BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Nederland in de wereld
Examenstof maatschappijwetenschappen vwo
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Nederland in de wereld
Examenstof maatschappijwetenschappen vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C5 (13.1, 13.2, 13.3). Image credit: Velvet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Wat ga je kunnen?
Ik kan vormen van internationale samenwerking onderscheiden, de positie van Nederland in NAVO en EU beschrijven en het buitenlandbeleid analyseren.
Deze slide heeft geen instructies
Wat heeft een klein land als Nederland aan andere landen nodig?
Verwachte woorden: handel, veiligheid, NAVO, EU, VN, bondgenoten, export, haven, regels, invloed. Groepeer op het bord in veiligheid, welvaart en invloed. Blok 1 gaat over vormen van samenwerking (13.1), blok 2 over NAVO en EU (13.2), blok 3 over het beleid (13.3).
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Vormen van internationale samenwerking
Grensoverschrijdende samenwerking vind je tussen burgers, instituten, bedrijven, gemeenten, provincies en staten.
Samenwerking ontstaat door wederzijds voordeel of omdat problemen samen beter zijn aan te pakken.
Bilateraal: twee staten werken samen. Multilateraal: meer dan twee staten werken samen.
Multilateraal is intergouvernementeel (staten beslissen zelf) of supranationaal (besluiten boven de staten).
Samenwerking wordt belemmerd door gebrek aan wederzijds vertrouwen en het dilemma van collectieve actie.
Syllabus 13.1: grensoverschrijdende samenwerking op alle niveaus komt tot stand door wederzijds voordeel of omdat problemen adequater aangepakt kunnen worden. Staten werken bilateraal en multilateraal samen; multilateraal is intergouvernementeel of supranationaal. Belemmeringen: gebrek aan wederzijds vertrouwen en het dilemma van collectieve actie (zie ook 16.2): iedereen heeft baat bij samenwerking, maar elke staat is geneigd te wachten tot anderen de kosten dragen. Veelgemaakte fout: bilateraal en intergouvernementeel door elkaar halen. Bilateraal telt het aantal staten (twee), intergouvernementeel zegt wie beslist (de staten zelf).
De Veiligheidsraad van de VN in vergadering in New York
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
De VN en de Veiligheidsraad
De VN is intergouvernementeel en multilateraal: bijna alle landen proberen afspraken te maken.
Onderwerpen: internationaal recht, veiligheid, mensenrechten, wereldeconomie.
Resoluties van de Algemene Vergadering zijn niet bindend. De VN werkt via ideeën en geld.
De Veiligheidsraad kan sancties en geweld besluiten, maar het vetorecht blokkeert vaak.
Syllabus 13.1: de VN heeft weinig macht omdat lidstaten niet verplicht zijn te doen wat de VN zegt. Toch oefent de VN invloed uit: via de verspreiding van ideeën en via de organisaties van de VN, die veel geld besteden. De meeste macht ligt bij de Veiligheidsraad: die kan de externe soevereiniteit aantasten, bindende sancties opleggen en besluiten tot militaire geweldsmiddelen. Door belangentegenstellingen en het vetorecht van de permanente leden komt besluitvorming vaak moeilijk of niet tot stand. Foto: de Veiligheidsraad in vergadering. Veelgemaakte fout: denken dat alle VN-besluiten bindend zijn. Alleen die van de Veiligheidsraad zijn dat. Image credit: Cancillería Argentina / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
IMF, Wereldbank, WTO en regio's
De Wereldbank en het IMF oefenen macht uit door geld wel of niet beschikbaar te stellen, met eisen eraan.
De Wereldhandelsorganisatie (WTO) maakt regels voor internationale handel en ziet toe op naleving.
Taken van de WTO: handel bevorderen, handelsconflicten beslechten en handelsbarrières opheffen.
Landen mogen vrijere handelsafspraken over de WTO-regels heen leggen, bilateraal of multilateraal, zoals in de EU.
Regionaal: Shanghai-samenwerkingsorganisatie, Unie van Zuid-Amerikaanse Naties, Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten.
Syllabus 13.1: Wereldbank en IMF hebben macht doordat landen die geld nodig hebben, dat alleen krijgen onder voorwaarden. De WTO-regels gelden voor het overgrote deel van de wereldhandel. Samenwerking vindt ook plaats in andere regio's: de Shanghai-samenwerkingsorganisatie (China, Rusland en enkele voormalige Sovjetrepublieken), de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties en de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. De EU hoort bij dezelfde rij belangrijke organisaties en komt in blok 2 aan bod. Veelgemaakte fout: het IMF en de WTO verwisselen. Het IMF leent geld met voorwaarden, de WTO maakt handelsregels.
Nederland en België sluiten een verdrag voor een project. Welke vorm is dit?
Multilateraal, want een verdrag is altijd multilateraal
Bilateraal, want twee staten werken samen
Supranationaal, want beide staten tekenen het verdrag
Een machtsevenwicht, want beide hebben evenveel macht
Syllabus 13.1: bilateraal is samenwerking tussen twee staten. Verwachte fout: kiezen voor multilateraal omdat een verdrag formeel klinkt.
Vul in
De resoluties van de Algemene Vergadering van de VN zijn niet bindend. De Veiligheidsraad kan wel bindende sancties opleggen, maar het vetorecht remt dat vaak.
Syllabus 13.1: resoluties van de Algemene Vergadering zijn niet bindend, besluiten van de Veiligheidsraad wel. Verwachte fout: Wereldbank, die geen sancties oplegt.
Nederlands pantservoertuig tijdens de internationale missie in Afghanistan
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Nederland en de NAVO
Nederland is lid van de NAVO om oorlog te voorkomen en de nationale veiligheid te verzekeren.
De NAVO is intergouvernementeel: besluiten vragen unanimiteit.
Kernafspraak: bondgenoten grijpen in als een lidstaat wordt bedreigd. De VS vormen de kern.
Na de Koude Oorlog kwamen er nieuwe leden en taken, ook buiten het eigen gebied.
Syllabus 13.2.1: drijfveer is de wil oorlog te voorkomen en nationale veiligheid te verzekeren. Tot 1989 dacht men vrijwel alleen aan een bedreiging door het Warschaupact. Daarna traden nieuwe leden toe, waaronder voormalige Warschaupactlanden, en kwamen er taken bij: stabiliteit en veiligheid bevorderen, conflictpreventie en crisisbeheersing als belangen van de NAVO-leden in het geding zijn. Spanningen: de afgesproken 2% van de begroting voor defensie wordt door de meeste landen niet gehaald, en afstemming met de VN-Veiligheidsraad en de EU kan problemen geven. Foto: Nederlands voertuig tijdens een internationale missie in Afghanistan. Veelgemaakte fout: denken dat de NAVO met meerderheid besluit. Image credit: ISAF Headquarters Public Affairs Office / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Buiten het gebouw van de Europese Raad in Brussel tijdens een top, 2001
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
De Europese Unie: doel en Raden
De EU wil oorlog voorkomen en voorspoed brengen. Dat kost nationale soevereiniteit.
Er is machtsoverdracht van nationale overheden aan Europese organen.
De Europese Raad: regeringsleiders, bepaalt de politieke lijnen, meestal bij consensus.
De Raad van de EU: ministers per onderwerp, meestal gekwalificeerde meerderheid.
Syllabus 13.2.2: de EU kwam tot stand om oorlog te voorkomen en voorspoed te brengen en heeft bijgedragen aan welvaart en de sterke positie van Europa in de wereldeconomie. Samenwerking gaat vaak ten koste van nationale soevereiniteit; de Nederlandse overheid kan steeds minder zaken in volledige zelfstandigheid regelen. De Europese Raad bestaat uit de voorzitter, de voorzitter van de Commissie en van elke lidstaat de regeringsleider of soms het staatshoofd. De Raad van de EU bestaat uit ministers; welke ministers hangt af van het onderwerp. Unanimiteit is vereist voor bepaalde kwesties zoals belastingen en buitenlands- en veiligheidsbeleid. Veelgemaakte fout: de Europese Raad en de Raad van de EU verwisselen. Eerste: regeringsleiders, tweede: ministers. Image credit: Christian Lambiotte / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
De plenaire zaal van het Europees Parlement in Straatsburg
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
EU: Parlement, Commissie en Hof
Het Europees Parlement: elke vijf jaar rechtstreeks gekozen, zetels naar inwonertal.
Taken: wetgeving vaststellen, democratische controle, de begrotingsautoriteit.
De Europese Commissie: een commissaris per lidstaat, dagelijks bestuur, doet voorstellen.
Het Hof van Justitie ziet toe op uniforme toepassing van het Unierecht.
Syllabus 13.2.2: het Parlement stelt wetgeving vast (op veel terreinen met de Raad), oefent democratische controle uit, keurt de benoeming van de Commissie goed of af en kan haar tot aftreden dwingen, en deelt de begrotingsbevoegdheid met de Raad. De Commissie is onafhankelijk van de nationale regeringen, dient voorstellen in bij Parlement en Raad en voert de goedgekeurde wetgeving uit. Het Hof van Justitie is de rechtsprekende instantie. Het besluitvormingsproces kan supranationaal of intergouvernementeel zijn, afhankelijk van het onderwerp. Veelgemaakte fout: denken dat de Commissie door de lidstaten wordt aangestuurd. Zij is onafhankelijk. Image credit: Diliff / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Wat is de belangrijkste afspraak binnen de NAVO?
Bondgenoten grijpen in als een lidstaat wordt bedreigd
Alle lidstaten besluiten bij gewone meerderheid
Elke lidstaat levert een eigen leger aan de EU
Lidstaten sluiten handelsbarrières onderling af
Syllabus 13.2.1: de kernafspraak is dat bondgenoten ingrijpen als een deelnemend land wordt bedreigd. Verwachte fout: verwarring met EU-samenwerking op defensie.
Zet de EU-wetgeving op volgorde
Syllabus 13.2.2: de Commissie dient voorstellen in bij Parlement en Raad, na goedkeuring voert zij de wetgeving uit. Het Hof ziet toe op de uniforme toepassing en uitleg. Verwachte fout: het Parlement als eerste zetten, omdat het wetgeving vaststelt.
Containerterminal op de Maasvlakte bij Rotterdam
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Grondwet en eigenbelang
De grondwet verplicht Nederland de internationale rechtsorde te bevorderen.
Motieven: deels idealistisch, deels eigenbelang: weinig macht en veel handel.
Ongeveer 30% van het BNP komt volgens de syllabus uit export.
Daarom wil Nederland regels voor iedereen, tegen willekeur van grootmachten.
Syllabus 13.3: de verplichting in de grondwet komt deels voort uit idealistische motieven, maar Nederland heeft er ook belang bij, omdat de machtspositie niet groot is en omdat Nederland veel handel drijft. Nederland is grote investeerder in het buitenland en omgekeerd. Ongeveer 30% van het BNP wordt volgens de syllabus verdiend met export, een groot deel daarvan is doorverkoop van in het buitenland gekochte goederen. De economie is sterk op het buitenland gericht en heeft belang bij duidelijkheid, zekerheid en betrouwbaarheid. Die regels kunnen voordelig of nadelig uitpakken. Foto: de haven van Rotterdam. Veelgemaakte fout: het buitenlandbeleid uitsluitend idealistisch of uitsluitend economisch noemen. Beide spelen mee. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Het Vredespaleis in Den Haag, zetel van internationale rechtsinstellingen
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Koopmannen en dominees
Het beleid wordt getypeerd als dat van koopmannen en dominees.
De koopman: versterking van de economische (handels)relaties staat voorop.
De dominee: nadruk op mensenrechten en democratische waarden.
In het ideaalbeeld sluiten ze elkaar niet uit: rechtvaardige verhoudingen zijn goed voor de handel.
