les 2- wetboek van strafrecht (origineel van COMT)

les 2- wetboek van strafrecht
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
StrafrechtMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

les 2- wetboek van strafrecht

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: Wetboek van Strafrecht
  • Korte herhaling vorige week
  • Opbouw Wetboek van Strafrecht
  • Verschil van misdrijf en overtreding in het Sr
  • Reikwijdte van Sr

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maar eerst even kijken naar 2 gasten die zeker te maken gaan krijgen met het strafrecht...

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Vorige week
  • Wat is het verschil tussen verboden die zijn opgenomen in het strafrecht en het civiel recht?
  • Wat is het doel van strafrecht?
  • Noem 1 doel die er is bij het opleggen van een straf
  • In welk artikel staat het legaliteitsbeginsel?
  •  Kun je gestraft worden voor een feit dat op het moment van de daad niet strafbaar was?
  • Mag een wijziging van een artikel ten nadele van de verdachte worden toegepast door de rechter? 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wetboek van strafrecht
Voordat we gaan kijken naar dit wetboek is het van belang om te weten of hierin nu materieel of formeel recht staat.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Art. 27 Sv
Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
A
Materieel
B
Formeel

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 321 Sr
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.

A
Materieel
B
Formeel

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 52 Sv
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en hem daartoe staande te houden.

A
Materieel
B
Formeel

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wetboek van Strafrecht
  • We hebben net geleerd dat in het Wetboek van Strafrecht materieel recht is te vinden.
  • Om te weten waar je nu wat precies kan vinden hierin, is het van belang de opbouw van het wetboek te weten. Om deze reden ga je nu opdracht 2 maken en ga je op onderzoek uit in het wetboek van strafrecht 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Gevangenis: verdachte is schuldig bevonden door de rechter
Huis van bewaring: in afwachting van oordeel van de rechter
opdracht 3, 4, 5

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reikwijdte Sr
  • Wanneer is het Wetboek van Strafrecht nu wel en wanneer niet meer van toepassing bij een strafbaar feit?
  • De artikelen 2 tm 8 van het wetboek bepalen dit. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijk in artikel 2 Sr. Wat bepaalt dit artikel over de werking van Sr?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Op basis van welk artikel(en) (check 2, 3, 4, 5 tm 7 Sr!) kan het dat de Nederlandse jongens die op Mallorca (Spanje) verdacht werden van het doodschoppen (art 287 Sr) daar van een andere Nederlander in Nederland zijn vervolgd en dus niet in Spanje?

Slide 16 - Open vraag

art 5 en 7 sr 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op basis van welk artikel kunnen deze niet-Nederlanders die buiten Nederland worden verdacht van strafbare feiten, toch worden vervolgd hier in Nederland?
A
art 2 Sr
B
art 3 Sr
C
art 4 Sr
D
art 5 Sr

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Conclusie Reikwijdte Sr
  • Hoofdregel (art 2 Sr) is dat iedereen die in Nederland een strafbaar feit pleegt, hier vervolgt kan worden ogv Sr. 
  • de hoofdregel dat ons strafrecht van toepassing is, wordt het territorialiteitbeginsel genoemd
  • de hoofdregel kan worden uitgebreid voor bepaalde ernstige feiten in het buitenland worden gepleegd tegen Nederlanders (art 5 Sr), door een Nederlander (art 7 Sr) en zelfs in bijzondere gevallen door niet-Nederlanders (art 4 Sr)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 6 en 7

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervolg les voor degenen die géén rechtbank bezoek vandaag hebben

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het supermarktdrama dossier
We gaan nu met de praktijk aan de slag!
In je mail/op canvas tref je het supermarktdrama-dossier aan. Neem deze erbij!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het strafdossier
  • vandaag gaan jullie kennis maken met een strafdossier. Dit gaan we vandaag allereerst doen door de opbouw van een strafdossier te bekijken

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jullie strafdossier bestaat eigenlijk uit 4 onderdelen en wel de volgende:
Het procesdossier;
Het voegingsformulier benadeelde;
de dagvaarding;
Het uittreksel justitiële documentatie.
Ga het dossier doornemen en noteer op welke pagina de 4 verschillende onderdelen beginnen.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk van de 4 onderdelen van het dossier zal de rechter het bewijs moeten vinden voor de tll feiten?
A
dagvaarding
B
uittreksel justitiële documentatie
C
procesdossier
D
voegingsformulier benadeelde

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke informatie geeft de dagvaarding altijd aan de verdachte? Noem er (minimaal) 3

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is nu eigenlijk het voegingsformulier benadeelde en is dit altijd onderdeel van een strafdossier?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van het uittreksel justitiële documentatie voor de strafzaak?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies