Les 27 april

Vandaag
Opwarmer - koningsdag
https://schooltv.nl/onderwijsvorm/voortgezet-onderwijs
Kort herhalen werkwoorden
Korte en lange klanken e/a
blok 1 en 2 boek (google docs)










1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Enseignement Secondaire

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer - koningsdag
https://schooltv.nl/onderwijsvorm/voortgezet-onderwijs
Kort herhalen werkwoorden
Korte en lange klanken e/a
blok 1 en 2 boek (google docs)










Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik ___ (hebben) geen idee.
A
is
B
had
C
heb
D
heeft

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jullie ___ (zijn) op tijd gekomen.
A
zijn
B
was
C
hebben
D
is

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij ___ (hebben) altijd gelijk.
A
had
B
hebben
C
heeft
D
is

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wij ___ (zijn) blij met het resultaat.
A
hebben
B
was
C
is
D
zijn

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het meisje ___ (hebben) een mooie hond.
A
heeft
B
had
C
hebben
D
is

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De stam 
De stam is het hele werkwoord -en.
Bij een lange klank, plak je er dus nog een klinker aan vast. De stam van wonen is won, maar de ik-vorm is woon.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ik-vorm van wonen?
A
ik won
B
ik woon
C
ik wonnen
D
ik wonen

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij _______ in Nederland.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Jullie ______ in Tilburg.

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ansaer ______ in Tilburg.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Mohamad en Yemen _______ in Brabant.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het hele werkwoord is spreken. Wat is de stam?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ik-vorm van spreken?
A
ik spreken
B
ik spreeken
C
ik spreek
D
ik sprek

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik _______ Nederlands.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Armando _______ Roemeens.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De leerlingen ________ goed Nederlands.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De docenten _______ Nederlands.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het hele werkwoord is maken. Wat is de stam?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ik-vorm van maken?
A
ik mak
B
ik maken
C
ik maak
D
ik maaken

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ______ de opdracht.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wij ______ een appeltaart.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De leerlingen ______ een pizza.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zij ______ haar huiswerk.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het hele werkwoord is leren. Wat is de stam?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ik-vorm van leren?
A
ik leer
B
ik leren
C
ik ler
D
ik lerren

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ______ voor mijn toets.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hij _______ voor zijn examen.

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wij ______ Nederlands.

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De docent ______ Grieks.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Korte / lange klank e - ee

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

been      -      pen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 34 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 35 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 36 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 37 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 38 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 39 - Quizvraag

maan
Wat hoor je?
A
ee
B
e

Slide 40 - Quizvraag

maan
Bij welk woord hoor je
een korte klank?
A
been
B
pen
C
thee
D
teen

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord heeft
een lange klank?
A
bedden
B
pennen
C
mensen
D
benen

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord heeft
een lange klank?
A
bedden
B
pennen
C
mensen
D
benen

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

korte - lange klank
a - aa
e - ee
o - oo
u - uu
i

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

korte klank
lange klank

Slide 45 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lange klank of korte klank?
slaap
A
lange klank
B
korte klank

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lange klank of korte klank?
kat
A
lange klank
B
korte klank

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten
https://docs.google.com/document/d/1dLbKv7O_zvti8u1E58UJYyWqFRs0NX7FG7UW1coMzyc/edit?usp=sharing

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 13 april

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies