§3.9 Taalstrijd in België

§3.9 Taalstrijd in België
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

§3.9 Taalstrijd in België

Slide 1 - Tekstslide

Is deze zin goed of fout?
'Het landschap van Friesland zie je terug in de regionale identiteit.'
A
Goed
B
Fout

Slide 2 - Quizvraag

Wat speelt geen rol in de regionale identiteit van Friesland?
A
Landbouw.
B
Taal.
C
Heuvels.
D
Water.

Slide 3 - Quizvraag

Uitleg (1)
België heeft drie officiële talen: Nederlands, Frans en Duits. Dat is al lang zo en heeft historische achtergronden.
België is vanaf 1830 een soeverein land. Daarvoor was het een deel van Spanje en Frankrijk. Vanaf 1815 vormde het met Nederland het Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 scheidde het zich af en vormde het zelfstandige België. Er worden dus al eeuwen verschillende talen gesproken.

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg (2)
België bestaat uit drie gewesten: Vlaanderen, Wallonië en het Brussels  Hoofdstedelijk Gewest. Deze gewesten zijn autonoom en hebben een eigen bestuur. 
In Vlaanderen wordt Nederlands gesproken, in Wallonië is Frans de officiële taal en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is tweetalig (Nederlands en Frans). In een klein stukje van Oost-Wallonië is Duits de officiële taal.

Slide 5 - Tekstslide

Uitleg (3)
Voor de meeste Belgen is de regionale identiteit belangrijke dan de nationale identiteit. Ze voelen zich meer Vlaming of Waal dan Belg. Dat komt vooral omdat in elk gewest alle communicatie in de eigen taal gaat. Op die manier wordt natuurlijk het eigen karakter benadrukt en lijkt het alsof het andere gewest het buitenland is.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Uitleg (4)
Het bestuur van België bestaat uit vier lagen: land, gewest, provincie en gemeente.
Veel zaken worden in de gewesten geregeld, die zijn autonoom. De twee grote gewesten willen vaak politiek heel andere dingen. Daardoor is het land België heel moeilijk te besturen. Om tot een landelijke regering te komen moeten de politieke partijen uit beide gewesten het eens worden en dat gaat vaak moeizaam.
Sommigen zeggen dan ook dat Vlaanderen en Wallonië twee aparte landen zouden moeten worden. Of dat Vlaanderen bij Nederland aansluit en Wallonië bij Frankrijk.

Slide 8 - Tekstslide

Antwoorden vragen 1 en 2
1a: Die zijn tweetalig (Frans en Nederlands).
1b: Friesland.
2a: De gewesten (autonome gebieden) van België en de taalgebieden
      van België.
2b: Beide kaarten laten de scheiding van de Nederlandse (Vlaamse) en
      Franse (Waalse) taalgebieden in België zien.
2c: Op de kaart kun je zien dat Vlaanderen zich wil afscheiden van de
      rest van België. De regionale identiteiten in België zijn sterker dan de        landelijke identiteit.

Slide 9 - Tekstslide

Antwoorden vragen 3, 4 en 5
3:   A en B.
4a: drie - drie - twee
4b: meer dan 50% - 30 tot 50%
4c: Nederlands - Frans - Duits.
5:   Als elke regio een eigen bestuur heeft, maakt dat het besturen op
      regionaal niveau makkelijker. Maar omdat die regio’s van elkaar 
      verschillen, ook in bestuur, is het besturen op landelijk niveau lastiger.

Slide 10 - Tekstslide

Antwoord vraag 6
6a: Ik kies voor de opleiding in mijn moedertaal, want ik vind het
      belangrijk om mijn Vlaamse identiteit te benadrukken.
6b: Ja, want ik wil de kans op werk zo groot mogelijk maken. 
      Nee, want ik wil de opleiding in de taal van mijn voorkeur volgen.
6c: In het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest zul je vaker voor
      een keuze staan wat betreft de taal waarin je onderwijs krijgt of                  werken wilt.
      In regio’s waar maar één officiële taal wordt gesproken, zul je minder        vaak voor zo’n keuze komen te staan.

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk

Slide 12 - Tekstslide