Les U2 Klok, bezit AppU2 124

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.

Slide 1 - Tekstslide

Programme d'aujourd'hui
Répéter Apprendre 1-7
Répéter Pouvoir, kloktijden, bezittelijk voornaamwoord
Contrôler : 9a 9b



Slide 2 - Tekstslide

Apprendre 1-4. VWO
De nieuwe uitvoering staat klaar!


timer
1:00

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

les adjectifs et pronoms possessifs

Slide 5 - Tekstslide

Welke kloktijd hoort bij welke klok?
Il est une heure
Il est une heure et quart
Il est deux heures moins le quart
Il est une heure et demie

Slide 6 - Sleepvraag

Welke kloktijd hoort bij welke klok?
Il est midi.
Il est trois heures moins le quart
Il est quatre heures et quart
Il est midi et demi.

Slide 7 - Sleepvraag

Welke beschrijving hoort bij welke kloktijd?
01h30
10h15
09h00
05h30
08h45
06h30
02h00
01h45
Il est une heure et demie
Il est dix heures et quart
Il est neuf heures
Il est cinq heures et demie
Il est deux heures moins le quart
Il est deux heures 
Il est six heures et demie
Il est neuf heures moins le quart

Slide 8 - Sleepvraag

                                        Exercice
De digitale tijd als laatste item.

Slide 9 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
Kenmerken:
In het Nederlands 1 vorm per persoon.
(mijn, jouw, zijn, haar, ons, julie, uw, hun)

In het Frans 3 per persoon.
Afhankelijk of het "bezit" mannelijk, vrouwelijk of meervoud is.

Kijk dus eerst naar het "bezit" en bepaal dan welke vorm je nodig hebt.

Slide 10 - Tekstslide

Waar moet je op letten als je het juiste bezittelijk voornaamwoord wilt gebruiken?
A
Kijk of de eigenaar mannelijk (enk of mv) of vrouwelijk (enk of mv) is.
B
Kijk of het bezit mannelijk (enk of mv) of vrouwelijk (enk of mv) is.

Slide 11 - Quizvraag

ta
mes
ses
ma
ons/ onze
uw / jullie
hun
mon
sa
tes
son
mijn
jouw
zijn / haar
notre
leur
vos
votre

Slide 12 - Sleepvraag

Vertaal:
Haar broer heeft een vriendin.

Slide 13 - Open vraag

Zijn moeder is aardig.

Slide 14 - Open vraag

Wat is bijzonder bij vrouwelijke woorden die met een klinker of een "h" beginnen in combinatie met een bezittelijk voornaamwoord?
Geef 2 correcte voorbeelden.

Slide 15 - Open vraag

Bezittelijk voornaamwoord.
Bekijk page 64 en 2.5 Grammaire II 
Maak vervolgens 16a
Luister naar gesprekken van 16b
Exercice 16c: Kijk naar het "bezit" en bepaal welke bezittelijk voornaamwoord je nodig hebt.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Au travail

Les devoirs

Herhalen Apprendre 1-5
Herhalen bezittelijk voornaamwoord

Slide 18 - Tekstslide

C'est la fin

Slide 19 - Tekstslide