Blok 3.6 Schrijven Publiek

Blok 8 Schrijven

Pak je chromebook
Pak je leesboek en ga rustig lezen
timer
1:00
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Blok 8 Schrijven

Pak je chromebook
Pak je leesboek en ga rustig lezen
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Blok 8.6 A Schrijven

8.6 A Publiek, u of je

Slide 2 - Tekstslide

8.6 Schrijven
Aan het einde van deze paragraaf kun je:
 
  • oefenen we de regels voor het schrijven van een tekst
  • ken je de regels voor het gebruik van je of u in een tekst
  • ken je de regels voor het schrijven van een e-mail
     
  • kun je een beleefde e-mail schrijven aan een volwassene
  • kun je een goede e-mail schrijven volgens de regel

Slide 3 - Tekstslide

Waar denk je aan bij het woord 'publiek' ?

Slide 4 - Woordweb

Blok 8.6 A Schrijven - Publiek bij geschreven teksten
  • Een tekst wordt altijd geschreven voor een bepaald publiek.
    Een tekst in ‘Kidsweek’ is bijvoorbeeld bestemd voor kinderen die geïnteresseerd zijn in nieuws.

  • Als je zelf een tekst schrijft, is het belangrijk dat je weet wie je publiek is. Dan kun je daar rekening mee houden.
    Het maakt een groot verschil of je tekst bestemd is voor je beste vriend(in) of voor de directeur van je school.

Slide 5 - Tekstslide

Welke regels/afspraken weet je nog bij schrijven?

Slide 6 - Woordweb

Blok 8 Schrijven

Pak je chromebook
Pak je leesboek en ga rustig lezen
timer
7:00

Slide 7 - Tekstslide

Weet je het nog? 
We hebben 5 afspraken en regels voor schrijven. Twee heb je er al geleerd:

  1. Gebruik hoofdletters en leestekens. Een tekst waarin hoofdletters en leestekens staan, is makkelijker te lezen.

  2. In een zin schrijf je altijd een persoonsvorm.

Slide 8 - Tekstslide

Weet je het nog? 
In dit blok komt regel 3 er bij.

3.     U of je
         Gebruik nette woorden en wees beleefd.
         Volwassenen en onbekenden spreek je aan met u.
         Alleen als ze zeggen dat je je mag zeggen, dan schrijf je 'je' .




  1. In een zin schrijf je altijd een persoonsvorm.

Slide 9 - Tekstslide

8.6 schrijven
Je krijgt een schrijfopdracht.
Denk hierbij aan de 3 regels.

Slide 10 - Tekstslide

- werken aan schrijfopdracht : de uitnodiging

Slide 11 - Tekstslide

8.6 Schrijfopdracht - uitnodiging
Je gaat een uitnodiging sturen aan bewoners van de wijk. 

Dit is wat je weet: 
  • De leerlingen van het Corbulo College hebben grote bloembakken (binckbakken) gemaakt voor de wijk.
  • Op vrijdag 11 maart om 14.00 uur worden deze door de wethouder onthuld. Ook de pers zal hierbij aanwezig zijn.
     
Dit is wat je zelf mag toevoegen: 
  • Leg in je uitnodiging uit waarom dit voor de school belangrijk is
  • Leg in je uitnodiging uit waarom dit voor de wijk belangrijk is.

Slide 12 - Tekstslide

8.6 Schrijfopdracht - uitnodiging
Denk aan:
  • de afzender
  • de drie schrijfregels  
  • de tekst moet een uitnodigende tekst zijn.

  • je maakt de tekst in Word
  • de tekst moet tussen de 100 en 125 woorden zijn. 

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk

Slide 14 - Tekstslide

E-mail schrijfopdracht
Je krijgt een schrijfopdracht!
Je bestudeert eerst de informatie in deze les.
Daarna maak je zelfstandig de opdracht.

Slide 15 - Tekstslide

Weet je het nog 1? 
We hebben afspraken en regels voor schrijven.

Slide 16 - Tekstslide

Weet je het nog 2? 
We hebben afspraken en regels voor schrijven van een e-mail.

Slide 17 - Tekstslide

3.17 Taalverzorging - afspraken en regels e-mail
  • Zet in de onderwerpregel het onderwerp van je e-mail.
  • Begin de e-mail met een aanhef (Beste, Geachte, Lieve, Hoi). Achter de aanhef zet je een komma en druk je twee keer op enter.
  • Schrijf in de eerste zinnen wat het onderwerp is en waarom je de e-mail schrijft.
  • De inhoud van je e-mail verdeel je in alinea’s .
  • De e-mail eindig je met een nette slotzin. Daarna druk je twee keer op enter.
  • Links onderaan schrijf je de slotgroet (Vriendelijke groet, Groetjes, Doei). Daarachter zet je een komma en druk je op enter.
  • Zet je naam onder de e-mail.

Slide 18 - Tekstslide

Wat ga je doen: Oefen schrijfopdracht: 

  • Je stuurt een e-mail aan de heer Wouters
  • De informatie staat op de volgende pagina.
  • De e-mail is een oefening voor een toets later deze maand.
  • Je stuurt de e-mail via berichten in Magister.
  • Denk aan de afspraken en regels voor het schrijven van een e-mail. 
  • De e-mail moet uiterlijk maandag 8 maart zijn ingeleverd

Slide 19 - Tekstslide

De informatie voor je e-mail schrijfopdracht.

Stel je voor: op school gaan jullie binnenkort een beroepenproject doen. Het is de bedoeling dat je een interview houdt met iemand die een bijzonder beroep heeft. Een vriend van je vader, meneer Wouters, is zo iemand. Hij is torenkraanmachinist. 

Hij werkt in een torenkraan van wel 100 meter hoog. Je wilt hem graag interviewen. Van je vader heb je meneer Wouters' e-mailadres gekregen. Je stuurt hem een beleefde e-mail


Op de volgende pagina staat nog extra informatie voor je e-mail.

Slide 20 - Tekstslide

De informatie voor de schrijfopdracht.

Het tekstdoel van je mail is : overhalen
De tekstsoort is :  aansporende tekst

In de e-mail verwerk je de volgende punten:
- stel jezelf voor
Vertel  over het beroepenproject.
- Leg uit waarom het beroep van torenkraanmachinist jou interessant lijkt
- Vraag of een interview mag houden.
- Doe alvast een voorstel voor een datum en een tijd


Slide 21 - Tekstslide