havo 4.4 Migratie naar Nederland-ELR

Laptop aan - LESSON UP
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Laptop aan - LESSON UP

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Laptop aan - LESSON UP

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Laptop aan - LESSON UP

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Laptop aan - LESSON UP

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.4 Migratie naar Nederland
Leerboek open 4.4, blz. 132

Slide 8 - Tekstslide

Leerboek open 4.4, blz. 132
Lesdoelen:
Na deze les kun je de motieven voor migratie uitleggen en verschillende groepen migranten onderscheiden.
 

Succescriteria:
  • Na de les kun je drie motieven voor migratie opsommen, uitleggen en koppelen aan verschillende groepen migranten.
  • Na de les kun je 6 verschillende groepen migranten onderscheiden.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Lesplan
  • Terugblik hokjesdenken
  • Theorie 4.4 migratie naar NL
  •  4.4: Opdrachten 10, 11 & 12 in tweetallen. Klaar? Verder met huiswerk! 4.4: 1, 2, 3, 6, 7, 10 , 11 , 12 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voordeel en een nadeel van hokjesdenken.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stereotypen en vooroordelen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maatschappelijke gevolgen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wij-zij denken 
Kenmerken:
  • Positief beeld van de eigen groep, negatief en oppervlakkig beeld van de andere groep.
  • Afzetten tegen de andere groep versterkt de onderlinge band en saamhorigheid in de eigen groep.
Bijvoorbeeld: voetbalsupporters van FC Twente en tegenover voetbalsupporters van Heracles. Denk ook aan BARNGA

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Polarisatie
Proces waarbij tegenstellingen worden benadrukt en groepen steeds sterker tegenover elkaar komen te staan.

Waarom is polarisatie soms nodig?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nog even oefenen... mini quiz.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je iemand categoriseert, dan:
A
ben je bewust van je eigen normen en waarden
B
probeer je je eigen gedrag te begrijpen
C
schat je iemand als persoon in
D
probeer je beeldvorming te vermijden

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zijn de uitspraken een vooroordeel of stereotype?

I. “Esther kan goed leren, want haar vader is arts.”
II. “Limburgers kun je niet verstaan.”
A
I is een vooroordeel, II is een stereotype.
B
I en II zijn vooroordelen.
C
I is een stereotype, II is een vooroordeel
D
I en II zijn stereotypen.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke uitspraak is (on)juist?
I. Discriminatie kan voorkomen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij de opsporing van criminaliteit en op sociale media.
II. Discriminatie heeft invloed op de mentale gezondheid.
A
I is juist, II is onjuist.
B
I is onjuist, II is juist.
C
I en II zijn beide juist.
D
I en II zijn beide onjuist.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Immigranten

Emigranten

Slide 21 - Tekstslide

Migreren = verhuizen 

Emigratie =  verhuizen naar een ander land

Immigratie = vanuit een ander land naar NL verhuizen

Slide 22 - Link

Deze slide heeft geen instructies

H4 Migratie naar Nederland

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Motieven om te migreren:
 Economische motieven
               
bijv. armoede ontvluchten
- Sociale motieven
                bijv. dichterbij familie wonen
- Politieke motieven
               
bijv. onveilige situatie in land van herkomst

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijkste migratiestromen in NL (na WOII)
- Migratie uit vroegere koloniën
              Surinamers, Antillianen, Molukkers
- Arbeidsmigratie
             - 
Gastarbeiders (jaren '60: vooral Turken en Marokkanen)
             - Arbeidsmigranten binnen EU (bijv. Polen) 
             - Kennismigranten buiten EU (bijv. VS en India)
 - Vluchtelingen 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vluchtelingen
Mensen die hun land onder druk van oorlog en geweld verlaten. 

- Meestal opvang in buurlanden.
- Een deel vraagt in NL (of andere Westerse landen) asiel. 

Slide 27 - Tekstslide

Asiel betekent letterlijk toevluchtsoord. 

Groepen migranten
  • Migranten uit vroegere koloniën
  • Gastarbeiders
  • Vluchtelingen
  • Arbeidsmigranten binnen de EU
  • Kennismigranten (buiten de EU)
  • Volgmigranten 
    4.4

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Waar blijven alle vluchtelingen?
2.340 weergaven30 sep. 2015 NOS
Restrictief toelatingsbeleid, 
bron 12, blz. 133 Leerboek

Slide 30 - Tekstslide

Bron 12, blz. 133 leerboek
Check jezelf!
Lesdoelen:

Na deze les kun je de motieven voor migratie uitleggen en verschillende groepen migranten onderscheiden.


Slide 31 - Tekstslide

Als er nog tijd is en interesse van de leerlingen kunnen we nog in gaan op ons eigen hokjesdenken, of ze er nu bewuster van zijn. Zo niet, in een volgende les terug laten komen.
Check jezelf!

Succescriteria:

Na de les kun je drie motieven voor migratie opsommen, uitleggen en koppelen aan verschillende groepen migranten.

Na de les kun je 6 verschillende groepen migranten onderscheiden.

Slide 32 - Tekstslide

Als er nog tijd is en interesse van de leerlingen kunnen we nog in gaan op ons eigen hokjesdenken, of ze er nu bewuster van zijn. Zo niet, in een volgende les terug laten komen.
Aan de slag.
4.4: Opdrachten 10, 11 & 12 in tweetallen
Klaar? Verder met huiswerk!
4.4: 1, 2, 3, 6, 7, 10 , 11 , 12
timer
10:00

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

10 VLUCHTELINGENVRAAGSTUK IN DE POLITIEK blz. 128
a. De partijen staan linksboven in het schema: d.w.z. dat ze vooral economisch links en sociaal-cultureel progressief zijn.
b. Linkse partijen vinden dat de overheid mensen in een kwetsbare positie, in dit geval vluchtelingen en asielzoekers, moet beschermen en ze moet helpen om een bestaan op te bouwen. Ongelijkheid tussen mensen moet worden tegengegaan vanuit de gedachte dat iedereen gelijkwaardig is.
c. De partijen staan rechtsonder in het schema: d.w.z. dat ze vooral economisch rechts en sociaal-cultureel conservatief zijn.
d. Deze partijen zijn in meer of mindere mate conservatief, d.w.z. behoudend, o.a. behoud van tradities. De komst van vluchtelingen die ook hun eigen culturele gebruiken meebrengen, kan tradities en identiteit van het land onder druk zetten en zorgen voor verandering. Dat is niet wat conservatieve partijen willen.

10. Vluchtelingenvraagstuk in de politiek
A. 
In welke hoek staan de partijen die vooral de positie en omstandigheden van vluchtelingen en asielzoekers willen verbeteren? Beschrijf deze hoek aan de hand van de horizontale en verticale as.

B. 
Geef een verklaring voor hun standpunten over vluchtelingenopvang aan de hand van hun positie op de as economisch links - economisch rechts.

C. 
In welke hoek staan de partijen die vooral de mogelijkheden voor opvang van asielzoekers en vluchtelingen in Nederland willen beperken? Beschrijf deze hoek aan de hand van de horizontale en verticale as.

D.
Geef hiervoor een verklaring aan de hand van hun positie op de as sociaal-cultureel progressief - sociaal-cultureel conservatief.

Slide 35 - Tekstslide

10 VLUCHTELINGENVRAAGSTUK IN DE POLITIEK blz. 128
a. De partijen staan linksboven in het schema: d.w.z. dat ze vooral economisch links en sociaal-cultureel progressief zijn.
b. Linkse partijen vinden dat de overheid mensen in een kwetsbare positie, in dit geval vluchtelingen en asielzoekers, moet beschermen en ze moet helpen om een bestaan op te bouwen. Ongelijkheid tussen mensen moet worden tegengegaan vanuit de gedachte dat iedereen gelijkwaardig is.
c. De partijen staan rechtsonder in het schema: d.w.z. dat ze vooral economisch rechts en sociaal-cultureel conservatief zijn.
d. Deze partijen zijn in meer of mindere mate conservatief, d.w.z. behoudend, o.a. behoud van tradities. De komst van vluchtelingen die ook hun eigen culturele gebruiken meebrengen, kan tradities en identiteit van het land onder druk zetten en zorgen voor verandering. Dat is niet wat conservatieve partijen willen.

Check jezelf!
Lesdoelen:
Na deze les kun je de motieven voor migratie uitleggen en verschillende groepen migranten onderscheiden.

Succescriteria:
Na de les kun je drie motieven voor migratie opsommen, uitleggen en koppelen aan verschillende groepen migranten.
Na de les kun je 6 verschillende groepen migranten onderscheiden.

Slide 36 - Tekstslide

Als er nog tijd is en interesse van de leerlingen kunnen we nog in gaan op ons eigen hokjesdenken, of ze er nu bewuster van zijn. Zo niet, in een volgende les terug laten komen.
4.5 Integratie gaat niet vanzelf.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies