Met je oren vang je geluiden op.
Geluiden zijn trillingen van de lucht.
De oorschelp dient voor het opvangen van geluiden.
Vervolgens komen de geluiden terecht in de gehoorgang.
Oorschelpen zijn stevig door kraakbeen.
Het oorlelletje zit aan de onderzijde van een oorschelp en bevat geen kraakbeen.