Voorbereiding Toetsweek 2

3 HAVO

¡Feliz año nuevo!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3 HAVO

¡Feliz año nuevo!

Slide 1 - Tekstslide

RTTI Toets do 19 jan
leerstof:
- woordjes 2.1 t/m 2.4 WB blz 79-80
- ww met klinkerwisseling Bron G blz 21 TB
- het aanwijzend vnw Bron I blz 23 TB
- vraagnaamwoorden (herhaling) Bron D blz 20 TB
-Presente Perfecto (herhaling periode 1 – zie aantekeningen en blz 85-86 TB)

Slide 2 - Tekstslide

Leer de VOCA

van blok 2.4
klik HIER
timer
10:00
Startopdracht

Slide 3 - Tekstslide

Maken:
Opdracht 28 op blz 70 van je werkboek

timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

maken:
oef 29 & 30 op blz 70-71

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Klik hier om in Wordwall te oefenen:

Slide 10 - Tekstslide

jueves, 12 de enero

*herhaling aanwijzende voornaamwoorden
* nakijken oef 29 en 30
* herhaling ww klinkerwisseling & spel

Slide 11 - Tekstslide

1) Aanwijzende voornaamwoorden
Singular (EV)
Mannelijk
Vrouwelijk
Dichtbij
Este libro
Dit boek
Esta casa
Dit huis
Ver weg
Ese libro
Dat boek
Esa casa
Dat huis
Plural (MV)
Dichtbij
Estos libros
Deze boeken
Estas casas
Deze huizen
Ver weg
Esos libros
Die boeken
Esas casas
Die huizen
Woord dat niet op een zelfstandig naamwoord slaat: esto (dit) / eso (dat)

Slide 12 - Tekstslide

Aanwijzende voornaamwoorden.
esta
estos
estas
este
niña
instituto
música
deportes
profesor
bolígrafos
mesas
sillas

Slide 13 - Sleepvraag

(Die)_____chicos allí son mis amigos de fútbol.
A
estos
B
esos
C
eso
D
esto

Slide 14 - Quizvraag

(Dat) ... es aburrido.
Tip:
Er staat geen zelfstandig naamwoord in de zin. 
Het aanwijzend vnw wordt direct gevolgd door een vorm van 'ser'. 
A
Este
B
Ese
C
Esto
D
Eso

Slide 15 - Quizvraag

(Dit) ... es falso.
A
Este
B
Ese
C
Esto
D
Eso

Slide 16 - Quizvraag

(Deze) ... entrenamiento es divertido .
A
Este
B
Ese
C
Esto
D
Eso

Slide 17 - Quizvraag

Vul het aanwijzend vnw. in de juiste zin in. 
¿Ves ______________ chica allí? ¡Es muy guapa! 
Aquí en ______________ restaurante se come muy bien. 
__________ es muy difícil. 
Hmmm... ¡ ___________ sardinas están muy buenas! 
este
estas
eso
estos
esa

Slide 18 - Sleepvraag

29b
1. este
2. este
3. estas
4. este
5. estos
6. este
7. estas
8. este

Slide 19 - Tekstslide

29c
1. ese
2. esas
3. ese
4. esa
5. esas
6. esa
7. esos
8. ese

Slide 20 - Tekstslide

30a
1. esa
2. este
3. ese
4. estas
5. esas
6. esto  > verwijst niet naar zelfst. nw

Slide 21 - Tekstslide

2)  vraagwoorden
PRONOMBRE INTERROGATIVO

Slide 22 - Tekstslide

wie?
waarom?
(van) waar?
welke?
wanneer?
waar?
hoeveel?
Waarheen?
wat?
hoe?
¿quién? / ¿quienes?
¿por qué?
¿cuál?/¿cuales?
¿cómo?
¿cuándo?
¿dónde?
¿de dónde?
¿a dónde?
¿cuánto(s)?
¿qué?

Slide 23 - Sleepvraag

Werkwoorden met klinkerwisseling.

empezar
querer
yo
empiezo
quiero
empiezas
quieres
él/ella/usted
empieza
quiere
nosotros
empezamos
queremos
vosotros
empezáis
queréis
ellos/ellas
empiezan
quieren

Slide 24 - Tekstslide