Controleren surveillanceauto
Let bijvoorbeeld rondom de auto op beschadigingen en kijk of er wat onder de auto ligt (bijvoorbeeld olie).
Kijk of de ruiten schoon zijn en bekijk de banden. Let vooral op uiterlijke beschadigingen, de bandenspanning en de profieldiepte.
Controleer de werking van de verlichting.
Ga na of je alle papieren ,zoals het rijbewijs en de kentekenbewijzen, bij je hebt.
Controleer het peil van de brandstof, de motorolie, de koelvloeistof en de ruitenwisservloeistof.
Let op de uitrusting in de surveillancewagen, zoals de verbandtrommel, de zaklantaarn, een veiligheidshelm, een brandblusser en reservelampen.
Controleer de werking van de zaklantaarn.