Participatie - Les 3

Vak: Participatie
Semester: 3
Lesweek: 3
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Vak: Participatie
Semester: 3
Lesweek: 3

Slide 1 - Tekstslide

Licentie check 
Iedereen dient een licentie te hebben van ThiemeMeulenhoff. Daarnaast heb je ook een werkende laptop met oplader. Zonder deze onderwijsmiddelen kan je mijn lessen niet deelnemen. Je wordt uit de les uitgestuurd en in die tijd mag je de onderwijsmiddelen regelen. Als het geregeld is, mag je de les weer in. Of je hebt een rode kaart die getekend is door de coördinator.

Slide 2 - Tekstslide

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerder malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de (online) les ,zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.
Bij te laat komen van de (online) les, is het jouw verantwoordelijkheid om aan het einde van de (online) les aan te geven bij de docent dat je aanwezig bent. 

Slide 3 - Tekstslide

Doel van de les
  1. De student kan omschrijven wat een participatie maatschappij is.
  2. Aan het eind van de les kan de volgende begrippen in jouw eigen woorden uitleggen:
  • Dagbesteding
  • Participatie
  • Emancipatie




Slide 4 - Tekstslide

Programma 
  • Korte terugblik vorige les
  • Theorie - Participatie
  • Opdracht - Begrippen bestuderen, filmpje met vragen (huiswerk)
  • Evalueren




Slide 5 - Tekstslide

Wat is blijven hangen?
Wat kan je vertellen over bijvoorbeeld:
  1. Welke spullen heb je nodig voor dit vak?
  2. Waar kan je vinden welke lesstof we in welke week gaan behandelen?
  3. Hoeveel weken les hebben we?
  4. Hoe ziet de toets er voor dit vak uit?
  5. Hoe sluit je het vak dit schooljaar (in principe) af?

Slide 6 - Tekstslide

Dagbesteding
is een doelgerichte, zo veel mogelijk zingevende gestructureerde invulling van activiteiten om de tijd die je tot je beschikking hebt te besteden?




                                Theoretische gedeelte
Pak je aantekeningenblok erbij!

Slide 7 - Tekstslide

Dagbesteding
is een doelgerichte, zo veel mogelijk zingevende gestructureerde invulling van activiteiten om de tijd die je tot je beschikking hebt te besteden?

Opdracht:

Hoeveel weet jij al van dagbesteding en participatie. Geef jezelf een cijfer tussen de 0 en de 10.

Hierbij staat de 0 voor: Ik weet niks van af van dagbesteding en participatie. De 10 staat voor: laat mij deze les maar geven want ik weer er veel van af

Noteer het cijfer op je kladblok!

Slide 8 - Tekstslide

Dagbesteding
Is een doelgerichte, zo veel mogelijk zingevende gestructureerde invulling van activiteiten om de tijd die je tot je beschikking hebt te besteden.

Slide 9 - Tekstslide

Waarom dagbesteding?
Zonder dagbesteding is het voor de cliënt lastig om te participeren. Er is geen invulling van de dag en zingeving.

Slide 10 - Tekstslide

Vier aspecten spelen een rol bij dagbesteding
  1. De persoon die aan de dagbesteding meedoet 
  2. De aard van de dagbesteding zelf;
  3. De omgeving waarin de dagbesteding plaatsvindt;
  4. De waarde van dagbesteding.

tip: noteer deze aspecten met de uitleg op je aantekeningenblok!

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht (15 minuten)
  1. Denk terug aan een dagbestedings-activiteit die je met een cliënt op je stage hebt gedaan
  2. Ga per aspect na of de activiteit passend is geweest bij je cliënt en je BPV
  3. Bespreek de uitkomst van je reflectie met je buurman/buurvrouw. Zijn er dingen die opvallen?
  4. Nabespreking in de klas

Slide 12 - Tekstslide

Wat kun je je cliënten leren:
  • Gedrag;
  • Zingeving;
  • Competenties;
  • Werken;
  • Vrije tijd;
  • Scholing.

Slide 13 - Tekstslide

Wat is participatie
Is het als volwaardig burger kunnen deelnemen aan wat er in de samenleving gebeurt. 

Slide 14 - Tekstslide

Het indelen van participatie
Je kunt participatie op verschillende manieren indelen

  • Participatie breed en smal;
  • Actieve en passieve participatie;
  • Participatie afgebakend naar domein;
  • Indeling naar doel en mate van interactie.

Slide 15 - Tekstslide

Participatie breed en smal
  • Bij een brede opvatting gaat het om het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al zijn facetten en ook andere vormen van betrokkenheid, zoals op de hoogte blijven van nieuws en actualiteit.
  • Bij een smalle opvatting  draait het om deelname aan een bepaalde activiteit.

Slide 16 - Tekstslide

Actieve en passieve participatie
Het verschil tussen actieve en passieve participatie is de inzet die het vraagt van de deelnemer.

