Rapporteren

Rapporteren
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Rapporteren

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij rapporteren?

Slide 2 - Woordweb

Rapporteren, hoe doe je dat?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is rapporteren?
Rapporteren houd in dat je iets gaat melden wat he hebt waargenomen / meegemaakt/ geobserveerd. Je rapporteert over gebeurtenissen op je werk of iets wat je hebt gezien. dit wordt een rapportage genoemd.

Je rapporteert om:
  • Informatie aan anderen te geven over een bepaald onderwerp.
  • Een gebeurtenis aan anderen door te geven.
  • Instructie aan anderen door te geven.

Slide 4 - Tekstslide

Manieren om te Rapporteren
  • Mondeling (overdracht)
  • Schriftelijk
  • Digitaal

Slide 5 - Tekstslide

Tips bij rapporteren 
• Schrijf respectvol over de cliënt en zijn/haar naaste(n);
• Vermeld wat je hebt afgesproken met de cliënt en/of naaste(n);
• Beschrijf alleen feiten en geef niet je eigen mening. Wil je
toch je mening geven, geef dan duidelijk aan dat het om
jouw mening gaat;
• Heeft een situatie je aangegrepen of ben je nog emotioneel
over een situatie, wacht dan even met rapporteren of spreek
een collega, zodat je wat later objectief kunt rapporteren;

• Schrijf kort, krachtig en volledig zodat navraag niet nodig is;

Slide 6 - Tekstslide

Tips bij rapporteren vervolg 1
• Trek geen conclusie/stel geen diagnose als je daartoe niet
bevoegd bent;
• Reageer op eerdere rapportages of op tussentijdse wijzigingen;
• Gebruik geen afkortingen die niet gangbaar zijn in de
Nederlandse taal en vermijd vaktaal. Schrijf zodat iedereen
het kan begrijpen;
• Let op taal-, schrijf en typefouten. De automatische
correctie kan onbedoeld voor vreemde zinnen zorgen. 

Slide 7 - Tekstslide

Objectief en subjectief 
Het verschil tussen objectief en subjectief is erg belangrijk, maar nog veel belangrijker is om te weten wanneer iemand objectieve of subjectieve argumenten geeft. Het is ook belangrijk om bij jezelf na te gaan of je in sommige situaties wel objectief bent.

Slide 8 - Tekstslide

Objectief of subjectief ?

Slide 9 - Tekstslide

Het is koud!
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 10 - Quizvraag

Hij gaat drie keer per dag naar het toilet
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 11 - Quizvraag

Mevrouw ziet er ziek uit.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 12 - Quizvraag

Meneer is onrustig
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 13 - Quizvraag

Mevrouw geeft aan haar kinderen vaker te willen zien
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 14 - Quizvraag

Het is een wilde plant
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 15 - Quizvraag

Het bevat zoetstoffen dat vind ik lekker
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 16 - Quizvraag

Hoe rapporteren?
Rapporteren is nuttig omdat het aangeeft wat je hebt gedaan en ook of je vervolgacties van je collega’s verwacht. Het is daarom belangrijk om consequent, duidelijk en feitelijk te rapporteren. Waar je verschil maakt in objectieve en subjectieve rapportages 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Bespreek in tweetallen:

Wat heb je gerapporteerd?

Wat is objectief?
Wat is subjectief?

Wat zou je een andere keer anders rapporteren?

Slide 19 - Tekstslide

Rapporteren op je stage?
Hoe wordt er gerapporteerd op jou stage?

Slide 20 - Tekstslide