REK-H10 Breuken optellen en aftrekken

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Breuken 

Slide 2 - Tekstslide

breuken

Slide 3 - Woordweb

0

Slide 4 - Video

1/5 + 3/5 = (gebruik /)

Slide 5 - Open vraag

Reken uit en vereenvoudig
2/4 +3/4 = ........ = ....?....
(spatie en / gebruiken bij vereenvoudigen)

Slide 6 - Open vraag

1/3 + 4/6 =

Slide 7 - Open vraag

Welke breuk is gelijkwaardig aan 2/6?

Slide 8 - Open vraag

Vereenvoudig de volgende breuk
35/75

Slide 9 - Open vraag

De helft van de leerlingen van een school komt met de fiets. Een derde deel komt met de auto. De rest komt met de bus. Welk deel komt met de bus naar school?
A
1/3
B
2/4
C
1/6
D
1/7

Slide 10 - Quizvraag

Breuken aftrekken

Slide 11 - Tekstslide

3/5 - 2/5 = (gebruik een /)

Slide 12 - Open vraag

4/5 - ....... = 1/20

Slide 13 - Open vraag

Lisa koopt een vest van €12,30. Wat moet Lisa betalen? €...,...

Slide 14 - Open vraag

Maken
Hoofdstuk 10.1 en 10.2

Slide 15 - Tekstslide

REK-MH2-10
breuken optellen

Slide 16 - Tekstslide

6 + 6 + 6 = 18
8 + 4 + 8 = 20
2 + 6 + 2 = 10
4 + 4 - 2 =6
6 + (2 + 2 + 2 + 1) x 4 = 34

Slide 17 - Tekstslide

1/5 + 3/5 = (gebruik /)

Slide 18 - Open vraag

Reken uit en vereenvoudig
2/4 +3/4 = ........ = ....?....
(spatie en / gebruiken bij vereenvoudigen)

Slide 19 - Open vraag

1/3 + 4/6 =

Slide 20 - Open vraag

De helft van de leerlingen van een school komt met de fiets. Een derde deel komt met de auto. De rest komt met de bus. Welk deel komt met de bus naar school?
A
1/3
B
2/4
C
1/6
D
1/7

Slide 21 - Quizvraag

3/5 - 2/5 = (gebruik een /)

Slide 22 - Open vraag

4/5 - ....... = 1/20

Slide 23 - Open vraag

Van een chocoladereep met 12 stukjes eet je 2/3 deel op.
Hoeveel stukjes blijven over?

Slide 24 - Open vraag

Ik heb een Milkareep gekocht. Deze reep bestaat uit 10 stukken. De reep valt op de grond en 2/5 gaat verloren. Hoeveel heb ik over? Gebruik / en vereenvoudig.
Vul alleen de vereenvoudiging in.

Slide 25 - Open vraag

Lisa koopt een vest van €12,30. Wat moet Lisa betalen? €...,...

Slide 26 - Open vraag

Maken
Basis: maken 3.2
Plus: maken 1.4

Slide 27 - Tekstslide

basis: 3.2
7. b 6 stukjes c 6/16 d 4 stukjes e 4/16
8. a 15 snoepjes rood en 18 snoepjes geel b meer
9. koen 8 stukje en pepijn 6 stukjes. samen 14 van de 14/24 = 7/12 b 5/12
10. a 1/2 b 6 + 4 = 10  10 van de 12 = 10/12, 3/4 = 9/12. dus meer dan 3/4
c 2 van de 12 dus 2/12 = 1/6
Plus 4.1
3. a 2/5 b 2/3
4. a 1/2 c 26/33

Plus: 1.4
1. a 6 b 6 van de 8 c 3/4
2. a 2/9 b 2/3 c 3/13 d 1/5
3. a 2/5 b 2/3
4. a 1/2 c 26/33
5. a 6 5/8
6. a 1 2/5 b 9 1/3 c 3 1/13 d 10 5/12
7. a 1 1/7 b 2 5/9 c 5 1/16 d 11 19/30

Slide 28 - Tekstslide

Maken
Basis: maken 3.2 (11, 14)
dan plus 1.4 (3c en d, 4b en d, 10a)
plus: maken 1.4 (1, 2, 3c en d, 4b en d, 9, 10, 11

Slide 29 - Tekstslide

Basis 3.2

11. a 4/24 = 1/6 b 20/24 - 2/8 = 20/24 - 6/24 = 14/24 = 7/12 c 14/24 dus 14 stukjes

14. 30 : 3 = 10 stukjes, 30 : 5 x 2 = 12, 30 - 10 - 12 = 8 stukjes over

4. b 5/36 d 7/40
9. a 2 2/3 b 1 11/24
10. a 3/4


Plus:1.4
1. a 6 b 6 van de 8 c 3/4
2. a 2/9 b 2/3 c 3/13 d 1/5
3. c 1/4 d 1/3
4. b 5/36 d 7/40
9. a 2 2/3 b 1 11/24
10. a 3/4 b 3 2/3 c 3/4 d 17/18
11. 1/6, 2 1/3, 1 2/5, 5 1/5, 2 7/10, -

Slide 30 - Tekstslide

0

Slide 31 - Video

Slide 32 - Tekstslide