Ondersteunen bij huishouden en wonen

Ondersteunen bij huishouden en wonen
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Ondersteunen bij huishouden en wonen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
- Je weet welke huishoudelijke taken er zijn.
- De student weet welke groepen schoonmaakmiddelen er zijn en waar deze voor dienen.
De student weet wat de symbolen van de waslabels betekenen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huishoudelijke taken

Slide 3 - Woordweb

Welke huishoudelijke taken voeren jullie uit in het werk? Vermeld deze in de mindmap.

Grenzen aangeven
Omgaan met besmet wasgoed

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht waslabels

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bleken
Chemisch reinigen
Strijken
Droger
Wassen

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schoonmaakmiddelen
  • Reinigingsmiddelen (allesreiniger)
  • Oplosmiddelen (aceton, spiritus)
  • Onderhoudsmiddelen (pledge, was)
  • Desinfectiemiddelen (chloor, alcohol)
Om op de beste manier schoon te maken moet je een keuze maken uit een van deze vier schoonmaakmiddelen. Het verschilt wat je wilt schoonmaken en wat je doel is welke je gaat gebruiken. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schoonmaakregels

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schoonmaakregels
  1. Werk altijd van schoon naar vuil.
  2. Werk van buiten naar binnen. 
  3. Werk van hoog naar laag.
  4. Werk in een logische volgorde.
  5. Werk in een ruimte linksom of rechtsom.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De juiste werkvolgorde van professioneel schoonmaken is:
A
- van schoon naar vuil - van laag naar hoog - van nat naar droog
B
- van vuil naar schoon - van laag naar hoog - van nat naar droog
C
- van schoon naar vuil - van hoog naar laag - van nat naar droog
D
- van schoon naar vuil - van hoog naar laag - van droog naar nat

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent
dit symbool?
A
Geeft gasvorming
B
Let op
C
Irriterend
D
Gebruik dit niet samen met een ander middel.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit symbool
betekent.....
A
Oxiderend; kan ontploffingen /gassen veroorzaken
B
Ontvlambaar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

GHS -
symbolen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 dingen die je hebt geleerd deze les.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ondersteunen bij huishouden en wonen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wanneer is iets vuil?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

schoonmaak middelen gebruiken
Kies een middel dat past bij wat je moet doen
Lees etiket voor extra informatie zoals:  Waarvoor is het
                                                                                    Hoe moet ik het gebruiken
                                                                                    Staan er symbolen op 
                                                                                    Waar de lege verpakking weggooien
                                                                                    Wat te doen bij inslikken
Hoe ruim ik schoonmaakmiddelen veilig op


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waarom maken we schoon
  • Voor je gezondheid
 je kunt ziek worden van teveel vuil;
  • Voor je welzijn
 je voelt je prettiger in een schone omgeving
  • Ter voorkoming van slijtage 
Spullen gaan langer mee
  • Veiligheid
Je kunt struikelen en uitglijden over vuil




Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

soorten schoonmaak
Ruw schoon: voor het oog schoon/ opgeruimd; je maakt eigenlijk nog niks echt schoon

Huishoudelijk schoon: gewoon schoonmaken met doekje en water en middel

Smetschoon: ontsmetten = micro organismen doden



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke ruimtes moet ik extra zorgvuldig schoonmaken
A
sanitaire ruimtes
B
woonkamer
C
keuken
D
slaapkamer

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de zorgvrager bepaalt wat schoongemaakt moet worden
ja
nee

Slide 22 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

jij als zorgverlener bepaalt wat schoongemaakt moet worden
Ja
nee

Slide 23 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

van een client wordt verwacht dat hij een bepaald soort midelen en materialen in huis heeft
Ja
Nee

Slide 24 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

zelfredzaamheid betekent dat je de zorgvrager alles eerst zelf laat doen
ja
nee

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

woonkamer opruimen
was vouwen
volledig de afwas doen
planten water geven
afdrogen bij afwas
bed opmaken
koelkast controleren

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

nat 
schoonmaken
droog
schoonmaken
microvezel doekjes
werkdoekjes

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

werkdoeken
kleuren Welke kleur voor welk werk?
  • groen
  • rood
  • blauw
Hoe ook alweer vouwen?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

micro vezel doeken
A
kan ik zowel droog als nat gebruiken
B
kan ik wassen maar geen wasverzachter gebruiken
C
ik voeg geen middel toe
D
houden het vuil goed vast

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wetgeving

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies