorwaarde, dan is de vraag niet historisch.
Deze invuloefening herneemt letterlijk de twee voorwaarden en de centrale term van dit subtopic.
Opdracht 1
Is het een historische vraag?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe beantwoord je historische vragen?
Een goede historische vraag vraagt om een goed antwoord. Historici zoeken daarbij vaak naar verbanden tussen gebeurtenissen. Ze willen weten waarom iets gebeurde en waarom het juist op dat moment gebeurde.
Maak hier de overgang van 'welke vraag stel je?' naar 'hoe beantwoord je die vraag?'.
Oorzaak en aanleiding
Oorzaak: een gebeurtenis of omstandigheid die onrechtstreeks tot iets leidt
Aanleiding: de gebeurtenis of omstandigheid die rechtstreeks tot iets leidt
Vaak zijn er meerdere oorzaken en één aanleiding
Laat leerlingen het verschil scherp horen: oorzaak werkt op afstand mee, aanleiding zet iets onmiddellijk in gang.
Toeval in de geschiedenis
Toeval helpt soms ook verklaren waarom iets gebeurde
Het gaat om een onverwachte gebeurtenis
Niemand kon die gebeurtenis vooraf goed voorzien
Toeval is niet hetzelfde als onverklaarbaar
Belangrijke nuance: toeval kun je achteraf wel onderzoeken en beschrijven.
Gevolg
Het gevolg is wat volgt op oorzaken en aanleiding. Ook een gevolg is dus een gebeurtenis uit het verleden.
Of iets een oorzaak of een gevolg is, hangt af van de historische vraag die je stelt.
Benadruk dat oorzaak en gevolg geen vaste labels zijn. De vraag bepaalt hoe je naar een gebeurtenis kijkt.
Voorbeeld: Spartacus
De drang naar vrijheid was een oorzaak van de slavenopstand van Spartacus
Diezelfde opstand werd later ook een oorzaak
Crassus kon dankzij het neerslaan van de opstand zijn macht vergroten
Dit voorbeeld toont het perspectiefverschil: één gebeurtenis kan gevolg zijn in de ene redenering en oorzaak in een andere.
Opdracht 2
Bekijk en lees de bron aandachtig.
Beantwoord de verschillende vragen.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Een causale keten lezen
Meerdere oorzaken → één aanleiding → gebeurtenis → gevolgen
Historici onderzoeken dus geen losse feiten. Ze zoeken een keten van verbanden tussen gebeurtenissen in het verleden.
Je kunt hier mondeling een extra historisch voorbeeld geven waarin oorzaken, aanleiding en eventueel toeval samenkomen.
Wat leidt rechtstreeks tot een gebeurtenis?
Toeval
Gevolg
Aanleiding
Oorzaak
Aanleiding werkt rechtstreeks; een oorzaak werkt onrechtstreeks mee.
Vul de causale keten aan
Een oorzaak leidt onrechtstreeks tot een gebeurtenis. De aanleiding zet iets rechtstreeks in gang. Daarna volgen de gevolgen. Soms speelt ook toeval een rol als onverwachte factor.
Alle vier de begrippen komen uit hetzelfde redeneerschema: oorzaak, aanleiding, gevolgen en toeval.
Bedoelde en onbedoelde gevolgen.
Mensen handelen met een bedoeling, maar de uitkomst is niet altijd dezelfde als het plan.
Daarom maken historici onderscheid tussen bedoelde gevolgen en onbedoelde gevolgen van menselijk handelen.
Zorg dat leerlingen zien dat deze begrippen passen binnen oorzaak-gevolgdenken.
Bewust en onbewust handelen
Mensen denken na over wat ze doen. Soms leidt dat tot bedoelde gevolgen, soms toch tot onbedoelde gevolgen.
Soms gebeurt iets zonder dat het vooraf de bedoeling was. Dan gaat het om onbewuste handelingen met onbedoelde gevolgen.
Onbewuste handelingen
Bewuste handelingen
De formulering volgt de cursus nauw. Houd de nadruk op het onderscheid tussen intentie en uitkomst.
Waarom dit belangrijk is
Geschiedenis gaat over menselijke handelingen
Historici kijken niet alleen naar wat mensen deden
Ze onderzoeken ook wat daaruit voortkwam
Zo begrijpen ze het verleden nauwkeuriger
Deze slide rondt de lesinhoud af: historisch denken betekent vragen stellen én gevolgen juist interpreteren.
Welke combinatie past juist?
Bewust + altijd bedoeld
Onbewust + bedoeld
Bewust + onbedoeld
Onbewust + altijd bedoeld
Volgens de les kunnen bewuste handelingen zowel bedoelde als onbedoelde gevolgen hebben.
Wat vond jij het moeilijkste onderscheid in deze les?
historische vraag
oorzaak-aanleiding
toeval
bedoeld-onbedoeld
Deze slide heeft geen instructies
Wat is één idee uit deze les dat je zeker wilt onthouden?
Vrije reflectie. Laat leerlingen benoemen welk inzicht uit de les is blijven hangen, bijvoorbeeld de twee voorwaarden van een historische vraag of het verschil tussen oorzaak en aanleiding.
Wat hielp jou het best om deze les te begrijpen?
Vrije reflectie over het leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeeld van Spartacus, schema met causale keten, definities, klassikale uitleg.
Begrippenlijst
historicus - een onderzoeker die het verleden bestudeert
historische vraag - een vraag over menselijk handelen of samenleving in het verleden
bron - informatiebron die een historicus gebruikt bij onderzoek
oorzaak - een gebeurtenis of omstandigheid die onrechtstreeks tot iets leidt
aanleiding - de gebeurtenis of omstandigheid die rechtstreeks tot iets leidt
toeval - een onverwachte factor die mee verklaart waarom iets gebeurde
gevolg - wat volgt op oorzaken en aanleiding
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
oorzaak-gevolgverband - het verband tussen gebeurtenissen waarbij het ene tot het andere leidt
menselijk handelen - wat mensen bewust of onbewust doen
menselijke samenleving - de manier waarop mensen samenleven en georganiseerd zijn
betrouwbaarheid - de mate waarin een bron geloofwaardig is
bedoeld gevolg - een gevolg dat overeenkomt met wat iemand wilde bereiken
onbedoeld gevolg - een gevolg dat niet de bedoeling was
Deze slide heeft geen instructies