Oefentoets thema 4, blok 1 en 2

Oefentoets thema 4, blok 1 en 2
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oefentoets thema 4, blok 1 en 2

Slide 1 - Tekstslide

Wonen op gevaarlijke plekken

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn de verschillen tussen Nederland en Bangladesh m.b.t. overstromingen?

Slide 3 - Open vraag

1: De Brahmaputra is de langste rivier die uitkomt in Bangladesh.

2: De IJssel is de langste rivier in Nederland.
A
1 en 2 zijn waar
B
1 is waar en 2 is niet waar.
C
1 is niet waar en 2 is waar
D
1 en 2 zijn niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Wat is geen natuurlijke oorzaak voor de overstromingen in Bangladesh?
A
moessonklimaat
B
zware stormen
C
ontbossing
D
onregelmatige afvoer van het rivierwater

Slide 5 - Quizvraag

Waarom zouden bomen belangrijk zijn om overstromingen en wateroverlast tegen te gaan?
A
De blaadjes houden de regen tegen
B
De bomen zorgen voor verdamping
C
De bomen houden het water vast
D
De bomen zorgen voor een losse grond.

Slide 6 - Quizvraag

Waarom groeien er veel planten bij de monding van een rivier?
A
Omdat er veel water is
B
Daar is het land vlakker
C
De bodem is er vruchtbaarder
D
Daar wonen minder mensen vanwege overstromingen

Slide 7 - Quizvraag

Waarom wordt de kans op overstromingen in Nederland steeds groter?
A
Stijgende zeespiegel
B
Extremer weer
C
Ontbossing in Nederland
D
Zakkende grond bij de dijken

Slide 8 - Quizvraag

Hier vind het meeste sedimentatie plaats

Slide 9 - Sleepvraag

Waarom vindt er meer sedimentatie plaats in het gebied waar de rivier in zee uitmondt dan waar de rivier begint?
A
Daar stroomt het water sneller
B
Daar stroomt het water langzamer
C
Daar ligt meer zand op de bodem
D
Daar zwammen meer mensen

Slide 10 - Quizvraag

Nederland is een deltaland, maar wat is een Delta eigenlijk?

Slide 11 - Open vraag

De Nederlandse Delta
Overeenkomsten met Bangladesh
Verschillen met Bangladesh
Laaggelegen land
Rivierdelta
Kwetsbaar voor hoog water
Neerslag tijdens de Moesson
Schommelende waterstand in rivieren
Vruchtbare grond

Slide 12 - Sleepvraag

Hoe noemen we deze monding?
A
Delta
B
Trechter

Slide 13 - Quizvraag

wel een Nederlands landschap
niet een Nederlands landschap

Slide 14 - Sleepvraag

Hoe heetten de werken die in Zeeland werden uitgevoerd om betere dijken te bouwen?
A
de Verwerken
B
de Smeltawerken
C
de Deltawerken
D
de Deltawegen

Slide 15 - Quizvraag

Welk begrip kun je koppelen aan het neerdalen van zand en klei deeltjes?
A
slib
B
sedimentatie
C
erosie
D
daling

Slide 16 - Quizvraag

Typisch Nederlandse landschappen

Slide 17 - Tekstslide

Wat is het begrip: landijs


A
Laag sneeuw die tot ijs is samengeperst en op het land ligt.
B
Laag ijs dat drijft op de polen.
C
Laag ijs dat is samengeperst en dat snel weer smelt.
D
Laag sneeuw die tot ijs is samengeperst en dat altijd op de zee drijft.

Slide 18 - Quizvraag

Wat zijn stuwwallen?
A
bergen
B
stuwt rivierwater
C
muren bij de rivier
D
heuvels

Slide 19 - Quizvraag

Hoe zijn de heuvels op de Veluwe ontstaan?
A
De wind heeft zand tot heuvels geblazen.
B
Het ijs heeft de grond daar als een bulldozer omhooggeduwd tot heuvels.
C
Het water heeft hier vroeger veel zand achtergelaten
D
Die zijn door de mensen gemaakt.

Slide 20 - Quizvraag

Hoe komen we in het oosten van Nederland aan zandgrond?
A
Wind die zand van drooggelegde Noordzee het land in blies.
B
Door IJs uit Scandinavië die zand meenam.
C
Via de Rijn die zand meenam uit sedimentatie.
D
Door de stuwwallen die het zand omhoog duwde.

Slide 21 - Quizvraag

Waar vind je in Nederland vooral laagveen?
A
Drenthe, Friesland en Groningen
B
Limburg en Noord-Brabant
C
Gelderland
D
Noord- en Zuid Holland

Slide 22 - Quizvraag

Wat zijn terpen of wierden?

Slide 23 - Open vraag

Zet de fasen in het ontstaan van stuwwallen in de juiste volgorde (van boven naar beneden).
de temperatuur daalde
begin ijstijd
schuivend ijs
ontstaan stuwwal

Slide 24 - Sleepvraag

Waarom werden er in veengebieden sloten gegraven?
A
Om turf te steken
B
voor goederentransport per boot
C
Om drinkwater in op te slaan
D
Om water af te voeren en land droog te leggen

Slide 25 - Quizvraag

Wat is ontginning?
A
Het weghalen van water uit veen
B
Het bruikbaar maken van stukken land voor de landbouw
C
Het wegschaven van veen.
D
Het verbouwen van graan op veengebied.

Slide 26 - Quizvraag

Droogmakerij
Terp
Zeepolder
Molens
Heuvel van klei en afval
Dijken

Slide 27 - Sleepvraag

gemaal
polder
NAP
dijken

Slide 28 - Sleepvraag

Waarvoor werden windmolens voor gebruikt in het westen van Nederland?
A
Om water uit de polders te pompen.
B
Om zout water zoet te maken.
C
Om drinkwater mee op te pompen.
D
Om water naar droge gebieden te brengen.

Slide 29 - Quizvraag

Droogmakerij
Ringvaart
Ringdijk
Windmolen of gemaal

Slide 30 - Sleepvraag