Present Simple K2D

The Present Simple
Present Simple
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

The Present Simple
Present Simple

Slide 1 - Tekstslide

Wat heb je onthouden van de Present Continuous?

Slide 2 - Woordweb

Present Continuous
  • Nu aan de gang (continu)
  • Persoon + am/are/is + werkwoord +ing
  • I am teaching
  • You are listening
  • Signaalwoorden: right now, at the moment 

Slide 3 - Tekstslide

Present Simple
  • Wat weten we nog?
  • Wat is de present simple (wat, waar, wanneer en hoe)
  • bevestigend en ontkennend 

Slide 4 - Tekstslide

Present Simple

Slide 5 - Woordweb

The Present Simple
What is the present simple?


                   We eat french fries every Sunday.

Hoeveel werkwoorden zitten er in deze zin?


Slide 6 - Tekstslide

1. I like scary movies.
2. He is walking the dog.
3. We danced all night long.
4. She plays the piano.
5. They are my parents.
Present Simple
Not Present Simple
1
2
3
4
5

Slide 7 - Sleepvraag

The Present Simple
What is the present simple?

We gebruiken de present simple bij:
- Facts (feiten)
The leopard runs very fast.

- Routines (gewoontes)
Harry plays football every Wednesday. 

Slide 8 - Tekstslide

The Present Simple
What is the present simple?

Signaalwoorden

everyday, always, every Wednesday = Routine (gewoonte)

no signal words = Facts (feiten)

Slide 9 - Tekstslide

The Present Simple
The SHIT Rule

She - He - It

De regel

Is de persoon in de zin een HE/SHE/IT? Dan krijgt het werkwoord een +s

So I dance becomes She dances.


Slide 10 - Tekstslide

Wel of geen SHIT:
He likes cookies
A
wel
B
geen

Slide 11 - Quizvraag

Wel of geen SHIT
They love cooking
A
wel
B
geen

Slide 12 - Quizvraag

Welke is juist?
A
Jamie plays volleybal
B
Jamie play volleybal

Slide 13 - Quizvraag

Welke is juist?
A
We walks to school everyday
B
We walk to school everyday

Slide 14 - Quizvraag

The Present Simple
Vragend maken
Om een present simple vragend te maken heb je het werkwoord "do" nodig. Deze komt vooraan de zin

 I like ice cream.   -->      Do I like ice cream?

SHIT-regel. Ook hier geldt de regel. Alleen gaat de +s niet acthet het werkwoord maar achter DO - DOES

Bob plays football.   -->  Does Bob play football?


Slide 15 - Tekstslide

Maak vragend:
That tree looks 100 years old.

Slide 16 - Open vraag

The Present Simple
Ontkennend maken

Dit betekend dat iets niet zo is. Je ziet het aan het woordjes not, of don't

Example

                             I don't see very well. 


Slide 17 - Tekstslide

The Present Simple
Ontkennend maken

De SHIT regel geldt ook hier.

                                        She do  not likes cookies. 


                                      She doesn't like  cookies 


Slide 18 - Tekstslide

The Present Simple
Negations

The + S moves to do and makes does

                                 He plays video games every day.

                        He doesn't play video games every day.



Slide 19 - Tekstslide

Maak ontkennend:
They give out flyers every morning.

Slide 20 - Open vraag

Wat heb je geleerd tijdens deze les?

Slide 21 - Open vraag

Time left???
Open LearnBeat 
Studieplanner
E: Grammar ex. 1-2-3

Slide 22 - Tekstslide