6.3 Koolstofkringloop en stikstofkringloop

6.3 Koolstofkringloop en stikstofkringloop
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

6.3 Koolstofkringloop en stikstofkringloop

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je nu al en wat nog niet?

Slide 2 - Tekstslide

Hoe wordt dit
genoemd?
A
Voedselketen
B
voedselweb
C
kringloop

Slide 3 - Quizvraag

In een voedselpiramide van biomassa is er energieverlies door ....
A
verbranding en voeding
B
fotosynthese en voeding
C
verbranding en onverteerbare stoffen
D
Fotosynthese en onverteerbare stoffen

Slide 4 - Quizvraag

Welke piramide hoort waar?
Piramides van Biomassa
Piramides van aantallen

Slide 5 - Sleepvraag

Producent
 Consument
Reducent
Voedingsstoffen maken
Resten afbreken tot mineralen
Voedingsstoffen gebruiken

Slide 6 - Sleepvraag

Wie is de producent?
A
Pissebed
B
Kat
C
Kastanjeboom
D
Egel

Slide 7 - Quizvraag

Wie zijn reducenten?
A
Planten en dieren
B
Dieren en schimmels
C
Schimmels en Planten
D
Bacteriën en Schimmels

Slide 8 - Quizvraag

Horen afvaleters bij producenten, consumenten of reducenten?
A
producenten
B
consumenten
C
reduceren

Slide 9 - Quizvraag

Welke afbeelding geeft een piramide van biomassa juist weer?
A
P
B
Q
C
R
D
D

Slide 10 - Quizvraag

Waar in de piramide vindt je de producenten?
A
PQR
B
P
C
S
D
Geen van allen

Slide 11 - Quizvraag

Waar in de piramide vindt je de reducenten?
A
S
B
PQR
C
Overal
D
Geen van allen

Slide 12 - Quizvraag

Afvaleters
Consumenten
Reducenten

Slide 13 - Sleepvraag

De producenten in de voedselketen leggen door fotosynthese zonne-energie vast in energierijke organische stoffen
A
juist
B
onjuist

Slide 14 - Quizvraag

In welke schakel van de voedselketen is de hoeveelheid energierijke stoffen het grootst? Waardoor?
A
1e, doordat het aantal individuen het grootst is
B
1e, doordat uit elke schakel energie verdwijnt uit de voedselketen
C
2e, doordat het aantal individuen het grootst is
D
2e, doordat in elke schakel energie wordt opgenomen

Slide 15 - Quizvraag

Leerdoelen 6.3 kringlopen:
6.3.1 Je kunt de koolstofkringloop beschrijven.
6.3.2 Je kunt de stikstofkringloop beschrijven.

Slide 16 - Tekstslide

Een kringloop 
- Kringloop van bouwstenen van stoffen: atomen.
- Atomen zijn bijvoorbeeld: O (zuurstof-atoom), H (waterstof-atoom), C (koolstof-atoom) en N (stikstof-atoom).
- De bouwstenen gaan door een keten van organismen.
- Een zich herhalend proces. 

Slide 17 - Tekstslide

Bouwstenen van het leven:
Bouwstenen van stoffen waar dieren en planten van zijn opgebouwd.

  • koolstof (C) in alle energierijke stoffen (koolhydraten, eiwitten en vetten)
  • stikstof (N) in alle eiwitten

Andere belangrijke bouwstenen zijn zuurstof (O) en 
waterstof (H).
Voorbeelden stoffen:
  • glucose (C6H12O6) (het getal erachter geeft aan hoeveel deze atomen erin zitten)
  • zuurstofgas (O2) in de lucht, nodig voor verbranding
  • water (H2O) onmisbaar voor alle leven
  • koolstofdioxide (CO2) komt vrij bij verbranding
  • nitraat (NO3) (zit in mest) en ammoniak (NH3) (is giftig gas)

Slide 18 - Tekstslide

Hierboven een voorbeeld van de bouw van de stof glucose (C6H12O6)

Slide 19 - Tekstslide

Fotosynthese

Verbranding
De omzetting van stoffen
Stoffen worden andere stoffen
C6H12O6   +   O2     ->     CO2     +   H2O    +    energie 

Slide 20 - Tekstslide

We leren twee kringlopen
1. Koolstofkringloop (C)
2. Stikstofkringloop (N)

Tijdens deze kringlopen gaan bovenstaande atomen over van de ene stof over in de andere.

Slide 21 - Tekstslide

1. Koolstofkringloop
Bij de koolstofkringloop kijk je alleen naar het atoom koolstof => dus de C

Tijdens fotosynthese en verbranding gaan de koolstofatomen van de ene stof over in de andere.

