Debatwedstrijd op Enchi College of Education, 2026
EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · STRUCTUUR
Quiz
Terugblik: Standpunt en argumenten
Debatwedstrijd op Enchi College of Education, 2026
EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · STRUCTUUR
Quiz
Terugblik: Standpunt en argumenten
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: The Ezekiels / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vul in
Een argument dat een ander argument onderbouwt, heet een subargument. Zo'n reeks noem je een onderschikkende argumentatie, ook wel ketenargumentatie genoemd.
Syllabus: onderschikkende argumentatie = een argument wordt ondersteund door subargumenten; ook ketenargumentatie.
Welke structuur heeft deze argumentatie?
Ik neem de trein: dat is goedkoper, want met de auto betaal ik ook nog voor parkeren.
Nevenschikkend, afhankelijk
Nevenschikkend, onafhankelijk
Onderschikkend
Enkelvoudig
Het argument 'goedkoper' wordt ondersteund door 'met de auto betaal ik ook parkeren': subargument, dus onderschikkend.
Welke structuur heeft deze argumentatie?
Ik kan gratis naar het museum: scholieren met een pas komen gratis binnen en ik heb zo'n pas.
Nevenschikkend, onafhankelijk
Onderschikkend
Nevenschikkend, afhankelijk
Enkelvoudig
De twee uitspraken zijn samen nodig: alleen de regel of alleen de pas is niet genoeg om gratis binnen te komen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · STRUCTUUR
Tekst Q: Huiswerk in het weekend
(1) Leraren moeten in het weekend geen huiswerk opgeven.
(2) Het weekend is er om bij te komen van een drukke week. Wie ook dan nog moet leren, is maandag eerder moe dan uitgerust.
(3) Sommige docenten zeggen dat leerlingen anders achterlopen. Dat klopt niet helemaal: wie door de week goed plant, redt het ook zonder weekendhuiswerk.
(4) Bovendien hebben veel leerlingen in het weekend een bijbaan of sporten ze voor hun club.
Eigen tekst voor Examenstof
Standpunt: alinea 1. Alinea 2: argument (weekend is om bij te komen) met subargument (wie ook dan leert, is maandag moe). Alinea 3: tegenargument met weerlegging. Alinea 4: tweede, onafhankelijk argument.
Citeer het tegenargument (begin en einde).
Gevraagd: de zin in alinea 3. Goed: 'Sommige' ... 'achterlopen'. De tweede zin ('Dat klopt niet helemaal ...') is de weerlegging. Veelgemaakte fout: beide zinnen citeren.
Welke zin in alinea 2 is een subargument?
Wie ook dan moet leren, is maandag eerder moe
Het weekend is er om bij te komen
Leraren moeten geen huiswerk opgeven
Docenten willen dat leerlingen niet achterlopen
De tweede zin ondersteunt het argument in de eerste zin. De eerste zin is het argument, 'Leraren moeten ...' is het standpunt.
Hoe gaat de schrijver in alinea 3 met het tegenargument om?
De schrijver neemt het tegenargument over
De schrijver gebruikt het als subargument
De schrijver zet het naast zijn eigen argumenten
De schrijver weerlegt het tegenargument
'Dat klopt niet helemaal' geeft aan dat de schrijver het tegenargument weerlegt.
Welk woord kondigt een argument aan?
dus
omdat
daarom
kortom
'Omdat' leidt een reden in. 'Dus', 'daarom' en 'kortom' leiden juist een conclusie of standpunt in.
Wat is het impliciete standpunt van de schrijver?
Een telefoon op tafel leidt af, dat weet iedereen. En wie is afgeleid, leert minder. Tijd voor een duidelijke regel.
Telefoons moeten in de klas verboden worden
Leerlingen leren minder dan vroeger
Docenten moeten hun telefoon inleveren
Iedereen is te veel op zijn telefoon
Het standpunt staat er niet: de argumenten (afleiding, leer minder) wijzen naar een regel die telefoons in de les weert.
Welke uitspraak is waarderend?
De bibliotheek is op zondag gesloten
Veel scholieren hebben een bijbaantje
Een dagje zonder telefoon is een verademing
De trein rijdt vaker dan de bus
'Een verademing' is een oordeel. De andere uitspraken zijn te controleren: feitelijk.
Zet de stappen van het analyseren op volgorde
Volgorde zoals in de training: eerst standpunt, dan argumenten, dan samenhang, dan benoemen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · STRUCTUUR
Goed gedaan!
Je kunt nu een standpunt vinden, argumenten onderscheiden en de structuur van een argumentatie benoemen.
Deze slide heeft geen instructies