Nederland in de wereld (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Examentraining

Nederland in de wereld: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: de vorm van samenwerking bepalen, EU-instellingen toepassen, de positie van Nederland verklaren en het buitenlandbeleid analyseren. Acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Examentraining

Nederland in de wereld: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Velvet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een situatie de vorm van samenwerking bepalen, EU-instellingen toepassen en de positie en het beleid van Nederland verklaren.

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: herken, bepaal, verklaar of analyseer?

  • 2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de situatie, zoals het aantal staten, wie beslist of waar de nadruk ligt.

  • 3. Koppel: verbind de aanwijzing aan het begrip: bilateraal, supranationaal, koopman of een EU-instelling.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de situatie, conclusie.

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Vraagtype 1: de vorm van samenwerking bepalen

  • Kijk eerst hoeveel staten meedoen: twee is bilateraal, meer is multilateraal.

  • Kijk daarna wie beslist: de staten zelf (intergouvernementeel) of een orgaan boven hen (supranationaal).

  • Belemmering? Zoek vertrouwen of het dilemma van collectieve actie.

Deze slide heeft geen instructies

In een organisatie van dertig landen besluit iedereen samen. Welke vorm is dit?

A

Intergouvernementele multilaterale samenwerking

B

Supranationale samenwerking, want een orgaan beslist

C

Bilaterale samenwerking, want landen maken afspraken

D

Hegemonie van de grootste lidstaat over de rest

Staten beslissen zelf, meer dan twee: intergouvernementeel en multilateraal. Verwachte fout: supranationaal kiezen omdat er een organisatie is. Syllabus 13.1.

Landen willen minder uitstoot, maar elk wacht op de ander. Welk begrip past?

A

Machtsoverdracht aan een supranationaal orgaan

B

Het vetorecht in de Veiligheidsraad

C

Het dilemma van collectieve actie

D

Een machtsvacuüm

Syllabus 13.1: samenwerking wordt belemmerd door gebrek aan vertrouwen en het dilemma van collectieve actie. Verwachte fout: vetorecht noemen omdat het ook blokkeert.

Het Berlaymontgebouw in Brussel, zetel van de Europese Commissie

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Vraagtype 2: EU-instellingen toepassen

  • Koppel de situatie aan de taak: voorstel doen, vaststellen, uitvoeren, controleren of toezien op recht.

  • Let op: Europese Raad (regeringsleiders) is niet de Raad van de EU (ministers).

  • Noem de instelling en de taak uit de situatie.

Image credit: EmDee / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een EU-richtlijn wordt overal anders uitgelegd. Wie ziet toe op uniforme toepassing?

A

Het Europees Parlement

B

Het Hof van Justitie

C

De Europese Raad

D

De Raad van de Europese Unie

Syllabus 13.2.2: het Hof ziet toe op uniforme toepassing en uitleg van het recht van de Unie. Verwachte fout: Europese Raad, omdat dit orgaan de politieke lijnen bepaalt.

Wie kan de Europese Commissie laten aftreden?

Goed antwoord: het Europees Parlement, dat democratische controle uitoefent en de Commissie tot aftreden kan dwingen. Verwachte fout: de Raad van de EU of de nationale regeringen noemen. Syllabus 13.2.2.

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Vraagtype 3: de positie van Nederland verklaren

  • Noem een kenmerk: klein land, veel handel, NAVO- en EU-lid.

  • Leg het verband uit met een belang: veiligheid, welvaart of invloed.

  • Let op spanningen: verschil tussen NAVO en EU, kosten van soevereiniteit.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is afstemming NAVO en EU moeilijk?

Goed antwoord: niet alle EU-landen zijn NAVO-lid en sommige landen hechten veel aan de trans-Atlantische relatie, andere willen een onafhankelijke Europese rol. Verwachte fout: zeggen dat de EU een eigen leger heeft. Syllabus 13.2.1.

Een politica wil regels voor iedereen, want Nederland is een klein exportland. Welk belang?

A

Een puur idealistisch motief zonder eigenbelang

B

Een belang bij hegemonie van een grootmacht

C

Een belang bij een machtsvacuüm in Europa

D

Een economisch belang en een kleine machtspositie

Syllabus 13.3: Nederland heeft belang bij regels vanwege handel en een niet grote machtspositie. Verwachte fout: alleen idealisme kiezen.

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Vraagtype 4: het buitenlandbeleid analyseren

  • Zoek in de situatie waar de nadruk ligt: handelsbelang of mensenrechten en democratie.

  • Koopman en dominee sluiten elkaar in het ideaalbeeld niet uit.

  • Zie je kritiek? Denk aan operaties buiten het NAVO-gebied of Europese integratie.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe verhouden koopman en dominee zich in het ideaalbeeld?

A

Ze staan altijd tegenover elkaar

B

De koopman gaat voor, de dominee is bijzaak

C

De dominee bepaalt, de koopman volgt

D

Ze sluiten elkaar niet uit en versterken elkaar

Syllabus 13.3: de dominee wordt gehoord dankzij de koopman, de koopman profiteert van rust door rechtvaardige verhoudingen. Verwachte fout: ze als tegenpolen zien.

Noem kritiek op Atlantisch, Europees beleid.

Goed antwoord: een van beide: kritiek op risicovolle operaties buiten het NAVO-gebied, of verdergaande Europese integratie wordt niet altijd in het voordeel van Nederland gezien. Syllabus 13.3.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De vorm van samenwerking bepalen

2

EU-instellingen toepassen

3

De positie van Nederland verklaren

4

Het buitenlandbeleid analyseren

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · NEDERLAND IN DE WERELD

Tips voor op het examen

  • Tel eerst de staten (bilateraal of multilateraal), kijk dan wie beslist (intergouvernementeel of supranationaal).

  • Europese Raad is regeringsleiders, Raad van de EU is ministers. Noem de juiste.

  • Verklaar de positie van Nederland met een belang: veiligheid, handel of invloed.

  • Koopman en dominee zijn geen tegenpolen: leg uit waar de nadruk ligt.

Deze slide heeft geen instructies