2.1 Hoe geef jij je geld uit?

H2 Geld genoeg?

Paragraaf 2.1 Hoe geef jij je geld uit?

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H2 Geld genoeg?

Paragraaf 2.1 Hoe geef jij je geld uit?

Voorkennis

Waar denk jij aan bij uitgaven?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet welke verschillende soorten uitgaven er zijn.

  • Je kunt een budgetplan opstellen.

  • Je kunt een reservering berekenen.

  • Je weet welke gevolgen jouw bestedingen hebben voor anderen.

Soorten uitgaven

  • Het Nibud geeft voorlichting over verstandig omgaan met geld.

  • Het helpt mensen om hun inkomsten en uitgaven in balans te houden.

  • Uitgaven worden verdeeld in drie soorten:

  • Dagelijkse uitgaven: uitgaven die regelmatig terugkomen.

  • Vaste lasten: uitgaven die je met vaste regelmaat betaalt.

  • Incidentele uitgaven: grotere uitgaven die niet vaak voorkomen.

Uitgavens

Dagelijkse uitgaven




Vaste lasten




Overdrachtsinkomen

Voordoen

Slide tekst

Zelf oefenen

Begroting

  • Om te controleren of je genoeg geld hebt, maak je een begroting.

  • Een begroting is een overzicht van alle verwachte inkomsten en uitgaven.

  • Zijn inkomsten en uitgaven gelijk? Dan is de begroting in balans.

  • Zijn de uitgaven hoger dan de inkomsten? Dan ontstaat er een begrotingstekort.

  • Zijn de inkomsten hoger dan de uitgaven? Dan ontstaat er een begrotingsoverschot.

  • Inkomsten en uitgaven vergelijk je vaak per dezelfde periode, bijvoorbeeld per week, per maand of per jaar.

Voordoen + zelf oefenen

Reserveren

  • Voor een grote uitgave, zoals een vakantie of een laptop, kun je geld reserveren.

  • Reserveren betekent dat je regelmatig een bedrag opzijzet.

  • Zo voorkom je dat je in één keer een groot bedrag moet betalen.

  • Door elke maand te sparen, kun je een toekomstige uitgave betalen zonder geldtekort.

Voordoen + Zelf oefenen

Maak het verschil met je geld

  • Met je geld maak je keuzes tussen uitgeven of sparen.

  • Het is belangrijk om te weten waar je geld naartoe gaat.

  • Je kunt ook letten op de invloed van je geld op mensen en het milieu.

  • Banken gebruiken spaargeld om leningen te verstrekken.


Je kunt bijdragen aan een beter milieu met jouw geld!!

Voordoen + Zelf oefenen

Aan het werk!

Maken opdrachten 2.1: 1, 3, 7 en 10 

Maken Rekenopdrachten: 2, 3 en 5

Klaar?



Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 2.1

Veel goed? -> Maken plusopdrachten 2.1 


 


12

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je weet welke verschillende soorten uitgaven er zijn.

  • Je kunt een budgetplan opstellen.

  • Je kunt een reservering berekenen.

  • Je weet welke gevolgen jouw bestedingen hebben voor anderen.