Het ademhalingsstelsel

Het ademhalingsstelsel
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Assisterende gezondheidszorgMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Het ademhalingsstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Latijnse naam van het ademhalingsstelsel?
A
Tractus Circulatorius
B
Tractus Asmaticus
C
Tractus Respiratorius
D
Tractus Inspiratorius

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn functies van het ademhalingsstelsel?
A
Zuurstof/koolstofdioxide uitwisseling
B
Zuurstof/koolstofdioxide uitwisseling en ruiken.
C
Zuurstof/koolstofdioxide uitwisseling en spreken.
D
Zuurstof opname in het bloed

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij de bovenste luchtwegen behoren
A
Mondholte, neus, keelholte
B
Mondholte, neus, keelholte, larynx
C
Mondholte, neus, larynx, epiglottis
D
Larynx, epiglottis, trachea

Slide 5 - Quizvraag

Larynx = strottenhoofd
Epiglottis = strottenklepje
Trachea = luchtpijp
Wat is de functie van de bovenste luchtwegen?
A
Zuiveren, verwarmen en bevochtigen van lucht die binnenkomt
B
Zorgen voor een goede luchttoevoer naar de luchtpijp
C
Ervoor zorgen dat er geen voedsel in de longen komt
D
A, B en C zijn juist

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke stelling klopt niet?
A
De belangrijkste taak van de onderste luchtwegen is het uitwisselen van zuurstof en koolzuurgas.
B
De trilharen in de luchtpijp vervoeren verontreinigingen in de lucht terug naar de mondholte.
C
De trilharen in de neus verwarmen en zuiveren de ingeademde lucht.
D
De zuurstof wordt via de luchtpijptakjes opgenomen in het bloed.

Slide 7 - Quizvraag

Zuurstof is een heel belangrijke brandstof voor je lichaamscellen. Je ademt het via je longen in, waar het wordt opgenomen in het bloed. Daar bindt het zich aan het hemoglobine in de rode bloedcel. De rode bloedcellen stromen door het hele lichaam en geven onderweg zuurstof af aan alle lichaamscellen.

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De stembanden vormen de grens tussen de bovenste en onderste luchtwegen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verschil acute bronchitis en bronchitis?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waaruit bestaan de onderste luchtwegen?
A
Luchtpijp, strottenhoofd, longblaasjes
B
Luchtwegvertakkingen, longblaasjes, strottenhoofd
C
Luchtpijp, luchtwegvertakkingen, longblaasjes
D
Keelholte, luchtpijp, longblaasjes

Slide 11 - Quizvraag

Een pulmonaire alveolus of longblaasje is een alveolus in de longen. Longblaasjes zijn de uiteinden van de luchtpijptakjes waar de gaswisseling tijdens de ademhaling plaatsvindt. CO2 wordt er afgegeven aan de lucht en O2 wordt er opgenomen door het bloed. 

keelholte (farynx)
Hoort het bij de onderste of de bovenste lucjtwegen?
onderste luchtwegen
onderste luchtwegen
bovenste luchtwegen
bovenste luchtwegen
longen
neusholte
de longblaasjes
het strottenhoofd

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de kleinste structuur in het ademhalingsstelsel?
A
Alveoli (longblaasjes)
B
Bronchiën (luchtwegvertakking)
C
Bronchiolen (kleine vertakkingen van de luchtwegvertakking)
D
Trachea (luchtpijp)

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pneumonie

Wat hoort er niet bij?
A
Virus
B
Bacterie
C
COPD
D
Eerste teken van longkanker

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Astma

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Astma
COPD
Aanvalsgewijs
allergie 
ophopen taai slijm
emfyseem
roken

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies