Les 1

Les 1
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Het skelet van de mens

Een ander woord voor skelet is geraamte.

Het skelet bestaat uit meer dan 200 botten (beenderen)


Slide 2 - Tekstslide

Botten
Er zijn twee soorten botten:

 platte beenderen (bijvoorbeeld schedel en heupbeen)

pijpbeenderen (bijvoorbeeld ellepijp, dijbeen en vingerkootje)


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Botten
Het lichaam van de mens bestaat uit het hoofd, de romp, twee armen en twee benen:

• De armen en benen samen heten de ledematen.
• De botten in het hoofd vormen samen de schedel.
• De wervelkolom draagt de schedel.
• De borstkas bestaat uit de borstwervels, de ribben en het borstbeen.
• De schouders (schoudergordel) bestaan uit de schouderbladen en de sleutelbeenderen.
• Het bekken (bekkengordel) bestaat uit de heupbeenderen.


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

botten in de hand
De ellepijp en het spaakbeen liggen naast elkaar. 

Je kunt ze uit elkaar houden door: de ellepijp ligt aan de kant van de pink.

Slide 7 - Tekstslide

botten in de voet

Slide 8 - Tekstslide

Vier functies van het skelet

Het skelet heeft vier verschillende functies:
• Het skelet geeft stevigheid. Zonder skelet zou je net zo slap zijn als een kwal.
• Het skelet beschermt je organen. In je borstkas liggen je longen en je hart. De botten in de borstkas beschermen deze organen. Je hersenen liggen in je schedel. De schedel beschermt de hersenen.
• Het skelet maakt beweging mogelijk. Aan je botten zitten spieren vast. Spieren en skelet zorgen samen voor bewegingen.
• Het skelet geeft vorm aan je lichaam. De schedel geeft bijvoorbeeld vorm aan je hoofd.

Slide 9 - Tekstslide

Samenstelling botten
In botten zitten kalkzouten en lijmstof. 
Kalkzouten zijn hard. 
Lijmstof is taai en kan buigen.

 Kalkzout en lijmstof maken een bot stevig.


Slide 10 - Tekstslide

weefsels
Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en functie.

Twee weefsels voor stevigheid zijn beenweefsel en kraakbeenweefsel.

Slide 11 - Tekstslide

beenweefsel

De meeste botten bestaan voor het grootste deel uit beenweefsel.

Beenweefsel is hard, heel stevig en bijna niet buigzaam. In beenweefsel zitten veel kalkzouten en weinig lijmstof.

Slide 12 - Tekstslide

beenweefsel
Langwerpige botcellen zijn met elkaar verbonden door veel uitlopers.

Slide 13 - Tekstslide

kraakbeenweefsel
In kraakbeenweefsel liggen kraakbeencellen en tussencelstof.

In de tussencelstof zit heel veel lijmstof en weinig kalkzouten.

Slide 14 - Tekstslide

baby
De botten van een baby bestaan vooral uit kraakbeenweefsel. 
Een baby is daardoor lenig.

Als een baby ouder wordt, verdwijnt veel van het kraakbeen. Er komt dan steeds meer beenweefsel voor in de plaats.

Slide 15 - Tekstslide

Kraakbeen
in het lichaam van een volwassene zit kraakbeen bijvoorbeeld:

• in de oorschelp
• in de neus
• tussen de ribben en het borstbeen
• tussen de wervels van de wervelkolom

Slide 16 - Tekstslide

ouder worden
Als mensen ouder worden, verandert het beenweefsel. 

Er verdwijnt lijmstof en er komen kalkzouten bij. 

Door de kalkzouten worden de botten harder. Doordat er lijmstof verdwijnt, worden de botten minder buigzaam.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

verbinding
botten kunnen op 4 verschillende manieren verbonden zijn:
-vergroeid
-met een naad
-met kraakbeen
-met een gewricht

Slide 19 - Tekstslide

heiligbeen

het heiligbeen bestaat uit botten die vergroeid zijn. de wervels zijn hier aan elkaar vergroeid

het staartbeen die aan het heiligbeen zit heeft ook vergroeide wervels

Slide 20 - Tekstslide

schedel (volwassen)
de schedel heeft naden tussen de botten . 

Tussen de schedeldelen zitten naden maar deze zijn niet bewegelijk.

Slide 21 - Tekstslide

fontanelen (schedel baby)
bij de schedel van een baby zit er nog ruimte tussen de naden. Dit noemen we fontanelen.

De ruimte is belangrijk voor de bewegelijkheid. dit is nodig voor de bevalling.

het eerste levensjaar groeit dit dicht. 

bij een baby moet je dus nooit te hard op het hoofdje drukken!

Slide 22 - Tekstslide

botten met beweging
als er tussen de botten kraakbeen zit zijn deze botten bewegelijk.

(kraakbeen heeft een hoog lijmstof gehalte)
dit is bij je ruggenwervels

Slide 23 - Tekstslide

gewrichten
een gewricht zorgt voor een verbinding tussen 2 botten. Het is erg bewegelijk.

een gewricht bestaat uit een een gewrichtkogel die ligt in een gewrichtskom

Slide 24 - Tekstslide

gewrichten
om de botten zit een dun laagje kraakbeen dit zorgt voor bewegelijkheid en voorkomen slijtage (kapot gaan).

om de twee botten zit een gewichtkapsel dit houdt de botten bij elkaar.
soms hebben gewrichten daar ook kapselbanden zitten dit ook voor het op zijn plaats houden van het bot.

het  gewichtkapsel is gevuld met een stropige vloeistof, dit is een soort olie om de boel soepel te houden we noemen dit het  gewrichtsmeer.

Slide 25 - Tekstslide

doorsnede
buitenaanzicht

Slide 26 - Tekstslide

gewricht type 1
kogelgewricht

de gewrichtkogel draait in de gewrichtkom.

alle soorten bewegingen zijn hier mogelijk

Slide 27 - Tekstslide

gewricht type 2
schaniergewricht

de gewrichten bewegen als een soort schanier

alleen de beweging heen en terug is mogelijk

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Slide 30 - Video

spieren
Veel spieren zitten aan botten vast met skeletspieren.

Door deze skeletspieren beweeg je je lichaam. 

Alle skeletspieren samen vormen je spierstelsel.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

bouw spieren

Slide 33 - Tekstslide

spierbundels


De spier bestaat uit een aantal spierbundels.

Slide 34 - Tekstslide

spiervezels
De  spierbundels bestaan weer uit spiervezels. 

Elke spiervezel is ontstaan door samensmelting van heel veel spiercellen. 

Een spiervezel bevat dan ook veel celkernen.

Slide 35 - Tekstslide

bindwezels
Elke spierbundel is omgeven door bindweefsel. 

Ook om de hele spier ligt een laag bindweefsel: de spierschede. 

Het bindweefsel geeft stevigheid aan de spierbundel en de spier.

Slide 36 - Tekstslide

pezen

Aan de beide uiteinden van de spier gaat het bindweefsel van de spierschede over in de pezen.

 Hiermee zit de spier aan de botten vast.

Slide 37 - Tekstslide

Hoe werkt een spier?
  •  De spier krijgt een seintje van zenuwcellen.
• De spiervezels trekken hierdoor samen.
• De spier wordt korter en dikker.
• De spier trekt de botten waar hij aan vastzit, naar elkaar toe.
• Er ontstaat een beweging.

Slide 38 - Tekstslide

kuitspier is dun en lang 
(ontspannen)
kuitspier is dik en kort
(aangespannen)
Voor het samentrekken is energie nodig. Bij grote inspanningen trekken veel spiervezels samen. Er vindt dan veel verbranding plaats.

Slide 39 - Tekstslide

Antagonistisch paar
Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft.

Slide 40 - Tekstslide