Creatief Werken Training 4

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMentorlesHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

Programma

Check-in

Terugblik: reminiscentie

Caleidoscopisch denken

Filmpje

Oefening

Diversiteitscirkel

Oefening

Afsluiten

Deze slide heeft geen instructies



Check-in

Terugblik: reminiscentie

Bekijk het volgende filmpje over de koude winters van vroeger

  • Bedenk 3 reminiscentievragen die je kunt stellen 

  • Bedenk een activiteit bij het thema "koude winter"

Deze slide heeft geen instructies

Welke 3 reminiscentievragen kun je bedenken bij dit filmpje?

(Bijvoorbeeld: waar denkt u aan bij het woord 'elfstedentocht'? Kreeg u vroeger wel eens 'ijsvrij' Waar denkt u aan bij het woord "koek en zopie"?)


Welke activiteiten zou je kunnen bedenken bij het thema?

(bijvoorbeeld: samen erwtensoep maken, warme chocomelk met slagroom, Bezoek aan de schaatsbaan en schaatsers bekijken

Gluhwein maken

Een winters landschap knutselen met gkleurd papier

Beeldmateriaal verzamelen en knippen plakken (oude schaatskampioenen, foto’s Elfstedentochten, kinderen met mutsen en wanten, friese doorlopers, etc)




Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

In bepalde perioden van je leven kunnen sommige aspecten van je identiteit ineens op de voorgrond komen rte staan en alle andere aspecten enorm beinvloeden


Identiteit is dus meervoudig en veranderlijk, al sta je daar niet elke dag bij stil. Je denkt dat je bent wie je bent, maar wie ben je eigenlijk? Deze vraag kun je op persoon-lijk niveau beantwoorden: welke studie je wilt doen, welke baan je wilt kiezen, wat je hobby is, op welke manier je je leven wilt vormgeven, met wie je intieme ver-bindingen aangaat enzovoort. De vraag wie je bent kun je ook op collectief niveau beantwoorden. Zo heeft het land waarin je woont invloed op wie je bent en kunt zijn, door regeringsbeleid en maatregelen die daaruit voortvloeien. Daarnaast zijn er verschillende groepen (meiden, rijken, homoseksuelen, christenen, studenten, Hindoestanen enzovoort) waar je (gewild of ongewild) bij hoort en die invloed hebben op je identiteit. Die groepen kunnen wisselen tijdens je leven. Om dat te beschrijven, spreken wij van ‘aspecten van identiteit’. Achter elk aspect zitten groepen waar je bij hoort. In de sociologie worden die groepen ‘groeperingen’ ge-noemd. Een groepering is een groep waar je bij hoort zonder dat je elk lid van deze groep kent. Alle groeperingen waar je bij hoort bepalen jouw identiteit. In het intersectionele denken wordt het of-of-denken bestreden. Ten eerste zijn er tussen de tegenstellingen vele andere nuanceringen mogelijk en ten tweede zijn de verschillende identiteitsaspecten gelijktijdig aan het werk in je leven.

Wij onderscheiden zeven identiteitsaspecten (volgende SHEET)



Deze slide heeft geen instructies

'Over de streep'

Oefening "Over de streep" doen

Dit zijn wat voorbeelden, voel je vrij om andere vragen te bedenken

hiervoor mbo hebt gedaan

je ouder dan 22 jaar bent

je van dansen houdt

je van voetbal houdt

je tweetalig bent opgevoed

je een (onzichtbare) handicap of beperking hebt

je vroeger gepest bent

je vroeger gepest hebt

je vroeger een Nintendo hebt gehad

je vroeger een Furby hebt gehad

je verliefd bent

je samenwoont

je weleens een gebroken hart hebt gehad

je in een samengesteld gezin leeft

je valt op iemand van hetzelfde geslacht

 

Na elke vraag gaan de studenten die naar voren zijn gestapt weer terug naar hun plek op de lijn. Nadat de docent enkele vragen heeft gesteld aan de klas vraagt hij studenten nu om de beurt hun eigen vraag te formuleren: “ik behoor tot de groep die”, en vervolgens naar voren te stappen. En/of de vraag: “ik denk dat ik de enige ben die…”



Deze slide heeft geen instructies

De vraag of je een man of een vrouw bent lijkt relatief eenvoudig te beantwoorden. Op grond van lichaamskenmerken is dat namelijk te bepalen. Maar het lichamelijke is maar één kant van de medaille. Want, welke vrouwenrollen en mannenrollen horen daarbij? Wat is je in je socialisatie aangeleerd? Wat voor man of vrouw ben je geworden? Welke boodschappen heb je meegekregen over mannelijkheid en over de taken van mannen in het leven of wat is je rol als vrouw in de samenleving waar jij geboren bent en in de samenleving waar je opgroeit? Van nature ben je een vrouw of man. Maar de opvoeding en socialisatie in bepaalde groepen maken je ook tot vrouw of man. Dit wordt ‘gender’ genoemd. Wat meer invloed heeft, de natuur of de sociale context, is onderwerp van een al lang durend debat. De spanning tussen biologische (sekse-) en culturele (gender-) aspecten van man zijn of vrouw zijn wordt goed uitgedrukt in de bekendste uitspraak van de Franse filosofe en schrijfster Simone de Beauvoir: ‘Men wordt niet als vrouw geboren, men wordt het.’ De genderinvulling van vrou-welijkheid en mannelijkheid en de verwachtingen die daarbij horen, kunnen verschillen, bijvoorbeeld per klasse, per land of regio en ook per religie. Zo zie je dus hoe de verschillende aspecten van identiteit zoals die in de diversiteitscirkel in beeld zijn gebracht elkaar beïnvloeden

Er zijn ook kinderen en volwassenen die het gevoel hebben in een verkeerd lichaam geboren te zijn. Een man kan zich een vrouw voelen en andersom. Dat wordt ook wel genderdysforie genoemd: een gevoel van onbehagen met het eigen geslacht. Mannen en vrouwen met deze ge-voelens hebben in Nederland de mogelijkheid om geslachtsveranderende opera-ties uit laten voeren. Op de site van de Transgendervereniging Nederland worden transgendermensen beschreven als mensen die zich niet, of niet helemaal, thuis voelen in de geslachtsrol die past bij de uiterlijke geslachtskenmerken van hun ge-boorte. Genderdysforie komt in alle landen en onder alle b

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld:

Mensen leven hun levens op kruispunten van allerlei identiteitsaspecten. Al deze aspecten werken op elkaar in, in je leven.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken en tegelijk de complexiteit duidelijk maken: je bent 22 jaar (generatie/levensfase). Je studeert rechten (professionele socialisatie). Je bent een man (sekse). Je bent geboren in N-derland, uit Nederlandse ouders en wit of ‘blank’, zoals dat in opsporingsberichten op tv ook wel wordt genoemd (etniciteit). Je hebt medisch onverklaarbare pijnen in je lijf en daardoor ben je beperkt in je functioneren (validiteit). Of een ander voorbeeld: je bent politieagent (klasse en professionele socialisatie), je ouders zijn geboren in Turkije, jij bent tweedegeneratie-immigrant (generatie). Je ziet jezelf als Turks en Nederlands, je hebt ook twee paspoorten (etniciteit) en je bent vrouw (gender).



Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies