BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Examentraining
Nederland in de wereld: zo pak je examenvragen aan
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Examentraining
Nederland in de wereld: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Velvet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een situatie de vorm van samenwerking bepalen, EU-instellingen toepassen en de positie en het beleid van Nederland verklaren.
Deze slide heeft geen instructies
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: herken, bepaal, verklaar of analyseer?
2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de situatie, zoals het aantal staten, wie beslist of waar de nadruk ligt.
3. Koppel: verbind de aanwijzing aan het begrip: bilateraal, supranationaal, koopman of een EU-instelling.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de situatie, conclusie.
Deze slide heeft geen instructies
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Vraagtype 1: de vorm van samenwerking bepalen
Kijk eerst hoeveel staten meedoen: twee is bilateraal, meer is multilateraal.
Kijk daarna wie beslist: de staten zelf (intergouvernementeel) of een orgaan boven hen (supranationaal).
Belemmering? Zoek vertrouwen of het dilemma van collectieve actie.
Deze slide heeft geen instructies
In een organisatie van dertig landen besluit iedereen samen. Welke vorm is dit?
Intergouvernementele multilaterale samenwerking
Supranationale samenwerking, want een orgaan beslist
Bilaterale samenwerking, want landen maken afspraken
Hegemonie van de grootste lidstaat over de rest
Staten beslissen zelf, meer dan twee: intergouvernementeel en multilateraal. Verwachte fout: supranationaal kiezen omdat er een organisatie is. Syllabus 13.1.
Landen willen minder uitstoot, maar elk wacht op de ander. Welk begrip past?
Machtsoverdracht aan een supranationaal orgaan
Het vetorecht in de Veiligheidsraad
Het dilemma van collectieve actie
Een machtsvacuüm
Syllabus 13.1: samenwerking wordt belemmerd door gebrek aan vertrouwen en het dilemma van collectieve actie. Verwachte fout: vetorecht noemen omdat het ook blokkeert.
Het Berlaymontgebouw in Brussel, zetel van de Europese Commissie
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Vraagtype 2: EU-instellingen toepassen
Koppel de situatie aan de taak: voorstel doen, vaststellen, uitvoeren, controleren of toezien op recht.
Let op: Europese Raad (regeringsleiders) is niet de Raad van de EU (ministers).
Noem de instelling en de taak uit de situatie.
Image credit: EmDee / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een EU-richtlijn wordt overal anders uitgelegd. Wie ziet toe op uniforme toepassing?
Het Europees Parlement
Het Hof van Justitie
De Europese Raad
De Raad van de Europese Unie
Syllabus 13.2.2: het Hof ziet toe op uniforme toepassing en uitleg van het recht van de Unie. Verwachte fout: Europese Raad, omdat dit orgaan de politieke lijnen bepaalt.
Wie kan de Europese Commissie laten aftreden?
Goed antwoord: het Europees Parlement, dat democratische controle uitoefent en de Commissie tot aftreden kan dwingen. Verwachte fout: de Raad van de EU of de nationale regeringen noemen. Syllabus 13.2.2.
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Vraagtype 3: de positie van Nederland verklaren
Noem een kenmerk: klein land, veel handel, NAVO- en EU-lid.
Leg het verband uit met een belang: veiligheid, welvaart of invloed.
Let op spanningen: verschil tussen NAVO en EU, kosten van soevereiniteit.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom is afstemming NAVO en EU moeilijk?
Goed antwoord: niet alle EU-landen zijn NAVO-lid en sommige landen hechten veel aan de trans-Atlantische relatie, andere willen een onafhankelijke Europese rol. Verwachte fout: zeggen dat de EU een eigen leger heeft. Syllabus 13.2.1.
Een politica wil regels voor iedereen, want Nederland is een klein exportland. Welk belang?
Een puur idealistisch motief zonder eigenbelang
Een belang bij hegemonie van een grootmacht
Een belang bij een machtsvacuüm in Europa
Een economisch belang en een kleine machtspositie
Syllabus 13.3: Nederland heeft belang bij regels vanwege handel en een niet grote machtspositie. Verwachte fout: alleen idealisme kiezen.
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Vraagtype 4: het buitenlandbeleid analyseren
Zoek in de situatie waar de nadruk ligt: handelsbelang of mensenrechten en democratie.
Koopman en dominee sluiten elkaar in het ideaalbeeld niet uit.
Zie je kritiek? Denk aan operaties buiten het NAVO-gebied of Europese integratie.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe verhouden koopman en dominee zich in het ideaalbeeld?
Ze staan altijd tegenover elkaar
De koopman gaat voor, de dominee is bijzaak
De dominee bepaalt, de koopman volgt
Ze sluiten elkaar niet uit en versterken elkaar
Syllabus 13.3: de dominee wordt gehoord dankzij de koopman, de koopman profiteert van rust door rechtvaardige verhoudingen. Verwachte fout: ze als tegenpolen zien.
Noem kritiek op Atlantisch, Europees beleid.
Goed antwoord: een van beide: kritiek op risicovolle operaties buiten het NAVO-gebied, of verdergaande Europese integratie wordt niet altijd in het voordeel van Nederland gezien. Syllabus 13.3.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De vorm van samenwerking bepalen
EU-instellingen toepassen
De positie van Nederland verklaren
Het buitenlandbeleid analyseren
Deze slide heeft geen instructies
BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD
Tips voor op het examen
Tel eerst de staten (bilateraal of multilateraal), kijk dan wie beslist (intergouvernementeel of supranationaal).
Europese Raad is regeringsleiders, Raad van de EU is ministers. Noem de juiste.
Verklaar de positie van Nederland met een belang: veiligheid, handel of invloed.
Koopman en dominee zijn geen tegenpolen: leg uit waar de nadruk ligt.
Deze slide heeft geen instructies