10.2 Stroomkringen #1 bloedsomloop

10.2 Stroomkringen
Les 1: de bloedsomloop
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

10.2 Stroomkringen
Les 1: de bloedsomloop

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat weet je nog?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de kleinste bouwsteen van een organisme?
A
orgaanstelsel
B
orgaan
C
weefsel
D
cel

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je een deel van je lichaam met een bepaalde taak?
A
Cel
B
orgaanstelsel
C
weefsel
D
Orgaan

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk orgaanstelsel zorgt voor het vervoer van stoffen in jouw lichaam?
A
Spierstelsel
B
Bloedvatenstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Ademhalingsstelsel

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kent de drie soorten bloedvaten en weet waar je ze aan kan herkennen
  • Je kan benoemen wat de kleine en grote bloedsomloop is. 
  • Je kent bouw van het hart
  • Je kan de werking van het hart uitleggen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B5 het bloedvatenstelsel

Slide 7 - Tekstslide

Intro dia om te vertellen dat deze les over het bloedvatenstelsel gaat en dat we belangrijke onderdelen van dit stelsel gaan bekijken.
3 soorten bloedvaten
Slagader
  • Vervoert bloed van het hart naar de organen
  • Liggen diep in ons lichaam
  • Dikke gespierde wand
  • Bloed stroomt snel
  • Hoge bloeddruk
  • Zuurstof rijk, behalve de longslagader

De aorta is de grootste slagader in ons lichaam.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten bloedvaten
Haarvaten
  • Haarvaten zitten tussen de slagaders en aders in.
  • Hier kunnen stoffen zoals zuurstof en voedingstoffen uit het bloed en in de cellen en andersom. 
  • Haarvaten hebben een enorm dunne wand van 1 cel laag
    dik.
  • De rode bloedcellen kunnen niet door de wand van de haarvaten, witte bloedcellen en plasma wel.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten bloedvaten
Ader
  • Voeren bloed naar hart toe
  • Bloeddruk lager dan in slagader en haarvat
  • Wand bevat minder glad spierweefsel
  • Kleppen in aders om te voorkómen dat bloed terugstroomt
  • Zuurstof arm, behalve de longader

De holle aders zijn de grootste aders in ons lichaam 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Dia om de verschillen tussen de drie soorten bloedvaten te laten zien. 
Bloedvaten
Bloedvaten hebben bijna altijd de naam van het orgaan waar ze naar toe en vanaf gaan. 

Behalve: Poortader --> gaat van darmen naar lever. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dubbele bloedsomloop

Kleine bloedsomloop: 
hart -> longen -> hart

Grote bloedsomloop:
hart -> longen -> hart -> organen -> hart

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleine bloedsomloop
  • rechterkamer
  • longslagader
  • longhaarvaten
  • longader
  • linkerboezem

Functie: zuurstofarm bloed zuurstofrijk maken.
Grote bloedsomloop
  • linkerkamer
  • aorta
  • heel het lichaam
  • holle ader
  • rechterboezem

Functie: organen van zuurstof voorzien.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het hart
Een pomp met 4 ruimtes (2 boezems en 2 kamers)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van het hart

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boezems en kamers


Boezem het hart in
Kamer het hart uit

Let op de hartkleppen!

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De sinusknoop bepaald je hartslag. Die geeft een impuls waardoor je hart de drie fasen doorlopen. Werkt dit niet meer goed dan heb je een hartritmestoornis en moet je een pacemaker. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De pacemaker neemt de taak van de sinusknoop over wanneer dat nodig is.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?
VRAGEN?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Kennistest 
5 vragen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de kleine bloedsomloop?
A
hart - alle organen - hart
B
hart - hersenen- hart
C
hart - longen - hart

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de Slagaders...
A
Stroomt zuurstofrijk bloed van het hart weg
B
Stroomt zuurstofarm bloed van het hart weg
C
Stroomt zuurstofrijk bloed naar het hart toe
D
Stroomt zuurstofarm bloed naar het hart toe

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke drie soorten bloedvaten zijn er?
A
Bloedvaten, slagaders en aders
B
Aorta, aders en haarvaten
C
Aorta, slagaders en haarvaten
D
Slagaders, aders en haarvaten

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bloedvaten hebben de dikste wand?
A
slagaders
B
aders
C
haarvaten

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zie afbeelding. Welk type bloedvat is dit?
Dit bloedvat heeft een klep (zie plaatje).
A
ader
B
slagader
C
haarvat

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Weektaak 10.2
Opdrachten over bloedsomloop: 1 t/m 15
Opdrachten over stroomkringen: 17 t/m 29

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies