2kgt spelling h3.8 en 4.8

Spelling h3.8 en 4.8
2kgt
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Spelling h3.8 en 4.8
2kgt

Slide 1 - Tekstslide

Wat zit er in deze hoofdstukken?
Voltooid deelwoord (ook splitsbare werkwoorden) - herkennen en schrijven
Hoofdletters
Bijvoeglijk gebruiken van v.d.
Tussenletters
Dicteewoorden (th/t en ei/ij)


Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Zet de hoofdletters op de juiste plek in de zin:
omdat thijs van zijn fiets was gevallen, kwam hij te laat aan in den helder.

Slide 4 - Open vraag

Zet de hoofdletters op de juiste plek:
die amerikaanse winkel verkoopt onder andere kleding van nike en superdry.

Slide 5 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van verhuizen?
A
verhuist
B
verhuisd

Slide 6 - Quizvraag


Is het onderstreepte woord een persoonsvorm t.t. of het voltooid deelwoord?
Hij heeft zich verbrand aan de oven.
A
pv tt
B
vd

Slide 7 - Quizvraag


Is het onderstreepte woord een persoonsvorm t.t. of het voltooid deelwoord?
Mijn moeder bepaalt altijd wat we gaan eten.
A
pv tt
B
vd

Slide 8 - Quizvraag

Maak een zin met het voltooid deelwoord van uitlezen.

Slide 9 - Open vraag


Wat is het voltooid deelwoord in deze zin?
(verlichten) De straat wordt ... door de lantarenpalen.

Slide 10 - Open vraag

(verlichten) De ... straat.

Slide 11 - Open vraag

Hoe schrijf je hier het bijvoeglijk gebruikte v.d.?
(schillen) De ... aardappel.

Slide 12 - Open vraag

De ... ovenschaal was nog erg heet.
A
verhitte
B
verhite

Slide 13 - Quizvraag

Maak een zin waarin je het voltooid deelwoord van werkwoord 'inbreken' bijvoeglijk gebruikt.

Slide 14 - Open vraag

Hoe schrijf je dit woord:
A
secondewijzer
B
secondenwijzer

Slide 15 - Quizvraag

Hoe schrijf je dit woord:
A
damesjaal
B
damessjaal

Slide 16 - Quizvraag

th
t
ei
ij
apo..eek
..eorie
res..aurant
mara..on
ongetw..feld
porsel..n
s..zoenen
belangr..kste

Slide 17 - Sleepvraag

Wat is de verleden tijd van 'zetten' in deze zin:
Piet ... zijn kopje op tafel.
A
zette
B
zetten
C
zete
D
zeten

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de verleden tijd van 'vermoeden' in deze zin:
Wij ... gister al dat het vandaag zou regenen.
A
vermoedde
B
vermoedden
C
vermoede
D
vermoeden

Slide 19 - Quizvraag