PWS presentatie

PWS presentatie
Welke factoren zorgen ervoor dat het inkomen ongelijk verdeeld is?
                                         
                                                                        Daan, Joost, Quinten 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsoriëntatieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

PWS presentatie
Welke factoren zorgen ervoor dat het inkomen ongelijk verdeeld is?
                                         
                                                                        Daan, Joost, Quinten 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen die je aan het einde van de presentatie  weet .

1. Weten welke groepen vaker lage inkomens hebben.
2. Begrijpen dat bedrijven inkomensverschillen beïnvloeden.
3. Zien hoe de overheid inkomensongelijkheid kan verminderen.
4. Herkennen veranderingen in inkomensverdeling door de tijd.
5. Weten dat hoger onderwijs meestal leidt tot hoger inkomen.
6. Begrijpen dat werkervaring het inkomen kan verhogen.

Slide 2 - Tekstslide

Welke groep heeft volgens u het meeste te maken met inkomensongelijkheid ?
A
Laagopgeleiden
B
Vrouwen
C
Mensen met tijdelijk contract
D
Jongeren

Slide 3 - Quizvraag

Uitleg :

 Laagopgeleiden =  verdienen minder. 
Vrouwen = meer deeltijd werk. 
Mensen met een tijdelijk contract = minder baanzekerheid. 
Jongeren = lagere startpositie op de arbeidsmarkt.

Slide 4 - Tekstslide

Op welke manier beïnvloedt de overheid niet de inkomensverdeling tussen burgers ?
A
Progressieve belastingen en heffingskortingen
B
Sociale uitkeringen en toeslagen
C
Om collectieve voorzieningen niet toegankelijk te maken
D
Herverdeling geld via belastingen

Slide 5 - Quizvraag

Uitleg :

Progressieve belastingen = hoger inkomen = meer belasting
lagere inkomens minder belasting.
Uitkeringen en toeslagen = financiële steun, zorgtoeslag en huurtoeslag.
Herverdeling via belastingen = inkomstenbelasting.

Slide 6 - Tekstslide

Welke rol speelt je opleiding in je inkomen ?
A
Je opleiding heeft geen invloed
B
Hoe hoger je opleiding hoe meer je verdient
C
Alleen leeftijd bepaalt je inkomen
D
Alleen geluk bepaalt je inkomen

Slide 7 - Quizvraag

Uitleg :

Opleiding : invloed op je inkomen.
Hogere opleiding : moeilijkere/specialistische banen.
Meer kennis/vaardigheden : hoger salaris.
Lage opleiding : gemiddeld lager inkomen.

Slide 8 - Tekstslide

Speelt eerdere werkervaring een rol bij je inkomen?
A
Nee, werkervaring telt niet
B
Ja, meer ervaring kan leiden tot een hoger inkomen
C
Alleen diploma's tellen
D
Alleen leeftijd bepaalt het inkomen

Slide 9 - Quizvraag

Uitleg :

Meer werkervaring = vaak hoger inkomen.
Ervaring = betere vaardigheden en kennis.
Ervaren werknemers = gewild bij werknemers.
soms combineren met opleiding voor extra salaris.

Slide 10 - Tekstslide

Welke rol spelen bedrijven bij inkomensongelijkheid ?
A
Bedrijven zorgen dat iedereen hetzelfde verdient
B
Bedrijven kunnen lonen verschillend maken
C
Bedrijven hebben geen invloed op je inkomen
D
Bedrijven betalen alleen vaste werknemers

Slide 11 - Quizvraag

Uitleg :

Functie: hogere functies = meer salaris.
Ervaring: meer ervaring = hoger loon.
Schaarste: zeldzame vaardigheden = hoger loon.
Contract : vast = stabiel, flexibel = vaak lager.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste verschil in inkomensverdeling tussen vroeger en nu ?
A
Vroeger waren de inkomens gelijk aan nu
B
Vroeger waren de verschillen groter nu probeert de overheid te verkleinen
C
Vroeger betaalden mensen meer belasting dan nu
D
Er is geen verschil

Slide 13 - Quizvraag

Uitleg :

Vroeger : grote verschillen tussen rijk en arm.
Nu : overheid probeert verschillen kleiner te maken. 
Belasting : rijke mensen betalen meer arme mensen minder.
Uitkeringen/toeslagen : arme mensen krijgen steun en dan kom je beter rond.

Slide 14 - Tekstslide

Conclusie 

Mensen verdienen verschillend.
Opleiding belangrijk  = vaak meer geld.
Werkervaring telt mee ervaring = hoger salaris.
Banen verschillen sommige betalen meer, andere minder.

Slide 15 - Tekstslide

Einde
(applaudiseren mag)

Slide 16 - Tekstslide