Hoofdstuk 6, paragraaf 3

H6. 3: De wadden in  het Holoceen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

H6. 3: De wadden in  het Holoceen

Slide 1 - Tekstslide

Stijgende zeespiegel
  • 12.000 jaar geleden begon het Holoceen. 
  • Klimaat warmde snel op en ijskappen smolten. 
  • Daardoor steeg de zeespiegel, wel zo'n 100 m. 
  • Tijd waarin de zeespiegel stijgt noem je: Transgressie

Slide 2 - Tekstslide

Stijgende zeespiegel
  • Zeespiegel steeg ook door bodemdaling.
  • Het zware pakket landijs (Pleistoceen) had de aardkost ingedrukt.
  • Samen zorgen bodemdaling en afsmelten van het ijs voor een relatieve zeespiegelstijging. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Stijgende zeespiegel
Stijgende zeespiegel zorgde voor nattere omstandigheden in Nederland:      stijging zeespiegel  
hoger grondwaterpeil 
moeras 
veen
Dit veen heet basisveen: eerste laag ontstaan in Holoceen.


Slide 5 - Tekstslide

Waddenkust (6.000 jaar geleden)
  • Op de grens van land en zee vormde zich lage strandwallen. 
  • Die lagen evenwijdig aan de kust en liepen niet meer onder water. 
  • De wind kreeg hier vat op en waaide het op tot duinen. 
  • Staan nu bekend als de: Oude duinen

Slide 6 - Tekstslide

Waddenkust
  • Strandwallen waren onderbroken door zeegaten
  • Zoute gebied erachter liep onder bij vloed en stond droog bij eb. 
  • Stroomsnelheid was hier hoog, dus alleen zwaardere deeltjes zakte hier naar de bodem. 
  • De laag klei in het waddengebied achter de duinen heet: Oude zeeklei

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Veenmoerassen
  • Tussen 6000 en 2500 jaar geleden nam de zeespiegelstijging af. 
  • De kustlijn verschoof dus weer naar het westen. 
In de natuurlijke omgeving achter de duinen werd zoet water belangrijker. 

Slide 12 - Tekstslide

Veenmoerassen
  • Het open water groeide dicht. 
  • Alle plantenresten stierven, maar vergingen niet 
veen 
  • Dichtgroeien van open water als gevolg van plantengroei en veen ontwikkeling noem je: verlanding
  • Veen uit die tijd noemen we: Hollandveen. 

Slide 13 - Tekstslide

Jongere afzettingen
  • Tijdens stormen sloeg het veen gewoon weer weg
  • Vooral in Noord- en Zuidwest-Nederland had de zee veel veen weggeslagen en nieuwe zeegaten achter gelaten. 
  • Het veen wat nog over was werd bedekt met een laag zand en klei: de Jonge zeeklei

Slide 14 - Tekstslide

Jongere afzettingen
  • Ook zandbanken werden afgebroken door de zee. 
  • Zand kwam vrij en dat werd door de wind meegenomen en opgeblazen tot een nieuwe duinenrij: jonge duinen
  • Deze liggen boven op de oude duinen en beschermen de huidige kustlijn. 

Slide 15 - Tekstslide

Jongere afzettingen
  • Langs de Fries-Groningse kust lagen geen duinen en ook nog geen dijken. 
  • Mensen woonden op terpen (kunstmatige heuvels, gemaakt van grond en afval) 
  • Deze waren eerst heel klein en moesten steeds worden opgehoogd om tegen het water te beschermen. 

Slide 16 - Tekstslide

Quiz
Hierna volgt een quiz over de paragraaf. Maak deze eerst voordat je gaat beginnen aan de opdrachten van de paragraaf.  

Slide 17 - Tekstslide

De periode waarin we nu leven, heet ........
A
Pleistoceen
B
Holoceen
C
Krijt
D
Jura

Slide 18 - Quizvraag

Een periode waarin de invloed van de zee toeneemt noemen we ..........
A
Regressie
B
Transgressie

Slide 19 - Quizvraag

Noem de twee redenen waardoor de zeespiegel begon met stijgen

Slide 20 - Open vraag

Hoe snel ging de zeespiegelstijging in het begin, per eeuw? Noteer je antwoord in centimeters.

Slide 21 - Open vraag

Hoe heet de eerste laag veen die ontstond in het Holoceen in Laag-Nederland?
A
Hollandveen
B
Basisveen
C
Elizabethveen

Slide 22 - Quizvraag

Hoe noem je het als een plas dichtgroeit als gevolg van plantengroei en veenontwikkeling?
A
Vervening
B
Verlandening
C
Verlanding
D
Dichtgroeiing

Slide 23 - Quizvraag

Vanaf wanneer werden de eerste terpen gebouwd in Noord-Nederland?
A
1000 n. Chr.
B
200 v. Chr.
C
500 v. Chr.
D
500 n. Chr.

Slide 24 - Quizvraag

Wat is ook alweer een ander woord voor verdamping?
A
Transpiratie
B
Evaporatie
C
Evapotranspiratie

Slide 25 - Quizvraag

Opdrachten
Als je de quiz hebt gemaakt en afgerond dan ga je aan de slag met de opdrachten van H3.6.
Je maakt opdracht 1 t/m 9
Bestudeer ook de basisboeknummers: 91, 118 & 119!!

Slide 26 - Tekstslide