3. Postoperatieve zorg

Postoperatieve zorg 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Postoperatieve zorg 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen 
  • Kennis over lastig onderwerpen casus 
  • Je kunt vertellen wat per- en postoperatieve zorg inhoud. 
  • Je weet wat het doel en de werkzaamheden zijn op de holding en de recovery 
  • Je kunt verschillende operatietechnieken benoemen. 


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dhr. de Graaf gebruikt Amlodipine 5 mg 1 x dd
Wat is de werking?
A
Calciumagagonist waardoor spieren aanspannen
B
Calciumagonist waardoor bloedvaten vernauwen
C
Calciumantagonist vernauwt de bloedvaten
D
Calciumantagonist verwijdt de bloedvaten

Slide 3 - Quizvraag

Antagonist (blokkeert een receptor) bindt aan een receptor maar doet zelf niets. 
Agonist (activator) bindt aan een receptor en start een biologische reactie. 

Normaal zorgt dat calcium ervoor dat spieren zich aanspannen en bloedvaten vernauwen. Deze medicatie blokkeert dit waardoor de o.a. de hartspier ontspant en de bloedvaten zich verwijden. 
Wat is het sigmoid?
A
Opstijgende deel van de dikke darm
B
dwarse liggende deel dikke darm
C
het laatste, S-vormige gedeelte van de dikke darm
D
Laatste deel dikke darm

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

7 minuten

  1. Wat is de holding?
  2. Waar zijn mensen angstig voor, wat doen de verpleegkundigen hier om dit weg te nemen? 
  3. Wat is de fase recovery? 
  4. Welke vaardigheden worden verwacht om hier te werken? 
  5. Wat zijn de werkzaamheden op de recovery? 
  6. Waarom is samenwerking van belang?
Wat is een laparotomie?
A
de buik wordt volledig geopend
B
de buik wordt via kleine incisies en een monitor bekeken.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voordeel van laparoscopie of robotchirurgie is minder pijn en sneller herstel.
A
juist
B
niet juist

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer laparoscopie of robotchirurgie niet mogelijk is noemen we dit?
A
Controversie
B
contra-indicatie
C
Conversie
D
Compromis

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Postoperatieve zorg
  • Xerte - de chirurgische patient. 
  • Huiswerkopdracht - huiswerkcontrole
  • Nabespreken via lessonup
  • Vervolgopdracht 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerkopdracht 
Nog vragen?
Huiswerkcontrole

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na de operatie wordt de patiënt uitgeleid? De anesthesist kijkt hierbij of de patiënt?
A
Zelf kan ademen
B
vitale functies in orde zijn
C
weer wat bij bewustzijn komt
D
alle genoemde onderdelen

Slide 13 - Quizvraag

Dit betekent dat de anesthesist aan het eind van de operatie er weer voor zorgt dat men op eigen kracht kan ademen. Ook kijkt deze of alle vitale functies en reflexen in orde zijn en de patiënt weer een beetje aanspreekbaar is.  
Is het bewaken van de urine productie belangrijk in de postoperatieve fase?
A
ja, geeft informatie over de circulatie
B
Ja, geeft informatie over de blaasfunctie
C
Ja, geeft info over de invloed van narcose
D
Nee, het is niet belangrijk

Slide 14 - Quizvraag

De urineproductie geeft belangrijke informatie over de nierfunctie, de circulatie en de vochtbalans. Normaal is dit ≥ 0,5 ml/kg/uur. Bij bepaalde operaties, waarbij bijvoorbeeld de nierarterie tijdelijk wordt afgeklemd, kan de nierfunctie extra kwetsbaar zijn. Daarnaast zijn nieren gevoelig voor bloeddrukdalingen door activatie van het RAAS-systeem, waardoor een shock of hypotensie snel invloed heeft op de urineproductie.
Welke complicaties kunnen in de eerste uren postoperatief optreden?

Slide 15 - Woordweb

• Nabloeding
• Verschillende vormen van shock, onder andere hypovolemische shock
• Respiratoire problemen (atelectase, pneumonie)
• Acute pijn
• Misselijkheid/braken
• Urineretentie.

Wat controleer controleer je als je als verpleegkundige een patiënt ophaalt op de uitslaapkamer?

Slide 16 - Woordweb

Ophale altijd door 2 verpleegkundigen! 
Overdracht verkoever vepleegkundige over:
  • Vitale functies (niet langer dan een kwartier geleden gedaan).
  • Aanspreekbaarheid.
  • Wel/ geen zuurstof.
  • Vochtbalans.
  • Infusiebeleid en medicatie.
  • Wond en wondverband.
  • Eventuele drains.
  • Pijnscore en pijnmedicatie, wanneer voor het laatst gehad.
  • Postoperatieve opdrachten voor op de afdeling.
Bij voorkeur volgens het ABCDE - assessment

Vroege mobilisatie postoperatief is belangrijk omdat?
A
De zelfredzaamheid voorop staat
B
De patient dan zo snel mogelijk naar huis kan
C
Ter voorkomen van complicaties

Slide 17 - Quizvraag

Het voorkomt complicaties zoals trombose, longcomplicaties (atelectase/pneumonie), obstipatie en decubitus.
Welke interventies kun je toepassen bij postoperatieve pijn?

Slide 18 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Interventies gericht op post operatieve pijn
• Pijnscore meten en medicatie toedienen
• Controle infuus of epiduraal of deze nog goed zit
• Houding aanpassen/comfort bevorderen
• Warmte/koude toepassen
• Ontspanning/afleiding geven.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het doel van het ABCD-assessment postoperatief is 'treat first what kills first'
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de verpleegkundig zorg direct op de afdeling (eerste 15 minuten)

Slide 21 - Woordweb

Patiënt installeren
Controle vitale functies. In het begin doe je dit frequent, wanneer patiënt stabiel blijft wordt de frequentie lager.
Goed het verslag en de opdrachten van de anesthesie nalopen op afspraken, vochtbalans.
Wie is verantwoordelijk de eerste 24 uur? 
Huiswerkopdracht 
Werk de overige vragen uit van opdracht 2 
> vragen 8 t/m 18 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LA-Artikel POMB 
Lees het geprinte artikel POMB en werk de LA met de vragen uit. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken Kahoot 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies