Korte quiz

Het lichaam
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Het lichaam

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning:

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zoveel mogelijk woorden op over het lichaam
Het lichaam

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn dit?
A
de darmen
B
de hersenen
C
de longen
D
het hart

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de elleboog
de knie
de schouder
de hoofdpijn
de pillen

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is het de of het?
A
de buik
B
het buik

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de of het?
A
het nek
B
de nek

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is goed geschreven?
A
het handdoek
B
de handoek
C
de handdok
D
de handdoek

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de of het?
A
het wang
B
de wang

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de of het?
A
de oog
B
het oog

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb pijn aan mijn...

Slide 21 - Tekstslide

3. Doe het na: Ik heb pijn (10 min)
Introduceer één superbruikbare zin:

Ik heb pijn aan mijn …

Jij houdt je hoofd vast: “Ik heb pijn aan mijn hoofd.”
Buik: “Ik heb pijn aan mijn buik.”
Keel: “Ik heb pijn aan mijn keel.”

Daarna beeldt een leerling pijn uit en de klas raadt: “Pijn aan je hoofd!”

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekenen

Slide 23 - Tekstslide

3. Doe het na: Ik heb pijn (10 min)
Introduceer één superbruikbare zin:

Ik heb pijn aan mijn …

Jij houdt je hoofd vast: “Ik heb pijn aan mijn hoofd.”
Buik: “Ik heb pijn aan mijn buik.”
Keel: “Ik heb pijn aan mijn keel.”

Daarna beeldt een leerling pijn uit en de klas raadt: “Pijn aan je hoofd!”

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies