4.1 - Een stroomkring maken les 2

Welkom
Zoek je plekje volgens plattegrond
Pak je boek en je schrift


1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1,2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Zoek je plekje volgens plattegrond
Pak je boek en je schrift


Slide 1 - Tekstslide

Welkom
  • terugblik vorige les
  • Uitleg H4.1 stroomkring, praktische bezig
  • huiswerk volgende les

Slide 2 - Tekstslide

terugkijk op vorige les
leren par 4.1 (blz 146/147), stroomkring
maken opgaven 1 t/m 3, 5 (blz 149)











Slide 3 - Tekstslide

terugkijk op vorige les

Slide 4 - Tekstslide

terugkijk op vorige les

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt een stroomkring maken als simulatie.
  • Je kunt een stroomkring maken (in het echt).
  • Je kunt een aantal geleiders en isolatoren noemen

Slide 6 - Tekstslide

4.1 - Een stroomkring maken

Slide 7 - Tekstslide

Onderdelen van een stroomkring
Tenminste drie onderdelen. 
• De batterij levert de elektrische energie. 
• De draden vervoeren de energie naar het lampje. De energie wordt van de batterij naar het lampje vervoerd en van het lampje weer terug naar de batterij. 
• Het lampje zet de elektrische energie om in licht en warmte. 
 

Slide 8 - Tekstslide

Een gesloten stroomkring

Met een batterij kun je een lampje laten 
branden. Dat lukt alleen als de stroom 
van de batterij naar het lampje, door 
de gloeidraad van het lampje en weer 
terug naar de andere kant van de batterij kan 
stromen (zie figuur). 
Er is dan een gesloten stroomkring. Als je de strookring onderbreekt, gaat het lampje weer uit.

Slide 9 - Tekstslide

stroomkring (simuatie/oefenen)

Maak een stroomkring met:
batterij
lampje
snoeren
schakelaar

zorg dat het lampje gaat branden

Slide 11 - Tekstslide

stroomkring (practicum)

Leerwerkboek Proef 1 (blz 183)   'Geleiders en Isolatoren onderscheiden'

eerst uitleg/afspraken
dan uitdelen materialen
dan practicum doen

Slide 12 - Tekstslide

Practicum Geleiders/isolatoren
uitleg spanningsbron:

aan/uit knop
DC (gelijkstroom)
max.  3Volt
max 0,3 A
lampjes !

Slide 13 - Tekstslide

Practicum Geleiders/isolatoren
 blz 183

Werk in 4-tallen:
- 4 materialen van Docent
- 3 materialen van jezelf

timer
15:00

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen gehaald?
  • Je kunt een stroomkring maken als simulatie.
  • Je kunt een stroomkring maken (in het echt).
  • Je kunt een aantal geleiders en isolatoren noemen

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk
Leren blz 147
maken opg 4, 6, 7, 8, 9  (blz 149-151)

Slide 16 - Tekstslide

Isolerende en geleidende stoffen

Slide 17 - Tekstslide

Geleiders 
Stoffen waar een elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen, heten geleiders. 

Alle metalen zijn geleiders, maar het ene metaal geleidt beter dan het andere. 
Isolatoren 
Stoffen die een elektrische stroom niet of heel slecht doorlaten, heten isolatoren. 

Voorbeelden zijn rubber, glas en de meeste soorten plastic. 

Slide 18 - Tekstslide

schakelaar de werking

Slide 19 - Tekstslide

Bij een open stroomkring werken apparaten
A
Wel
B
Niet

Slide 20 - Quizvraag

Een open stroomkring
A
Laat elektronen rond stromen
B
Laat elektronen niet rond stromen

Slide 21 - Quizvraag

Een gesloten stroomkring bevat.....
A
Geen schakelaars
B
Geen isolatoren
C
Geen geleiders
D
Geen elektronen

Slide 22 - Quizvraag

Wat is GEEN isolator?
A
Lucht
B
Rubber
C
Aluminium
D
Kunststof

Slide 23 - Quizvraag

Geleiders laten de stroom ........ door
A
Goed
B
Slecht
C
Niet

Slide 24 - Quizvraag

Hieronder staan 4 stoffen.
Welke stoffen zijn isolatoren?
A
goud
B
lucht
C
plastic
D
hout

Slide 25 - Quizvraag

De stroom meten
Als je een lampje op een batterij aansluit, gaat er een stroom door het lampje lopen. Met een stroommeter kun je meten hoe ‘sterk’ de elektrische stroom is. 
De stroomsterkte heeft als eenheid de ampère (A). Een stroommeter wordt daarom ook wel ampèremeter genoemd. 
Als de stroomsterkte klein is, meet je de stroom meestal in milliampère (mA). 
 
Omrekenen doe zo: 
1 mA = 0,001 A 
1 A = 1000 mA 
 

Slide 26 - Tekstslide

Twee manieren om de stroomsterkte te meten.
De stroomsterkte is op elke plaats in de stroomkring even groot (zie figuur ). Het maakt dan ook niet uit waar je de stroommeter in de stroomkring opneemt: links of rechts van het lampje.

Slide 27 - Tekstslide

Stroommeter aflezen

Slide 28 - Tekstslide

Wat is de eenheid voor stroomsterkte?
A
Meter
B
Volt
C
Ampere
D
Kilo

Slide 29 - Quizvraag

de stroommeter plaats je altijd
A
in serie
B
bij de batterij
C
maakt niet uit
D
parallel

Slide 30 - Quizvraag

Vul het ontbrekende woord in:
Een ......... is een bron die elektrische energie levert!!!
A
voltmeter
B
spanningsbron
C
amperemeter

Slide 31 - Quizvraag

Vul in.
0,375 A =……………. mA

Slide 32 - Open vraag

Vul in.
56 mA =………….. A

Slide 33 - Open vraag

Aan het werk
Wat: Maak online de opdrachten van §1 een stroomkring maken inclusief de TEST JEZELF.  
Hoe: helemaal stil! muziek mag in!     
Hulp: na 10 minuten    
Tijd:  tot einde les
Klaar: online de vaardigheidstrainer

Slide 34 - Tekstslide