T3 introductie periode 4

Bienvenue 
à la classe de français:
dis-moi
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Bienvenue 
à la classe de français:
dis-moi

Slide 1 - Tekstslide

Doelen- en toetsoverzicht periode 4
gespreksvaardigheid: Ik kan in het Frans iets kopen, een interview houden en de weg vragen

grammaire: ik kan zelf Franse zinnen vormen en deze in de goede volgorde zetten

grammaire: ik kan personen, dieren en dingen in het Frans met elkaar vergelijken

vocabulaire: ik kan Franse woorden die te maken hebben met mijzelf en mijn gewoontes gebruiken in Franse zinnen (GL6 ABEF)

phrases-clés: ik kan standaard Franse zinnen zó omvormen dat ik ze voor mijn eigen verhaal kan gebruiken (GL6 CG)
boekje + vlog Luik


la phrase du cours
(iedere les = SO ma 24 juni)



SO do 30 mei



SO do 13 juni

TOETS wk27
schrijf in je agenda

Slide 2 - Tekstslide

Wat doen we vandaag?
grammaire: 
ik kan zelf Franse zinnen vormen en deze in de goede volgorde zetten

Slide 3 - Tekstslide

la phrase du cours*
'De halfzus stoort vandaag de les.'


*iedere les krijg je een nieuwe zin om te vertalen

Slide 4 - Tekstslide

De halfzus stoort vandaag de les.
  • Probeer de zin in twee- of drietallen te vertalen
  • Gebruik GL6ABEF
  • vervoeg het werkwoord
  • Tip: vaste volgorde in het Frans

Onderwerp - (alle!) werkwoord(en) - lijdend voorwerp - meewerkend voorwerp - (overige) bepalingen
timer
2:00

Slide 5 - Tekstslide

Wat is het onderwerp?
De halfzus stoort vandaag de les.
A
de halfzus
B
stoort
C
vandaag
D
de les

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het werkwoord/ zijn de werkwoorden?
De halfzus stoort vandaag de les.
A
de halfzus
B
stoort
C
vandaag
D
de les

Slide 7 - Quizvraag

storen = déranger
déranger = werkwoord op -er
haal -er eraf
de halfzus = zij = 3e persoon enkelvoud

dus ....
je             e
tu             es
il/elle/on  e
nous         ons
vous          ez
ils/ elles    ent

Slide 8 - Tekstslide

storen = déranger
déranger = werkwoord op -er
haal -er eraf
de halfzus = zij = 3e persoon enkelvoud

dus ....
je             e
tu             es
il/elle/on  e
nous         ons
vous          ez
ils/ elles    ent
dérange

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het lijdend voorwerp?
De halfzus stoort vandaag de les.
A
de halfzus
B
stoort
C
vandaag
D
de les

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de (tijds)bepaling?
De halfzus stoort vandaag de les.
A
de halfzus
B
stoort
C
vandaag
D
de les

Slide 11 - Quizvraag

Zet in de Franse (!) volgorde (onderwerp-werkwoorden-lijd vw- meew vw- bepaling)

De halfzus stoort vandaag de les.
A
de halfzus - vandaag - stoort - de les
B
de les - stoort - de halfzus - vandaag
C
vandaag - stoort - de halfzus - de les
D
de halfzus - stoort- de les - vandaag

Slide 12 - Quizvraag

Vertaal 'la phrase du cours':
de halfzus - stoort- de les - vandaag

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide

2- of 3-tallen:
maak met deze woorden zoveel mogelijk goede zinnen. 
timer
5:00
Let op: vervoeg de werkwoorden! (mijnwoordenboek.nl)

Slide 15 - Tekstslide

hoeveel correcte Franse zinnen maakten jullie?

Slide 16 - Open vraag

Au travail: les devoirs 
Faire (maken): 
  • la phrase du cours (inleveren via Learnbeat)
  • Grandes Lignes 6H (ex. 29, 30)

Apprendre (leren):
  • Grandes Lignes 6H (p. 81 en/of slim stampen)
LET OP:  ieder les 'la phrase du cours'
                  SO GL6ABEF (do 30 mei)
Werk zachtjes, 
zodat iedereen zich kan concentreren
vraag zoveel mogelijk om hulp!

3.1. Ik kan passende woorden gebruiken als ik uit eten ga in Franstalig gebied

Slide 17 - Tekstslide

doel bereikt?
4.2 grammaire: 
ik kan zelf Franse zinnen vormen en deze in de goede volgorde zetten

Slide 18 - Tekstslide

Au revoir!

Slide 19 - Tekstslide