Kijken en luisteren

Kijken en luisteren
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Kijken en luisteren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jou wordt gevraagd om op je buurmeisje van twee te passen. Ze mag van haar ouders naar een tv-programma kijken.

Welke van de drie programma’s kies je?
A
Bumba
B
NOS Journaal
C
Het Klokhuis

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De volgende avond moet je op je buurmeisje van tien jaar passen. Welk programma kies je?


A
Bumba
B
NOS Journaal
C
Het Klokhuis

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je raadt je 16-jarige buurmeisje aan om dit programma vaak te kijken, omdat ze zo meer kennis op doet over wat er zich in de wereld/in Nederland afspeelt?

Welke van de onderstaande programma's raad je aan?
A
Bumba
B
NOS Journaal
C
Het Klokhuis

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk het videofragment 
Luister goed naar de inhoud van de tekst.
Maak aantekeningen bij het fragment.

 Daarna krijg je vragen om te beantwoorden!

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn verschillen tussen een neanderthaler en de moderne mens?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang is het geleden dat men een "witte haai" gezien heeft?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke haaien zie je nu ook steeds minder?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het onderwerp van het fragment?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden gebruik je bij het-woorden?
Wat is het spreekdoel?
A
Informeren
B
Uitleggen
C
Amuseren
D
overtuigen

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden gebruik je bij het-woorden?
Hoeveel haaien werden er voor deze periode gezien per jaar?
A
100
B
150
C
500
D
200

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Over welke stad wordt er gesproken in het filmpje?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verwijswoorden gebruik je bij het-woorden?
Waarom zie je deze kleine haaien (hondshaai en soepvinhaai) minder?
A
vervuiling van de zee
B
door bevissing
C
ze worden opgegeten
D
door ziekte

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de oorzaak dat de witte haai niet meer gezien wordt?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waar is pas geleden een vulkaan uitgebarsten?

Slide 17 - Open vraag

Op het Spaanse eiland La Palma (een van de Canarische eilanden)
Hoe lang is het geleden dat een vulkaan in dit gebied is uitgebarsten?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet kan lava uit een vulkaan worden?
A
800 graden
B
1000 graden
C
1200 graden
D
1400 graden

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de bekende vulkaan in Italië?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de Magma wanneer het naar buiten komt?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is Magma?
A
Vloeibaar, gesmolten steen dat uit de vulkaan stroomt
B
Vloeibaar, gesmolten steen dat in de vulkaan zit

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moeten mensen zoveel mogelijk binnen blijven?

Slide 24 - Open vraag

Omdat je van de rook en de as benauwd kan worden.

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wie is Krijn

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar leefde Krijn?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar kun je de reconstructie van Krijn bekijken?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar werd het eerste skelet van een neanderthaler gevonden?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is het eerste en enige bot van een neanderthaler in Nederland gevonden?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen padden als eerste wanneer ze uit hun winterslaap komen?

Slide 32 - Open vraag

Ze zoeken naar water
Welke andere dieren krijgen ook wel eens hulp bij het oversteken?

Slide 33 - Open vraag

Bijvoorbeeld: schildpadden, luiaards, katten, slangen... 
Wat doen paddenrapers en waarom doen ze dat?

Slide 34 - Open vraag

Ze helpen de dieren veilig naar de overkant, zodat ze niet doodgereden worden.
Welke dieren zijn net als padden ook amfibieën?

Slide 35 - Open vraag

Paren en eitjes leggen
Wat doen padden op plekken met water?

Slide 36 - Open vraag

Kikkers en salamanders
Wat vindt de presentator bizar?
A
Dat er 'helemaal geen mensen' aan te pas komen.
B
Dat het maken van mentos een relatief simpel proces is.
C
Dat hij had gedacht dat het allemaal veel ingewikkelder zou zijn.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel van de mentosrollen uit de fabriek wordt gekocht door de Nederlanders zelf?
A
de helft
B
zestig procent
C
een twintigste deel
D
een vijfde deel

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mentos maken begint bij de aanvoer van grondstoffen. Over welke grondstoffen heeft Marcel het?
A
glucosestroop, kokosvet en suiker
B
Kokosvet, kleurstoffen en suiker
C
glucosestroop, kokosvet en kleurstoffen

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zou hij de conclusie hebben getrokken dat Mentos een Amerikaans bedrijf zou zijn?
A
Omdat hij geen hoge pet opheeft van Nederlandse fabrieken.
B
Omdat hij niet verwacht dat Nederland zulke fabrieken heeft.
C
Omdat hun slogan ook een beetje Amerikaans klinkt.

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat geeft de presentator aan met "Ik zou er heel veel marketing op zetten."
A
Dat met veel reclame deze smaak best goed zal verkopen.
B
Dat je wel heel veel reclame hiervoor moet wil dit gaan verkopen.

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat valt je op als je let op de lichaamstaal van Marcel?
A
Hij gebruikt zijn stem en zijn handen.
B
Hij kijkt altijd de presentator aan wanneer hij praat.
C
Hij praat enthousiast, maar verder doet hij niets speciaals.

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij uitleg over cola-fontein: Welk verband geven de signaalwoorden "daardoor" en "hierdoor" aan?

Welk verband geven deze signaalwoorden aan?
A
een reden
B
een oorzaak-gevolg
C
een conclusie

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zijn het aan de andere kant van de band al de 'echte' mentossnoepjes?


A
ja
B
nee

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uit wat voor stoffen is de allerlaatste laag opgebouwd?


A
suiker, glucose en smaakstoffen
B
suiker, kleur- en smaakstoffen
C
suiker en kleurstoffen

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat meet de man?


A
hoeveel snoepjes er precies in het apparaat passen
B
de diameter en de dikte van de snoepjes
C
of de snoepjes wel allemaal dezelfde "breedte" hebben.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is er voor verschil tussen het deeg van de buitenkant en het deeg van de binnenkant?
A
Geen verschil, de machine trekt alleen aan het deeg.
B
Geen andere deeg, wel een ander proces en wat kleurstoffen.
C
In het deeg van de buitenkant zitten andere grondstoffen.

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Marcel spreekt van interieur en exterieur deeg.
Wat bedoelt hij?
A
interieur deeg zit aan de binnenkant, exterieur buiten.
B
interieur is de harde buitenkant, exterieur zit binnenin.

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De nieuwe smaak is groene thee, speciaal voor de Japanse markt. Ligt deze ook al bij ons in de schappen?
A
ja
B
nee

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Marcel legt uit: "Smokkelen kan niet." Welke signaalwoorden gebruikt hij bij zijn uitleg?

Marcel zegt dat dat mooi zou zijn. Daarna geeft hij aan dat dat niet kan.

Hij gebruikt in zijn antwoord twee signaalwoorden om twee verschillende verbanden aan te geven. welke?
A
maar: een opsomming want: oorzaak- gevolg
B
maar: een tegenstelling want: een reden
C
maar: een tegenstelling want: een conclusie

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies