Herhaling hoofdbewerkingen met negatieve getallen

Herhaling: hoofdbewerkingen met gehele getallen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhaling: hoofdbewerkingen met gehele getallen

Slide 1 - Tekstslide

Optellen en aftrekken
STAP 1: vereenvoudig opeenvolgende tekens.
                  5 – (-6) = 5 + 6 (hetzelfde teken          + )
                  5 + (-6) = 5 – 6 (verschillende teken          - )
STAP 2:
Hetzelfde teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                   2. absolute waarden OPTELLEN
             Voorbeeld: – 5 – 6 = - 11
Verschillend teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                          2. absolute waarden AFTREKKEN
              Voorbeelden: – 5 + 6 = + 1 = 1
                                           + 5 – 8 = - 3

Slide 2 - Tekstslide

Vermenigvuldigen en delen
STAP 1: Tel het aantal mintekens:
                     Even aantal mintekens        positief resultaat
                     Oneven aantal mintekens        negatief resultaat
STAP 2: Absolute waarden VERMENIGVULDIGEN of DELEN
Voorbeelden:   7   (- 6) = - 42
                               - 30 : (- 5) = 6


Slide 3 - Tekstslide

4 (- 5) =
A
20
B
-20
C
-9
D
9

Slide 4 - Quizvraag

Vermenigvuldigen en delen
STAP 1: Tel het aantal mintekens:
                    Oneven aantal mintekens        negatief resultaat
STAP 2: Absolute waarden VERMENIGVULDIGEN 

Dus 4  (-5) = - 20 (B)


Slide 5 - Tekstslide

- 20 + 2 =
A
-22
B
22
C
-18
D
18

Slide 6 - Quizvraag

Optellen en aftrekken
STAP 2:
Verschillend teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                          2. absolute waarden AFTREKKEN

Dus - 20 + 2 = - 18  (C)

Slide 7 - Tekstslide

- 12 (- 3) =
A
15
B
-15
C
36
D
-36

Slide 8 - Quizvraag

Vermenigvuldigen en delen
STAP 1: Tel het aantal mintekens:
                     Even aantal mintekens        positief resultaat
STAP 2: Absolute waarden VERMENIGVULDIGEN

Dus - 12   (-3) = 36 (C)


Slide 9 - Tekstslide

- 20 - 2 =
A
22
B
-22
C
18
D
-18

Slide 10 - Quizvraag

Optellen en aftrekken
STAP 2:
Hetzelfde teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                   2. absolute waarden OPTELLEN

Dus - 20 - 2 = - 22 (B)
              

Slide 11 - Tekstslide

- 20 : 2 =
A
-10
B
10
C
-18
D
18

Slide 12 - Quizvraag

Vermenigvuldigen en delen
STAP 1: Tel het aantal mintekens:
                    Oneven aantal mintekens        negatief resultaat
STAP 2: Absolute waarden DELEN

Dus - 20 : 2 = -10 (A)


Slide 13 - Tekstslide

- 10 + (- 2) =
A
8
B
-8
C
12
D
-12

Slide 14 - Quizvraag

Optellen en aftrekken
STAP 1: vereenvoudig opeenvolgende tekens.     
                  5 + (-6) = 5 – 6 (verschillende teken          - )
STAP 2:
Hetzelfde teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                   2. absolute waarden OPTELLEN

Dus - 10 + (- 2) = - 10 - 2 = - 12 (D)
            

Slide 15 - Tekstslide

- 10 - (-2) =
A
8
B
-8
C
12
D
-12

Slide 16 - Quizvraag

Optellen en aftrekken
STAP 1: vereenvoudig opeenvolgende tekens.
                  5 – (-6) = 5 + 6 (hetzelfde teken          + )    
STAP 2:
Verschillend teken: 1. teken van de grootste absolute waarde
                                          2. absolute waarden AFTREKKEN

Dus: - 10 -(-2) = - 10 + 2 = - 8 (B)

Slide 17 - Tekstslide

-100 : (-20) =
A
50
B
-50
C
5
D
-5

Slide 18 - Quizvraag

Vermenigvuldigen en delen
STAP 1: Tel het aantal mintekens:
                     Even aantal mintekens        positief resultaat
STAP 2: Absolute waarden VERMENIGVULDIGEN

Dus - 100 : (- 20) = 5 (C)


Slide 19 - Tekstslide

- 7 + 8=

Slide 20 - Open vraag

- 7 . 8 =

Slide 21 - Open vraag

- 7 - 8 =

Slide 22 - Open vraag

- 24 : 4 =

Slide 23 - Open vraag

- 10 + 0=

Slide 24 - Open vraag

- 10 . 0=

Slide 25 - Open vraag

- 12 + (- 5) =

Slide 26 - Open vraag

- 18 - (- 5) =

Slide 27 - Open vraag

- 9 . (- 6) =

Slide 28 - Open vraag

- 8 : (- 2) =

Slide 29 - Open vraag

0 : (- 4) =

Slide 30 - Open vraag

0 - 4 =

Slide 31 - Open vraag

EINDE

Slide 32 - Tekstslide