Unidad 1 Paso adelante: 1.1, 1.2 y artículos/ plural/ fem/masc
Unidad 1 Paso adelante: 1.1, 1.2, 1.3 y gramática
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansWOMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1
In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 16 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Unidad 1 Paso adelante: 1.1, 1.2, 1.3 y gramática
Slide 1 - Tekstslide
Veel succes met het herhalen van de woorden van 1.1, 1.2, 1.3 en de lidwoorden en ser! Ook de meervoudsregel en hoe je kunt zien of een woord mannelijk is of vrouwelijk komt aan bod.
¡Mucho éxito!
Slide 2 - Tekstslide
Noteer een Spaans woord
Slide 3 - Woordweb
¿Qué significa....? (Wat betekent...?) soy
A
ik ga
B
ik ben
C
ik heet
D
ik spreek
Slide 4 - Quizvraag
Welk onbepaald lidwoord zet je op de stippellijntjes: ....... piscina (een)
Slide 5 - Open vraag
Bij welk lidwoord hoort het zelfstandig naamwoord?
la
el
las
los
hermano
pueblos
ciudad
tiendas
Slide 6 - Sleepvraag
¿Qué significa...? dónde
A
wanneer
B
waarheen
C
wat
D
waar
Slide 7 - Quizvraag
Wat is de vrouwelijke vorm van... el amigo ?
Slide 8 - Open vraag
¿Qué significa...? tenemos
A
ik heb
B
hij heeft
C
hij is
D
wij hebben
Slide 9 - Quizvraag
Maak de juiste combinaties
el pueblo
me llamo
gris
grande
ik heet
groot
het dorp
grijs
Slide 10 - Sleepvraag
Hoe zeg je in het Spaans: 'wij zijn...'
A
eres
B
somos
C
sois
D
nosotros somos
Slide 11 - Quizvraag
Wat is de vertaling van zij (enkelvoud)
Slide 12 - Open vraag
¿Usted ...... señor Hernández? Vul aan met een vorm van ser.
A
vas
B
eres
C
vive
D
es
Slide 13 - Quizvraag
Combineer de COLOR met het juiste woord!
verde
naranja
violeta
amarillo
rojo
Slide 14 - Sleepvraag
Wat is het meervoud van 'el presentador'?
Slide 15 - Open vraag
Combineer de persoonlijke vnw. met de juiste ww-vorm van ser!
Yo
Tú
Él / ella / usted
Nosotros/-as
Vosotros/ -as
Ellos/ ellas/ ustedes
somos
eres
soy
son
es
sois
Slide 16 - Sleepvraag
Welke vorm van ser past? ¿Vosotros ....... hermanos?
A
soy
B
somos
C
sois
D
son
Slide 17 - Quizvraag
Hoe zeg je vakantie in het Spaans?
Slide 18 - Open vraag
Última pregunta...
Slide 19 - Tekstslide
Bij welk woord gaat het NIET om familie?
A
hijo
B
hermana
C
amiga
D
padre
Slide 20 - Quizvraag
Tot nu toe zijn de woordjes en de grammatica (lidwoorden en ser) goed te doen