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht
  1. Schrijf op je post-it iets dat onder dagbesteding valt
  2. Noteer erbij of je de activiteit vindt passen bij brede/smalle participatie. Noteer ook of je de activiteit vindt passen bij actieve/passieve participatie
  3. Plak je post-it op het bord

Slide 18 - Tekstslide

Participatie afgebakend naar domein
  1. Eigen inkomen; betaald werk of uitkering.
  2. Zelfstandig functioneren; denk aan adl, hdl, financiën.
  3. Opdoen van vaardigheden; een bepaalde taak of activiteit waar iemand erg goed in is. 
  4. Sociale contacten; contacten met familie, vrienden, kennissen (kortom, in contact zijn met anderen)
  5. Maatschappelijke bijdragen; etentje organiseren in de wijk, spullen weggeven, het ondersteunen van een buurvrouw.
  6. Maatschappelijk deelnemen; dagbesteding, deelnemen aan activiteiten in een ontmoetingscentrum

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht
Schrijf op in je eigen woorden op wat het verschil is tussen:
  1. Brede en smalle participatie
  2. Actieve en passieve participatie

Slide 20 - Tekstslide

Indeling naar doel mate en interactie
Deze indeling heeft veel te maken met de participatieladder. De participatieladder behandelen wij over een paar lessen

Slide 21 - Tekstslide

Participatie is belangrijk op de leefgebieden

  • Scholing: ieder het recht heeft zich te ontplooien, zich te leren te ontwikkelen. Je kunt hier spreken van ontwikkelingsgerichte activiteiten.
  • Vrije tijd: ieder het recht heeft om zicht te ontspannen, om zich verbonden te voelen, om te leven en beleven. Je kunt hier spreken van belevingsgerichte activiteiten.
  • Werk: ieder het recht heeft op waardering voor zijn prestaties en de verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan zijn eigen (economische) bestaan.

Slide 22 - Tekstslide

Wat is Emancipatie?
A
Opkomen voor jezelf
B
Opkomen voor anderen die kwestbaar zijn
C
Nee durven zeggen
D
Deelnemen

Slide 23 - Quizvraag

Vijf belangrijke aandachtspunten in het proces van emancipatie
  1. Gelijkwaardigheid: belangrijk hierbij is wederzijdse communicatie.
  2. Keuzevrijheid: je mag zelf bepalen wat je kiest, maar dit gaat in overleg met betrokkenen.
  3. Ondersteuning: hierbij ga je uit van het principe van flexibiliteit en vraaggericht werken.
  4. Sociale (ondersteuning) netwerken: rekening houden met de ervaringsdeskundigheid van de omgeving is erg belangrijk.
  5. Respectvolle bejegening deze grondhouding is een voorwaarde voor een emancipatorisch gericht benadering.

Slide 24 - Tekstslide

Wat betekent sociale inclusie?
A
Sociale inclusie betekent de insluiting van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten.
B
Het betekent dat de maatschappij zich aanpast, zodat groepen in een achterstandssituatie kunnen meedoen in een reguliere leven

Slide 25 - Quizvraag

Beantwoord de vragen over het filmpje 
1. Wat houdt de Participatiewet in?

2. Vind jij dat iedereen recht heeft op een uitkering die een beperking hebben, waarom wel/waarom niet? 
3. In de docu kreeg Mari de vraag of hij bereid is om ander werk te accepteren dan zijn eerst voorkeur. Wat zou jij antwoorden als jij in dezelfde situatie als Mari staat? Beargumenteer je antwoord.
                                                                                    
Huiswerk

Slide 26 - Tekstslide

Beantwoord de vragen over het filmpje 
1. Wat houdt de Participatiewet in?

2. Vindt jij dat iedereen recht heeft op een uitkering die een beperking heeft, waarom wel/waarom niet? 
3. In de documentaire kreeg Mari de vraag of hij bereid was om een ander soort werk te accepteren dan zijn eerste voorkeur. Wat zou jij antwoorden als jij in dezelfde situatie als Mari zat? Beargumenteer je antwoord.

tip: als het filmpje niet werkt, google dan het filmpje 80% ongeschikt. Het zou op de site van 2doc.nl moeten staan

Slide 27 - Tekstslide

Begrippen bestuderen
  • (Re-) integratie
  • Separatie
  • Normalisatie
  • Rehabilitatie
  • Resocialisatie
  • Inclusie
  • ICF 






Slide 28 - Tekstslide

Korte evaluatie
Oorspronkelijke lesdoelen:
1: De student kan omschrijven wat een participatie maatschappij is.
2: Aan het eind van de les kan de volgende begrippen in jouw eigen woorden uitleggen:
Dagbesteding
Participatie
Emancipatie

Hoeveel weet jij na de les over bovenstaande onderwerpen? Geef jezelf een cijfer tussen de 0 en de 10. Noteer dit naast het cijfer dat je aan het begin van de les hebt genoteerd. Bij wie ligt het hoger? Bij wie ligt het lager?

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Link