Syllabus 13.3: de koopman symboliseert buitenlandbeleid waarbij economische relaties voorop staan, de dominee de nadruk op mensenrechten en democratische waarden. Het bevorderen van ideele waarden zoals politieke en economische zelfbeschikking sluit aan bij de grondwettelijke verplichting. De dominee kan worden gehoord dankzij de goed draaiende economie, de koopman heeft baat bij de boodschap van de dominee. Foto: het Vredespaleis in Den Haag. Veelgemaakte fout: koopman en dominee als tegenpolen zien die elkaar altijd uitsluiten. Image credit: Velvet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Oriëntatie en investeren in beleid
Decennialang was de oriëntatie Atlantisch, Europees en multilateraal. Recent is er minder brede steun in de samenleving en de Tweede Kamer.
Kritiek: risicovolle operaties buiten het NAVO-gebied, en verdergaande Europese integratie is niet altijd in het voordeel van Nederland.
Nederland investeert relatief veel in buitenlandbeleid en draagt bij aan internationale organisaties.
Nederland besteedt, als een van de weinige landen, een vast percentage van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking.
Militaire inzet: crisisbeheersing, vredesmissies, wederopbouw, soms het hoge geweldsspectrum. Zo kan een klein land meepraten.
Syllabus 13.3: de oriëntatie van het buitenlandbeleid was decennialang Atlantisch, Europees en multilateraal, maar kan niet altijd rekenen op brede steun. Nederland draagt bij aan internationale militaire interventies; de nadruk ligt op crisisbeheersing, vredesmissies en wederopbouw, maar Nederland deed de laatste jaren ook mee in het hoge geweldsspectrum. Zo was Nederland als klein land aanwezig op het wereldtoneel en kon het regelmatig meepraten. Er wordt hier geen bedrag genoemd: actuele cijfers staan op rijksoverheid.nl. Veelgemaakte fout: denken dat alle partijen dezelfde oriëntatie steunen.
Een minister stelt mensenrechten voorop. Welke rol past hierbij?
De koopman, want mensenrechten dienen direct de handel
De hegemoon, want de minister legt de eigen wil op
De dominee, want ideële waarden staan voorop
De toeschouwer, want Nederland blijft buiten conflicten
Syllabus 13.3: de dominee staat voor mensenrechten en democratische waarden. Verwachte fout: koopman kiezen omdat rechtvaardige verhoudingen ook goed zijn voor de handel; dat is een gevolg, niet de nadruk.
Waarom wil Nederland internationale regels?
Goed antwoord: Nederland is een klein land met weinig macht en drijft veel handel, dus wil het regels die voor iedereen gelden, zodat grootmachten niet naar willekeur kunnen handelen. Verwachte fout: alleen idealistische motieven noemen. Syllabus 13.3.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Bilateraal, multilateraal, supranationaal
VN, IMF, Wereldbank en WTO
De EU-instellingen en hun taken
Koopman en dominee in het beleid
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Wat levert de EU Nederland op, en wat kost het?
Goed antwoord: welvaart, vrede en invloed, maar ook machtsoverdracht en minder nationale soevereiniteit. Verwachte fout: alleen voordelen of alleen nadelen noemen. Syllabus 13.2.2.
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Begrippen (1/2)
bilateraal en multilateraal: bilateraal is samenwerking tussen twee staten, multilateraal tussen meer dan twee staten
intergouvernementeel: samenwerking waarbij de staten zelf beslissen, bijvoorbeeld in de VN en de NAVO
supranationaal: samenwerking waarbij besluiten boven de staten genomen worden, na machtsoverdracht
dilemma van collectieve actie: samenwerking wordt belemmerd doordat elke staat baat heeft bij wachten op de ander
Veiligheidsraad en vetorecht: VN-orgaan met bindende besluiten, vaak geblokkeerd door belangentegenstellingen en het vetorecht
Deze slide heeft geen instructies
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Begrippen (2/2)
NAVO: intergouvernementeel bondgenootschap voor veiligheid, besluiten bij unanimiteit
machtsoverdracht: bij Europese integratie dragen nationale overheden macht over en neemt soevereiniteit af
EU-instellingen: Europese Raad, Raad van de EU, Europees Parlement, Europese Commissie en Hof van Justitie
koopman en dominee: buitenlandbeleid met nadruk op handel (koopman) of op mensenrechten en democratische waarden (dominee)
internationale rechtsorde: regels voor iedereen, die Nederland volgens de grondwet moet bevorderen
Deze slide heeft geen instructies