Paragraaf 2 luchtdruk

H2 het weer
Paragraaf 2 luchtdruk
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H2 het weer
Paragraaf 2 luchtdruk

Slide 1 - Tekstslide

Barometer

De luchtdruk kun je meten met een barometer.
Luchtdruk meet je in Bar of in Pascal (Pa)

Lage luchtddruk: ca. 970 - 1000 mbar
gemiddelde luchdtdruk op zeeniveau ca. 1010 mBar
hoge luchtdruk: ca. 1020 - 1040 mBar

Slide 2 - Tekstslide

Werking van een barometer
wanneer de luchtdruk in de omgeving stijgt, dan wordt de druk op het doosje groter, waardoor het doosje indeukt en de naald naar rechts beweegt. wanneer de luchtdruk daalt, dan is de druk op het doosje kleiner, waardoor het doosje uitzet en de naald naar links beweegt.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Hoge en lage luchtdruk
Lage luchtdruk: slecht weer (kou en regen)
Hoge luchtdruk: mooi weer (warm en droog)

Slide 6 - Tekstslide

Luchtdruk meet je met een....
A
Hygrometer
B
Nanometer
C
Manometer
D
Barometer

Slide 7 - Quizvraag

980 mBar is
A
Lage luchtdruk
B
Hoge luchtdruk
C
Gemiddelde luchtdruk

Slide 8 - Quizvraag

1030 mBar is
A
Lage luchtdruk
B
Hoge luchtdruk
C
Gemiddelde luchtdruk

Slide 9 - Quizvraag

1012 mBar is
A
Lage luchtdruk
B
Hoge luchtdruk
C
Gemiddelde luchtdruk

Slide 10 - Quizvraag

Juist/onjuist

Luchtdruk verplaatst zich van een plaats lage luchtdruk naar een plaats met hoge luchtdruk.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

metriek stelsel / omrekenen
1 mbar = 1 hPa

Slide 12 - Tekstslide

oefenen
960 mbar = ............... kBar
1.010 mbar = ................ bar
975 mBar = ............... hPa
1.030 mbar = ...............Pa
2,2 bar = ................ Pa

Slide 13 - Tekstslide

oefenen
960 mbar = 0,000960 kbar
1.010 mbar = 1,010 bar
975 mBar = 975 hPa
1.030 mbar = 103.000 Pa
2,2 bar = 220.000 Pa

Slide 14 - Tekstslide

1 mbar = ..........
A
1 Pa
B
1 hPa
C
1 kPa

Slide 15 - Quizvraag

1.035mBar = …….hPa
A
10,35hPa
B
103,5hPa
C
1.035hPa
D
10.350hPa

Slide 16 - Quizvraag

1.025 mbar = .......... Kpa
A
1,025 kPa
B
10,25 kPa
C
102,5 kPa
D
1.025 kPa

Slide 17 - Quizvraag

980 mbar = .......... pa
A
9,80 Pa
B
98,0 Pa
C
9.800 Pa
D
98.000 Pa

Slide 18 - Quizvraag

Isobaren, luchtdruk en wind

Slide 19 - Tekstslide

Hoe hoog is de luchtdruk in Nederland volgens de Isobaren?
A
1000-1010
B
1010-1015
C
1015-1020
D
1020-1025

Slide 20 - Quizvraag

Juist of onjuist
De windkracht is in Nederland volgens het kaartje vrij groot (het waait hard)
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Juist of onjuist
De windkracht is in Nederland volgens het kaartje vrij groot (het waait hard)
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

In welke richting staat de wind?
A
Noord
B
oost
C
Zuid
D
West

Slide 23 - Quizvraag

In welke tabel in BINAS kun je de symbolen op de weerkaart vinden?
Tabel …..

Slide 24 - Open vraag

Wat betekenen de blauwe driehoekjes die op Nederland afkomen? Gebruik BINAS
A
Oclusie
B
Koufront
C
Warmtefront
D
Isobaren

Slide 25 - Quizvraag

absolute druk
De absolute druk in een autoband bijvoorbeeld 
kun je meten met een manometer.

absolute druk = luchtdruk + overdruk
absolute druk = luchtdruk - onderdruk

Slide 26 - Tekstslide