TCA2 4.3 en 4.4
TCA2 4.3 en 4.4
Deze slide heeft geen instructies
Wat leer je vandaag ?
Voorkennis ophalen
Werkvorm zoek de fout:
In tweetallen zoeken de cursisten de fout.
Vraag klassikaal een paar tweetallen uit te leggen wat precies de fout is.
Terugkijken 4.1 en 4.2
Deze slide heeft geen instructies
Maak een goede zin met het woord
Deze slide heeft geen instructies
Luister en schrijf de woorden op.
werkdag
vergadering
nergens
oplossen
aantrekken
baas
uitzoeken
beschrijven
beantwoorden
opstaan
aanwijzen
beroepp
Deze slide heeft geen instructies
Maak goede zinnen met de woorden. Gebruik 2 werkwoorden in de zin.
Deze slide heeft geen instructies
vooruitkijken: waar gaat het over?
de titel de stem
de opleiding het systeem het niveau
de studie opbellen
de schrijver de winkel
Deze slide heeft geen instructies
Luister naar de tekst. Opdracht 22
Deze slide heeft geen instructies
Zelfstandig werken
Werk in je boek.
Bladzijde 141
Maak opdracht: 26, 27, 31 en 32
Deze slide heeft geen instructies
Wat hoor je?
28: https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=131277680&cmid=9345
Schrijf de zinnen op.
29: https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=131277867&cmid=9346
Zet een streep na de let | ter | gre | pen.
Zet een streep onder de klem | toon.
Deze slide heeft geen instructies
Praat samen. Opdracht 33
Lees de vragen.
Schrijf de antwoorden op.
Praat samen.
Cursist A: stel de vraag.
Cursist B: geef antwoord
Deze slide heeft geen instructies
Praat samen. Opdracht 34
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Zelfstandig werken
Werk in je boek.
Bladzijde 144
Maak opdracht: 36 en 37
Deze slide heeft geen instructies
Zoek je partner
Opdracht 38 en 39
Praat samen
Deze slide heeft geen instructies
Terugkijken 4.3 en 4.4
Quiz.
Hij - het -ze
Kies het juiste antwoord.
Deze slide heeft geen instructies
Lekt de kraan of lekt ..... niet?
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Ik bezoek dit appartement. Ik wil ..... huren
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Nemen we de lift? Dat lukt niet, want ..... is stuk.
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Wil jij deze chips ook eens proeven? ..... zijn heel lekker.
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Ik heb een nieuwe afwasmachine, maar ..... werkt niet goed.
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Deze trui is mooi en ..... is ook lekker warm.
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Is het glas vol, of is ...... leeg?
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Ik heb een nieuwe pen. ...... schrijft heel goed!
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Dit is een schilderij van een Franse schilder. Ik vind ...... prachtig.
hij
het
ze
de woorden - hij
het-woorden - het
meervoud - de
Terugkijken 4.3 en 4.4
Dictee
Zinnen
(scherm op pauze zetten)
Deze slide heeft geen instructies
1. Hij heeft een leuke baan?
2. Ik heb het verkeerde adres ingevuld.
3. Ik koop deze kast, want hij is precies groot genoeg.
4. Mijn zus gaat volgend jaar een studie doen.
5. De gasten praten en lachen, ze hebben veel plezier.
6. Hoe laat zal ik je ophalen?
7. Hij woont in een prachtig huis, het staat in een klein dorp.
8. Ik zal even kijken of je naam in het systeem staat.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Tips bij het luisteren
4.5c /d https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=132464925&cmid=9366
Deze slide heeft geen instructies
Opdracht: Voorbeeld
Groepje: 3 cursisten
Cursist 1: pak een kaartje met een onderwerp.
Cursisten 2 en 3: bedenken welke woorden cursist 1 gaat gebruiken.
en schrijven de woorden op.
Cursist 1: vertel iets over het onderwerp dat op het kaartje staat.
Cursisten 2 en 3: luisteren of cursist 1 de woorden gebruikt.
onderwerp: pauze
woorden: koffie, werk, praten, collega's
woorden: koffie, werk, praten, collega's
Deze slide heeft geen instructies