Les 13 Wie bestuurt Nederland? extra les + toets

Politiek + toets
Wie bestuurt Nederland?
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute VKLeerroute VTLeerroute 5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Politiek + toets
Wie bestuurt Nederland?

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel


Aan het einde van de les kun je uitleggen wie Nederland bestuurt. 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Wie is wie?
Regering 





Koning + Ministers 

Slide 5 - Tekstslide

Wie is wie?
Kabinet 





Staatssecretarissen + ministers. 

Slide 6 - Tekstslide

Wie is wie?
Parlement 





Eerste Kamer                     +                                                  Tweede Kamer

Slide 7 - Tekstslide

Wie bestuurt?


Regering / Kabinet  --> zij maken de wetten/ regels. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Wat is geen taak van de koning? (1p)
A
Handtekening zetten onder wetten
B
De troonrede voorlezen
C
Beslissen welke wetten doorgaan
D
ministers benoemen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een staatssecretaris?(1p)
A
Maakt de wetten
B
Helpt de ministers
C
Presenteert de miljoenennota
D
Die schrijft de wetten

Slide 12 - Quizvraag

Wie zitten er in de regering? (1p)
A
Koning en staatssecretarissen
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Koning en ministers
D
Koning en alle ministers en staatssecretarissen

Slide 13 - Quizvraag

Wie zitten er in het kabinet? (1p)
A
Koning en staatssecretarissen
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Koning en ministers
D
Burgers en ministers

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het parlement? (1p)

Slide 15 - Open vraag

Wanneer is Prinsjesdag? (1p)
A
3de dinsdag van september
B
3de woensdag van september
C
3de maandag van september
D
3de donderdag van september

Slide 16 - Quizvraag

Wat gebeurt er op Prinsjesdag? Noem
1 voorbeelden. (1p)

Slide 17 - Open vraag

Wat is geen taak van de koning? (1p)
A
Een handtekening zetten onder alle wetten
B
Overleggen met de minister-president
C
Meehelpen met het maken van wetten
D
het landvertegenwoordigen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is Nederland voor land? (1p)
A
Monarchie
B
Democratie
C
Vrij land
D
Bestuurlijk land

Slide 19 - Quizvraag

In welke drie machten is de staat opgedeeld?(1p)
A
Wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht.
B
Wetgevende macht en uitvoerende macht.
C
Wetgevende en rechterlijke macht
D
rechterlijke macht.

Slide 20 - Quizvraag