Menu- en smaakleer

Menu- en smaakleer

&

Wijn
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
HospitalityMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Menu- en smaakleer

&

Wijn

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Menu & Smaakleer
  • Wijn

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • Je kan de vijf basissmaken benoemen 
  • Je kan de basisregels van menuleer toepassen
  • Je weet hoe wijn gemaakt wordt
  • Je kan naar aanleiding van vandaag je Kennisportofolio verder uitbreiden (Opdracht B)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Smaak
Smaak is het geheel van indrukken dat wordt waargenomen door de (smaak)zintuigen:
  • smaakzintuig 
  • reukzintuig
  • gehoorzintuig
  • zichtzintuig 

Slide 5 - Tekstslide

Wat zijn de vijf basissmaken?
A
Zoet, zuur, metaal & bitter
B
Zout, zuur, zoet, bitter & umami
C
Zuur, zout, bitter, metaal & bitter
D
Bitter, zout, zeep, zuur & zoet

Slide 6 - Quizvraag

De vijf basissmaken 
  1. Zoet 
  2. Zout
  3. Zuur
  4. Bitter
  5. Umami

Slide 7 - Tekstslide

Umami

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Tekstslide

Proeven 
  • 95% van smaak proef je met je neus
  • zonder reuk proef je alleen de basissmaken 
  • Proeven doe je met de tong

  • Proeven kan alleen met natte tong
  • Speeksel is nodig om de smaak te ervaren
  • Proeven kan beinvloed worden door emotie en verwachtingspatronen 


Slide 10 - Tekstslide

Menuleer
 is de kennis van de verschillende maaltijden en van de samenstelling van de gerechten in deze maaltijden. 

Slide 11 - Tekstslide

De basisregels van menuleer I
  1. Zorg voor de juiste volgorde van de gangen 
  2. Een evenwichtige verdeling van de verschillende onderdelen van het menu 
  3. Zorg voor afwisseling van de bereidingstechnieken
  4. Gebruik verschillende producten 
  5. Breng afwisseling in kleuren, smaken en snijvormen
  6. Houd rekening met het jaargetijde / seizoen

Slide 12 - Tekstslide

De basisregels van menuleer II
7.  Zorg dat het hoogtepunt van de smaak bij het hoofdgerecht ligt
8.  Stem het menu af op de gelegenheid
9.  Let op het type gasten waarvoor je gaat serveren
10. Houd rekening met het budget van de gasten
11. Houd rekening met de mogelijkheden van je keuken

Slide 13 - Tekstslide

Zet in de juiste volgorde
warm nagerecht                                               fruit of vruchten
warm voorgerecht                                            hoofdgerecht van
spoom                                                                   gevogelte
ijs                                                                             zoet ijsnagerecht
koud nagerecht                                                koud voorgerecht
hoofdgerecht van vlees                                hoofdgerecht van vis
kaas                                                                        soep


Slide 14 - Tekstslide

Volgorde van gangen 
Koud voorgerecht
Soep
Warm voorgerecht
--------------------------
Hoofd 1 (Vis)
Hoofd 2 (Vlees)
Spoom
Hoofd 3 (Gevogelte)
----------------------------
Kaas
Warm nagerecht
Koud nagerecht
IJs
Fruit

Slide 15 - Tekstslide

Juist of onjuist ?

  • Met een droge mond kan je proeven 
  • Een menu is altijd een maaltijd
  • De basissmaken zijn: zout, zoet, zuur, bitter en umami
  • Er zijn 6 smaakzintuigen 
  • Een maaltijd is altijd een menu
  • Umami proef je op de achterkant van je tong
  • Een menu bestaat uit ten minste drie gangen
  • Een maaltijd kan uit één gang bestaan
  • Bij het samenstellen van een menu dien je rekening te houden met het budget van de gasten
  • Een maaltijd die bestaat uit een voorgerecht, een hoofdgerecht en een kopje koffie is een menu

Slide 16 - Tekstslide

Tips & Tops van deze les

Slide 17 - Open vraag