4V herhalen H3

Herhalen H3
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhalen H3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Geleidt in vaste en vloeibare fase
Geleidt alleen in vloeibare fase
Geleidt niet
Sn
Cu
Zn
SnCl2 (tinchloride)
C18H36O2 (Kaarsvet)
I2 (Jood)
NaCl (keukenzout)

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de covalente van koolstof (C)?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de covalente van zwavel (S)?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 6 - Quizvraag

Hoeveel atoombindingen zitten er in een stikstofmolecuul?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 7 - Quizvraag

Elektronegativiteit
  • De elektronen die een samen een atoombinding vormen, zitten niet altijd netjes in het midden tussen 2 atomen in.
  • Dit is afhankelijk van de elektronegativiteit van de betrokken atomen.
  • Zie Binas 40A.

Slide 8 - Tekstslide

Elektronegativiteit
  • Hoe hoger de elektronegativiteit, hoe harder aan de elektronen wordt getrokken. 
  • De elektronen tussen O en H bevinden zich dus dichter bij O
  • Hierdoor wordt O partieel (een beetje) negatief geladen.
  • H krijgt een positieve partiële lading.
  • We noemen deze atoombinding dan polair.

Slide 9 - Tekstslide

Polaire atoombinding
  • Als verschil in elektronegativiteit tussen twee atomen in een molecuul groter dan 0,4 is, noem je de atoombinding polair.
  • Polaire atoombindingen bij C-O, N-H, O-H, F-H.

Slide 10 - Tekstslide

Waterstofbrug en kookpunt
  • Doordat de H-brug sterker is dan de vanderwaalsbinding, verklaart dit een verhoogd kookpunt van een stof wanneer de moleculen H-bruggen kunnen vormen. 
  • Voorbeeld: H2O (373 K) vergeleken met H2S (213 K)

Slide 11 - Tekstslide

Welke bindingen kunnen zich TUSSEN moleculen van moleculaire stoffen bevinden.
A
atoombinding, vdw-binding, H-brug
B
dipool-dipool binding, vdw-binding, H-brug, molecuulbinding
C
covalente binding, polaire atoombinding, vdw-binding
D
vdw-binding, H-brug, dipool-dipool binding, polaire atoombinding

Slide 12 - Quizvraag

Welke binding bevindt zich tussen de moleculen van zuurstof (gas)
A
vdWaals binding
B
molecuulbinding
C
apolaire atoombinding
D
geen binding

Slide 13 - Quizvraag

Zet de moleculen op volgorde van oplopend kookpunt. Zoek de kookpunten niet op, maar verklaar aan de hand van de structuurformule en betrokken bindingstypen.

CH4 (methaan), C2H6 (ethaan), CH3OH (methanol)
A
methaan, ethaan, methanol
B
ethaan, methaan, methanol
C
methanol, ethaan, methaan
D
methanol, methaan, ethaan

Slide 14 - Quizvraag

Uitleg quizvraag
  • Methanol kan als enige een H-brug vormen, vanwege de OH-groep. 
  • Ethaan heeft een hogere massa dan methaan, dus de vanderwaalsbinding in ethaan is sterker dan in methaan.
  • De H-brug is sterker dan de vanderwaalsbinding, dus methanol heeft het hoogste kookpunt.
  • Volgorde van laag naar hoog kookpunt: methaan, ethaan, methanol.

Slide 15 - Tekstslide

Maakt deze stof waterstofbruggen?
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide