Word order HV1

WORD ORDER
PLACE
TIME
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

WORD ORDER
PLACE
TIME

Slide 1 - Tekstslide

PLACE
TIME
at home
on Thursdays
in the morning
on the road
in Ireland
next summer
in the school
tomorrow
at 3 o'clock

Slide 2 - Sleepvraag

Vertaal naar het Engels:
Ik ga elke dag naar school.

Slide 3 - Open vraag

Ik ga elke dag naar school.

I go to school every day.


Slide 4 - Tekstslide

Adverbs of place and time
Adverb of place = plaatsbepaling    (at school, in England)
Adverb of time = tijdsbepaling          (at 4 o'clock, tomorrow)


Slide 5 - Tekstslide

Adverbs of place and time
In het Engels meestal aan het eind van de zin:

He is going to give a concert in Houston    (place)
He is going to give a concert tomorrow       (time)

Slide 6 - Tekstslide

Adverbs of place and time
Als het moment wanneer het gebeurt belangrijk is, kun je de tijdsbepaling (adverb of time) helemaal vooraan in de zin zetten:

Tomorrow he is going to give a concert.

Slide 7 - Tekstslide

Adverbs of place and time
Wanneer plaats en tijd allebei in de zin staan, komt eerst plaats en dan tijd:

He is going to give a concert in Houston tomorrow

Slide 8 - Tekstslide

Welke zin klopt? Ezelsbruggetje: denk aan het alfabet.. De p komt voor t.
A
I will tomorrow go to my new school.
B
Tomorrow to my new school I will go.
C
I will go to my new school tomorrow.
D
I will go tomorrow to my new school.

Slide 9 - Quizvraag

Welke zin klopt? Ezelsbruggetje: eerst patat, dan taart.
A
Last summer I went to Australia.
B
I went last summer to Australia.
C
Australia I went to last summer.
D
I went to Australia last summer.

Slide 10 - Quizvraag

Welke zin klopt? Ezelsbruggetje: eerst pizza, dan toetje.
A
He works every day at the bakery.
B
Every day at the bakery he works.
C
At the bakery he works every day.
D
He works at the bakery every day.

Slide 11 - Quizvraag

Translate the next sentence. Denk aan de volgorde! Ik ga volgende week naar Ireland.

Slide 12 - Open vraag

Translate the next sentence.

Ik speel elke dag piano op school.

Slide 13 - Open vraag

Translate the next sentence.

Ik leer elke vrijdag aardrijkskunde op mijn kamer.

Slide 14 - Open vraag

I understand Word Order of Time and Place and can use it in a sentence.
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll