Werkwoorden mogen, kunnen

Grammatica
werkwoorden:
kunnen, mogen, 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Grammatica
werkwoorden:
kunnen, mogen, 

Slide 1 - Tekstslide

Uit: van A tot Zin --> 1.3

klassikale uitleg + 
Opdracht voor  leerlingen op weg naar A1
Opdracht  voor leerlingen op weg naar A2
Grammatica regelmatige werkwoorden
KIJKEN
Ik kijk
jij kijk T
Hij kijk T
Zij kijk T
Wij kijken


Slide 2 - Tekstslide

Uit: van A tot Zin --> 1.3

klassikale uitleg + 
Opdracht voor  leerlingen op weg naar A1
Opdracht  voor leerlingen op weg naar A2
Doel

Je vervoegt de
onregelmatige werkwoorden
kunnen, mogen 
in de tegenwoordige tijd correct.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kunnen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.........jij dit pakket meenemen?
A
Kun
B
Kunt

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......u even wachten?
A
Kunt
B
Kun

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jij..........goed luisteren.
A
kan
B
kunt

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

mogen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de regels

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

.......wij ook een ijsje kopen?
A
Mag
B
Mogen

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ja, hoor dat ......
A
mogen
B
mag

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de werkwoorden in:
 Kies het juiste werkwoord

...kunnen / mogen...

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat...........ik voor je doen?
A
mag
B
ben
C
wil
D
kan

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.......ik een kopje koffie?
A
heb
B
ben
C
mag
D
wil

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

.........ik met je meegaan?
A
wil
B
zal
C
mag
D
kan

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

........jij autorijden?
A
kun
B
mag
C
wil
D
heb

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik......... betalen.
A
kan
B
ben
C
wil
D
mag

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nee, ik..........morgen niet!
A
mag
B
kan
C
wil
D
zal

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan de werkwoorden
kunnen en mogen
in de tegenwoordige tijd correct vervoegen.
0100

Slide 20 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

En nu jullie...
Even oefenen....

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies