Week 2 Strafbaar feit

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
StrafrechtMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
  • Korte herhaling
  • waar vinden we nu strafrecht in terug?
  • Wanneer is er sprake van een strafbaar feit 
  • Strafbepaling
  • Verschil van misdrijf en overtreding in het Sr
  • Hoe verloopt het strafproces vanaf ontdekking strafbaar feit

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige week
  • Wat is ook al weer strafrecht?
  • Waarom is er strafrecht?
  • Waar valt het strafrecht onder in het Nederlands recht?
  • Als we het hebben over hoe een zaak op zitting verloopt, is dit dan materieel of formeel strafrecht?
  • Als het gaat om welke straffen we hebben, is dat materieel of formeel strafrecht?
  • Als het gaat om wat strafbaar is, is dat materieel of formeel strafrecht?
  • Als het gaat hoe de politie te werk moet gaan in de opsporing bij een strafbaar feit, is dat materieel of formeel strafrecht?
  • Als het gaat om of er een telefoontap mag worden gebruikt, is dat materieel of formeel strafrecht?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar vinden we nu strafrecht?
We hebben het al gehad over het Wetboek van Strafrecht. Hier vindt je dus strafrecht terug, maar ook in het Wetboek van Strafvordering. Wat is nog meer een bron waar we strafrecht terugvinden?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

bronnen strafrecht

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Strafbaar feit
  • Is er nu een feit gepleegd dat strafbaar is gesteld in een strafbepaling, dan noemen we dit een strafbaar feit. 

  • Strafbare feiten kunnen weer worden onderverdeeld in misdrijven en overtredingen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Misdrijven en overtredingen
  • Pak je Wettenbundel en pak het Wetboek van Strafrecht erbij en zoek zowel een overtreding op als een misdrijf
  • Kijk vervolgens of je een of meer verschillen ziet tussen beiden soorten strafbare feiten. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gaat het in art. 326 Sr om een misdrijf of overtreding?
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 12 - Quizvraag

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Gaat het in art. 431 Sr om een misdrijf of overtreding?
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 13 - Quizvraag

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij die rumoer of burengerucht verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord.
Gaat het in art. 300 Sr om een overtreding of een misdrijf?
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 14 - Quizvraag

Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
In het algemeen is een poging tot een misdrijf strafbaar. Is een poging tot mishandeling strafbaar? (art. 300 lid 5 Sr)
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Even terug naar vorige week

Vorige week hebben we besproken wat strafrecht nu is en ook wat het bijzonder maakt, zie nog eens de sheet hierna

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

artikel 1 Sr

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

We zagen net een filmpje in het kader van #Metoo en gaat over seksuele intimidatie. Dit is iets waarvan veel mensen zeggen dat dit strafwaardig gedrag is, seksuele intimidatie, maar is het ook daadwerkelijk strafbaar in Nederland?
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit het nu, mag er nu altijd gestraft worden als het gaat om de veiligheid van de maatschappij?
Zoek artikel 1 Sr in je wetboek op, lees het artikel en beantwoord deze vraag hier!

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

art 1 Sr
DUS:
 - rechtszekerheid voor burgers
    (er moet een wettelijke strafbepaling zijn)
   - geen terugwerkende kracht
    (de strafbepaling moet vooraf zijn gegeven)
    Bij wetswijziging geldt de voor verdachte meest gunstige bepaling

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pak art. 1 Sr er weer bij!
Op 1 mei pleegt een man een bankoverval waarbij twee bankbedienden zwaar gewond raken. Op 15 mei wordt de maximumstraf voor dit misdrijf met twee jaar verhoogd. De man wordt op 15 augustus berecht. Welk strafmaximum moet de rechter op de man toepassen?

Slide 23 - Open vraag

de voor de verdachte meest gunstige, dus de laagste
Op 1 juni pleegt een vrouw een zedendelict. Op 15 juni wordt de maximumstraf voor dit misdrijf met twee jaar verlaagd. De vrouw wordt op 15 juli berecht. Welk strafmaximum moet de rechter op de vrouw toepassen?

Slide 24 - Open vraag

de meest gunstige voor de vrouw, dus de laagste 
Strafbepaling
Wil je iemand voor een gedraging kunnen straffen, dan zal het gelet op art. 1 Sr alléén kunnen als iets strafbaar is en het dus staat in een strafbepaling! 

 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Strafbaar feit of niet?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

art. 321 Sr
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 289 Sr
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 1 Gw
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 5:5 BW
Hij die een onbeheerde zaak vindt en onder zich neemt, is verplicht
:a. met bekwame spoed overeenkomstig lid 2, eerste zin, van de vondst aangifte te doen, tenzij hij terstond na de vondst daarvan mededeling heeft gedaan aan degene die hij als eigenaar of als tot ontvangst bevoegd mocht beschouwen;
b. met bekwame spoed tevens overeenkomstig lid 2, tweede zin, mededeling van de vondst te doen, indien deze is gedaan in een woning, een gebouw of een vervoermiddel, tenzij hij krachtens het bepaalde onder a, slot ook niet tot aangifte verplicht was;
c. de zaak in bewaring te geven aan de gemeente die dit vordert.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 27 Sv
Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quizvraag

Is er nu een feit gepleegd dat strafbaar is gesteld in een strafbepaling, dan noemen we dit een strafbaar feit. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Art. 289 Sr

Welk stukje bevat de delictsomschrijving?
A
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft,
B
wordt, als schuldig aan moord
C
gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 289 Sr

Welk stukje bevat de kwalificatie?
A
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft,
B
wordt, als schuldig aan moord
C
gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 289 Sr

Welk stukje bevat de sanctienorm?
A
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft,
B
wordt, als schuldig aan moord
C
gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 326 Sr

Welk stuk bevat de kwalificatie?
A
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, (...)iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, (....)
B
wordt, als schuldig aan oplichting,
C
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 326 Sr

Welk stuk bevat de delictsomschrijving?
A
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, (...)iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, (....)
B
wordt, als schuldig aan oplichting,
C
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Art. 326 Sr

Welk stuk bevat de sanctienorm?
A
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, (...)iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, (....)
B
wordt, als schuldig aan oplichting,
C
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

art. 300 Sr
Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

Wat ontbreekt er bij dit artikel?
A
Delictsomschrijving
B
Kwalificatie
C
Sanctienorm

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies