3.4 X-chromosomale kruisingen

Planning
- X-chromosomale kruisingen uitleg
- oefenen:
3.4 geslachtschromosomen opdrachten
werkblad

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Planning
- X-chromosomale kruisingen uitleg
- oefenen:
3.4 geslachtschromosomen opdrachten
werkblad

Slide 1 - Tekstslide

Ik kan een kruisingsschema van een monohybride kruising maken en daar daar conclusies uit trekken over P, F1 en F2 .
A
Dit lukt mij zelden.
B
Wel kruisingsschema's, geen conclusies.
C
Het lukt even vaak wel als niet.
D
Het lukt mij meestal.

Slide 2 - Quizvraag

Een halflangharige cavia heeft een intermediair fenotype. Halflangharige cavia's worden geboren door een kruising tussen een normaalharige cavia en ene langharige cavia. Twee halflangharige cavia's paren met elkaar.

Hoe groot is de kans dat een nakomeling van dit paar halflangharig is?
A
25%
B
50%
C
75%
D
100%

Slide 3 - Quizvraag

Manx-katten:

Bij Manx katten: mm: met staart, Mm: staartloos, MM: niet geboren
Een kat mét, en een kat zonder staart worden gekruist. Bereken het % katten dat zonder staart wordt geboren.

Slide 4 - Open vraag

Wat zijn de mogelijke bloedgroepen?

Slide 5 - Tekstslide

Beginnen met een quize en eventueel eindigen met stof over paragraaf 4

Slide 6 - Tekstslide

wat zijn de mogelijke genotypen van de bloed groepen?

Slide 7 - Tekstslide

ouders met bloedgroep A (hetrozygoot) en bloedgroep AB krijgen een kind hoe groot is dan de kans dat het kind bloedgroep B krijgt?

Slide 8 - Tekstslide

ouders met bloedgroep A (hetrozygoot) en bloedgroep AB krijgen een kind hoe groot is dan de kans dat het kind bloedgroep B krijgt?

25%

Slide 9 - Tekstslide

een kind heeft bloed groep O en zijn moeder heeft bloed groep A wat is dan de bloed groep van de vader ?

Slide 10 - Tekstslide

een kind heeft bloed groep O en zijn moeder heeft bloed groep A wat is dan iedergeval niet de bloed groep van de vader ?

AB

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag 
Werkblad bloedgroepen

Slide 14 - Tekstslide

X-Chromosomale kruisingen
Planning:
- Uitleg
- Werkblad

Slide 15 - Tekstslide

Kun je nummers lezen?
Testje: 

Slide 16 - Tekstslide

Kleurenblindheid
1  op de 12 mannen
1 op de 250 vrouwen

Zouden we het verschil tussen mannen en vrouwen bij sommige erfelijke eigenschappen kunnen verklaren??

Slide 17 - Tekstslide

Doelstellingen
  • Je weet hoe geslacht bepaald wordt bij zoogdieren
  • Je kunt het stappenplan voor kruisingsvraagstukken toepassen bij eigenschappen die op het X-chromosoom liggen
  • Je kunt uit een stamboom afleiden of eigenschappen X-chromosomaal kunnen overerven.

Slide 18 - Tekstslide

Autosomaal / X-chromosomaal
Open BINAS 70B, dit is een karyogram

Chromosoomparen 1 t/m 22 zijn Autosomen
Chromosoompaar 23 kan bestaan uit:
  • een X- en een X -chromosoom (vrouw)
  • een X- en een Y-chromosoom (man)

Slide 19 - Tekstslide

Het gen voor een autosomale eigenschap kan liggen op:
A
Het X-chromosoom
B
Het Y-chromosoom
C
Chromosoom 1
D
Elk van chromosoom 1 t/m 22

Slide 20 - Quizvraag

KEUZE
Je snapt monohybride kruisingen:
  • lees X-chromosomale kruisingen, maak bijbehorende oefenopgaven:
    BS 3: 40, 42, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 52, 53,
    BS 4: Doorlezen. Probeer opdracht 55 te maken.
    Snap je dit? Ga dan door met opdracht 56, 58, 59. 

Laat het door mij controleren. Daarna mag je gaan. 
Je snapt dat nog niet, of je vindt uitleg wel fijn:
  • Luister naar de uitleg en maak aantekeningen

Slide 21 - Tekstslide

Monohybride kruising
= kruising waarbij je let op de overerving van één eigenschap.
Één genenpaar betrokken:

Slide 22 - Tekstslide

Multipele allelen
Voor één erfelijke eigenschap bestaan drie of meer verschillende allelen. Bijv. bloedgroepen --> allelen:

Slide 23 - Tekstslide

Letale factor
Een allel dat geen levensvatbaar individu oplevert als een genenpaar bestaat uit twee van zulke allelen.
Als beide ouders dezelfde letale factor bezitten, wordt een deel van de verwachte nakomelingschap niet geboren.

Slide 24 - Tekstslide

Stamboom
Gebruik dit voor de volgende vraag. De stamboom van een Egyptische faraodynastie. Geschiedkundigen vermoeden dat Aahotep I drager was van een zeer zeldzaam, autosomaal recessief overervend allel. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Is uit de stamboom af te leiden of dit allel autosomaal of X-chromosomaal overerft?
A
Ja, de ziekte erft autosomaal over.
B
Ja, de ziekte erft X-chromosomaal over.
C
C. Nee, dit is niet hieruit op te maken.

Slide 28 - Quizvraag

schildpadpoes
zwarte poes

Slide 29 - Tekstslide

Bij katten wordt de vachtkleur onder andere bepaald door een X-chromosomaal gen met een allel voor rode vacht en een allel voor zwarte vacht. Poezen kunnen een rode vacht hebben, een schildpadvacht of een zwarte vacht. Schildpadvacht is het intermediaire fenotype.

Een poes met een schildpadvacht paart met een rode kater. Bereken de kans dat de eerste poes die wordt geboren een schildpadpoes is.

Slide 30 - Open vraag

Slide 31 - Tekstslide

Bij mensen komt een afwijking voor waarbij pigmenten in bepaalde weefsels ontbreken. Mensen met een dergelijke afwijking worden albino's genoemd. Een albino man trouwt met een niet-albino vrouw. Hun eerste dochter is een albino.

- Leg uit of albinisme dominant/recessief is
- Leg uit of albinisme wel/niet/mogelijk X-chromosomaal is.

Slide 32 - Open vraag

werkblad 
x-chromosomale kruisingen

Slide 33 - Tekstslide

Ik snap nu X-chromosomale kruisingen
A
Ja, ik snap het.
B
Gedeeltelijk, moet er zelf mee gaan oefenen.
C
Nee, ik wil graag nog wat opdrachten samen maken.

Slide 34 - Quizvraag

Dihybride kruising

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Link