A2 Thema 2 Les 2.4

A2 Thema 2 Les 2.4

We leren woorden rondom het thema Uit Eten!

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTaalMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

A2 Thema 2 Les 2.4

We leren woorden rondom het thema Uit Eten!

Vroeger


Heel lang geleden.


Voorbeeldzin:

Mijn opa had vroeger geen TV.

Maak een zin met vroeger

Gestudeerd (voltooid deelwoord)


Er voor geleerd hebben. Op een school zitten om iets te leren.


Ik studeer, hij studeert, wij studeren


Voorbeeldzin:

Vroeger heb ik Nederlands gestudeerd.



maak een zin

Menukaart


Een kaart waarop staat wat je kunt eten en drinken in een restaurant.


Mv: De menukaarten


Voorbeeldzin:

Heeft u voor ons de menukaart?





maak een zin

Ham


Vlees van een varken.


voorbeeldzin:

Mag ik een tosti met ham en kaas?


maak een zin

Geit


Zoogdier.


Mv: De geiten


Voorbeeldzin:

Ik maak stoofpot van het vlees van een geit.

maak een zin

Salade


Eten wat gemaakt is van sla en groenten


Mv: De salades


Voorbeeldzin:

Ik vind salade heel lekker.

maak een zin

Pasta


Italiaans eten gemaakt van deeg.


Mv: de pasta's


Voorbeeldzin:

Italianen maken de beste pasta.

maak een zin

Friet


Eten gemaakt van aardappel.


Voorbeeldzin:

Ik eet graag friet met mayonaise.



maak een zin

Half


De helft van iets.


Bijv nmw: Halve


Voorbeeldzin:

Ik drink een half glas bier.

maak een zin

Drank


Dat wat je kan drinken.


Mv: dranken


Voorbeeldzin:

Ik heb genoeg van de drank.

maak een zin

Het idee


Iets goeds wat je bedacht hebt. (zelf verzonnen)


Mv: De ideeën


Voorbeeldzin:

Wat een goed idee om uit eten te gaan.

maak een zin

Ober


De man/vrouw die in een restaurant werkt en het eten en drinken brengt.


Mv: Obers


Voorbeeldzin:

De ober is erg vriendelijk.

maak een zin

Gesmaakt (voltooid deelwoord)


Het proeven van het eten.


Voorbeeldzin:

Heeft het eten gesmaakt?

Smaakt het allemaal?





maak een zin

Rekening


Papier waarop staat wat je hebt besteld en hoeveel je moet betalen.


Mv: De rekeningen


Voorbeeldzin:

Mag ik de rekening alstublieft?