Dus van CO2, naar glucose, naar CO2

Slide 22 - Tekstslide

koolstofkringloop
= Koolhydraten, vetten en eiwitten
= Koolhydraten, vetten en eiwitten
= reducenten
= producenten
=CO2
=C6H12O6

Slide 23 - Tekstslide

fotosynthese
verbranding
koolstofdioxide
plantaardige energierijke stoffen
dierlijke energierijke stoffen

Slide 24 - Sleepvraag

Sleep de woorden naar de juiste plekken in de koolstof kringloop
Fotosynthese
verbranding
glucose
plantaardige energierijke stoffen
energierijke stoffen in bacterie en schimmels
energierijke stoffen in dieren
verbranding
verbranding

Slide 25 - Sleepvraag

Koolstofkringloop
Koolstof in koolstofdioxide ( in de lucht)
koolstof in glucose
(producenten)
koolstof in plantaardige energierijke stoffen
koolstof in dierlijke energierijke stoffen
(consumenten)
Koofstof in energierijke stoffen
(reducenten)
verbranding
fotosynthese
Verbranding
verbranding

Slide 26 - Sleepvraag

Slide 27 - Tekstslide

Kies de juiste pijlen om een voedselweb te maken

Slide 28 - Sleepvraag

Maak een kloppende voedselketen

Slide 29 - Sleepvraag

Koolstofkringloop
Koolstof in koolstofdioxide ( in de lucht)
koolstof in glucose
(producenten)
koolstof in plantaardige energierijke stoffen
koolstof in dierlijke energierijke stoffen
(consumenten)
Koofstof in energierijke stoffen
(reducenten)
verbranding
fotosynthese
Verbranding
verbranding
Lucht
Dieren
Schimmels 
en bacteriën
Planten
resten van planten en dieren

Slide 30 - Sleepvraag

Is de koolstofkringloop in balans?
A
Ja, er komt evenveel CO2 in de lucht als dat er opgenomen wordt
B
Nee, er is teveel opname
C
Normaal gesproken wel, maar de mens is een verstorende factor

Slide 31 - Quizvraag

In de koolstofkringloop worden door veel organismen stoffen verbrand. Welke organismen in de koolstofkringloop doen aan verbranding?
A
planten
B
dieren
C
dieren en schimmels
D
zowel planten, dieren als schimmels

Slide 32 - Quizvraag

koolstofkringloop
= Koolhydraten, vetten en eiwitten
= Koolhydraten, vetten en eiwitten
= reducenten
= producenten
=CO2
=C6H12O6

Slide 33 - Tekstslide

2. Stikstofkringloop
1. Planten nemen nitraat (stikstofrijke stof) op uit de bodem --> ze bouwen de stikstof (N) uit het nitraat  in plantaardige eiwitten in (oftewel, ze groeien)
2. Dieren eten de planten en krijgen zo de eiwitten binnen. Dieren eten ook weer elkaar en geven de N door via de dierlijke eiwitten.
3. Dode resten en ontlasting (beide eiwitrijk)
4. Bacteriën zetten dit om in nitraat.
5. De N uit nitraat wordt weer door planten gebruikt voor de groei (eiwitten voor nodig)

Slide 34 - Tekstslide

Stikstofkringloop
Volg de pijlen, check of je in grote lijnen begrijpt wat er gebeurt.

Slide 35 - Tekstslide

Hoe wordt in de voedselketens stikstof doorgegeven in de stikstofkringloop?
A
alleen als nitraat
B
alleen als ammoniak
C
alleen als koolhydraten
D
alleen als eiwitten

Slide 36 - Quizvraag

Wat neemt de plant op van de stikstofkringloop?
A
Ammoniak
B
Water
C
Glucose
D
Nitraat

Slide 37 - Quizvraag

Nitraat
Planraardige eiwitten
Dierlijke eiwitten
Resten van planten en dieren
Stikstofgas
Ammonium
Ammoniakgas
stikstofbindende bacteriën

Slide 38 - Sleepvraag

Maak de reactievergelijking van verbranding kloppend.
+
+
  _______>
verbranding
koolstofdioxide
zuurstof
water
glucose

Slide 39 - Sleepvraag

Deze twee stoffen ontstaan bij de fotosynthese:
Deze twee stoffen moet een plant opnemen voor de fotosynthese:
+
+
+
Licht
Water
Koolstof-dioxide
Glucose
Zuurstof

Slide 40 - Sleepvraag

verbranding
verbranding
verbranding
fotosynthese
Producenten
Reducenten
Consumenten
Lucht

Slide 41 - Sleepvraag

Producent
Consument
Reducent

Slide 42 - Sleepvraag

Sleep het goede begrip naar het goede plaatje. 
Producent
Consument 1ste orde
Consument 2deorde
Consument 3deorde
Afvaleter
Reducent
Mineralen

Slide 43 - Sleepvraag