Lees de teksten op de volgende dia's en maak de bijbehorende vragen
Slide 9 - Tekstslide
Algen
Een klein meer kan eutrofiëren doordat mensen in het meer zwemmen en daarbij in het water plassen. Doordat mensen in het water plassen, komen er meer algen.
Slide 10 - Tekstslide
Leg uit hoe de urine ervoor zorgt dat er meer algen komen. Gebruik je Binas! (Hint: wat zit er in urine?)
Slide 11 - Open vraag
Watervlooien
Bij eutrofiëring nemen de watervlooien eerst sterk toe. Als de eutrofiëring doorgaat, sterven ze uiteindelijk allemaal.
Slide 12 - Tekstslide
Waardoor sterven de watervlooien uiteindelijk allemaal?
Slide 13 - Open vraag
Waardoor nemen de watervlooien eerst toe?
Slide 14 - Open vraag
De snoek
Als een zoetwater ecosysteem eutrofieert, neemt het aantal snoeken af. Uiteindelijk blijven er geen snoeken over.
Slide 15 - Tekstslide
Welke drie gebeurtenissen die optreden bij eutrofiëring zijn nadelig voor de snoek?
Slide 16 - Open vraag
Waterplanten
In een geëutrofieerd ecosysteem komen geen ondergedoken waterplanten voor.
Slide 17 - Tekstslide
Waardoor sterven ondergedoken waterplanten bij eutrofiëring?
Slide 18 - Open vraag
Het zuurstofgebrek
Door eutrofiëring neemt de hoeveelheid zuurstof in het water af.
Eerst is de hoeveelheid zuurstof vooral in de vroege ochtend erg laag. Later kunnen er zelfs overdag, dieper in het water compleet zuurstofloze omstandigheden ontstaan.
Slide 19 - Tekstslide
Waardoor wordt het gebrek aan zuurstof veroorzaakt?
Slide 20 - Open vraag
Vragen
Gebruik je BiNaS!
Slide 21 - Tekstslide
Wie kan er nitraat opnemen uit de bodem?
A
Paddenstoel
B
Algeneter
C
Eik
D
Bacterie
Slide 22 - Quizvraag
Welke organismen doen aan ammonificatie?
A
Producenten
B
Consumenten van de 1e orde
C
Consumenten van de 2e orde
D
Reducenten
Slide 23 - Quizvraag
Bij welk proces verdwijnt stikstof uit de bodem?
A
Nitrificatie
B
Denitrificatie
C
Ammonificatie
D
Stikstofbinding
Slide 24 - Quizvraag
Welk proces zet ammoniak (NH₃) of ammonium (NH₄⁺) om in nitraat?
A
Nitrificatie
B
Denitrificatie
C
Ammonificatie
D
Stikstofbinding
Slide 25 - Quizvraag
Welke vorm van stikstof neemt de producent op?
A
Nitriet
B
Nitraat
C
Ammonium
D
N2
Slide 26 - Quizvraag
Wat is het nut van de knolletjes bacteriën voor planten?
A
Bescherming tegen ziektes
B
Maken van stikstof uit de lucht organische stof
C
Maken stikstof uit de lucht beschikbaar
D
Helpen bij afbraak van stikstof
Slide 27 - Quizvraag
Welk organisme profiteert als eerste van extra voedingsstoffen in het water?
A
Snoek
B
Brasem
C
Watervlooien
D
Algen (en sommige waterplanten)
Slide 28 - Quizvraag
Welke van de onderstaande stoffen is GEEN mineraal
A
Glucose
B
Nitraat
C
Kalium
D
Calcium
Slide 29 - Quizvraag
Examenvraag
De invloed van eutrofiëring op de samenstelling van de visgemeenschap in een meer is vastgesteld aan de hand van vangsten gedurende een aantal jaren. De massa's van de verschillende soorten vis worden met elkaar vergeleken. In het diagram zijn de hoeveelheden brasem uitgezet tegen de totale vangst van andere vissen. Blankvoorns gebruiken hun ogen bij het jagen.
Heeft vangst P vóór of na eutrofiëring plaatsgevonden?
Slide 30 - Tekstslide
Vangst P heeft..
A
vóór eutrofiering plaatsgevonden
B
na eutrofiering plaatsgevonden
Slide 31 - Quizvraag
Slide 32 - Video
Slide 33 - Video
Slide 34 - Video
Eutrofiëring
leg de kaartjes op de goede volgorde:
In tweetallen
Gebruik je boek
7 minuten
Tip 1: De snoek gebruikt zijn ogen om op de brasem te jagen