Sociaal netwerk - lesdag 3

Programma

  • Theorie - Sociaal netwerk  

  • Opdracht - Netwerk in kaart 

  • Ervaringsverhaal

  • Opdracht - Netwerk versterken

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Programma

  • Theorie - Sociaal netwerk  

  • Opdracht - Netwerk in kaart 

  • Ervaringsverhaal

  • Opdracht - Netwerk versterken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is een sociaal netwerk?

Slide 2 - Tekstslide

Een klassegesprek:
wat is een sociaal netwerk
is het belangrijk?
waarom?
is er iemand die een voorbeeld heeft van een steunend of juist niet steunend netwerk
waarom krijgen jullie dit vak denk je?

Slide 3 - Tekstslide

Een goed sociaal netwerk geeft de cliënt de mogelijkheid om met zo min mogelijk begeleiding adequaat te functioneren in het dagelijks leven en om mee te blijven doen in de participatiemaatschappij. Het ontbreken van een sociaal netwerk heeft vaak eenzaamheid en sociaal isolement tot gevolg en vermindert de zelfstandigheid.

Slide 4 - Tekstslide

Een goed sociaal netwerk geeft de cliënt de mogelijkheid om met zo min mogelijk begeleiding adequaat te functioneren in het dagelijks leven en om mee te blijven doen in de participatiemaatschappij. Het ontbreken van een sociaal netwerk heeft vaak eenzaamheid en sociaal isolement tot gevolg en vermindert de zelfstandigheid.

Slide 5 - Tekstslide

Affectieve behoeften: Je wilt geliefd voelen
Materiele behoeften: Mensen willen kunnen ervaren dat
ze anderen kunnen ‘gebruiken’ voor raad, informatie, geld, kortom: dat ze
een beroep kunnen doen op anderen.
Behoefte aan aansluiting:
Ieder mens wil kunnen ervaren dat hij
deel uitmaakt van een groter geheel, dat hij niet alleen is op deze aardbol.
En vooral, dat dat groter geheel bestaat uit mensen die ongeveer dezelfde
interesses en waarden hebben als hijzelf.
Behoefte aan sociale zekerheid: De mens wil bepaalde zekerheden
vastleggen in afspraken, vaste codes, overeenkomsten en contracten. Op
die manier wordt de (sociale) situatie overzichtelijk en stabiel

Waarom een sociaal netwerk?
  • affectieve behoefte: geliefd voelen
  • materiele behoefte: delen van raad, spullen
  • behoefte aan aansluiting: erbij horen
  • behoefte aan sociale zekerheid: veiligheid, voorspelbaarheid


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Alleen is een cliënt zich vaak niet bewust van het feit dat hij een sociaal netwerk heeft. Of hij weet hij niet hoe hij dit netwerk effectief kan inzetten.

Versterken, uitbreiden en activeren van sociaal netwerk

  • sociale steun: activiteiten ondernemen
  • emotionele steun: aandacht, troost
  • cognitieve steun: advies en meedenken
  • praktische steun: hulp bij dagelijkse taken

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de betekenissen naar de juiste behoeften.
Affectieve behoeften
Materiële behoeften
Behoefte aaan aansluiting
Behoefte aan sociale zekerheid
Je wilt geliefd voelen.
Mensen willen kunnen ervaren dat
ze anderen kunnen ‘gebruiken’ voor raad, informatie, geld, kortom: dat ze een beroep kunnen doen op anderen.

Ieder mens wil kunnen ervaren dat hij/zij deel uitmaakt van een groter geheel, dat hij niet alleen is op deze aardbol. En vooral, dat dat groter geheel bestaat uit mensen die ongeveer dezelfde interesses en waarden hebben als hijzelf.
De mens wil bepaalde zekerheden
vastleggen in afspraken, vaste codes, overeenkomsten en contracten. Op
die manier wordt de (sociale) situatie overzichtelijk en stabiel

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sociale steun
Emotionele steun
Cognitieve steun
Praktische steun
Samen koffie drinken
Troost bieden, een arm om iemand heen slaan
Meedenken over het oplossen van een probleem
Boodschappen doen, een formulier invullen

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Mensen met een vluchtelingenstatus zonder directe familie in Nederland hebben vaak geen netwerk omdat ze hier niemand kennen. Het opbouwen van een netwerk is moeilijk als je de Nederlandse taal niet machtig bent.
Cliënten met een zeer laag IQ hebben niet altijd de sociale vaardigheden om te functioneren in een netwerk en cliënten met een netwerk dat al zeer lang te zwaar belast is, kunnen niet nog meer vragen van hun naasten.
Cliënten met wisselende emoties en agressief gedrag zijn vaak niet in staat tot het opbouwen van een sociaal netwerk.

Goed netwerk
bevordert zelfstandigheid en zelfredzaamheid

kwaliteit belangrijker dan grootte!

overbelasting mantelzorgers voorkomen

=> onderdeel van het ondersteuningsplan van de cliënt

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe breng je een sociaal netwerk in kaart
Verschillende manieren:

  • Groslijst
  • Netwerkcirkel van Lensink
  • Genogram
  • Ecogram

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groslijst
Groslijst:  lijst personen die de cliënt kent, aardig of belangrijk vindt. 

Doel: Netwerk in kaart brengen en bevorderen van informele steun. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Netwerk cirkel van Lensink
 Netwerk cirkel van Lensink: 
  • netwerkleden in relatie tot de cliënt
  • verdeeld in vier kwadranten: familie, medecliënten, professionals en mensen die je ontmoet hebt in de samenleving. 
  • groslijst als basis

Je ontdekt wie er mogelijke hulpbronnen zijn

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genogram
 
  • familie in 3 of 4 generaties
  • symbolen voor man/vrouw/overleden enz 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecogram
  • belangrijke sociale contacten uit verschillende leefgebieden: familieleden, vrienden/ kennissen, vrijwilligers en professionele zorg- en dienstverleners.
  •  lijnen geven de relaties weer


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Breng het sociale netwerk van een cliënt in kaart door middel van een  ecogram of netwerkcirkel van Lensink.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken met het netwerk
  1. In kaart brengen
  2. activeren betrokkenheid
  3. uitbreiden met nieuwe contacten
  4. samenwerken: duidelijke rollen
  5. evalueren van doelen 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de juiste match
Ecogram
Groslijst
Netwerk cirkel van Lensink

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Check op de doelen van de les
1) Aan het einde van de les kan je uitleggen wat een sociaal netwerk is. 

2) Aan het einde van de les kan je de volgende begrippen in jouw eigen woorden uitleggen:
  • Groslijst
  • Netwerk cirkel van Lensink
  • Genogram
  • Ecogram


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evalueren op proces

Hoe vond je de les (interessant/theoretisch/saai/enz)?
Hoe vond je de sfeer in de klas?
Hoe vond je dat de docent het deed?
Evalueren op product

Wat vond je van de lesstof?
Wat heb je geleerd?
Denk je dat je hier iets mee kan op je BPV?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen van de les
1) Aan het einde van de les kan je uitleggen wat het sociaal netwerk is. 

2) Aan het einde van de les kan je de volgende begrippen in jouw eigen woorden uitleggen:
- Groslijst
- Ecogram
- Netwerk cirkel van Lensink


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies