Jong & Oud 6e druk


Jong & Oud

6de druk

1 / 65
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieTertiary EducationSecondary Education

In deze les zitten 65 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Jong & Oud

6de druk

H1: School of baantje


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

2

leerdoelen

§1.1 Keuzes maken:

- voor- en nadelen van keuzes vaststellen en afwegen

§1.2 Samenwerken of niet:

- Aantonen wanneer er sprake is van meeliftersgedrag

- gevangenendilemma herkennen

- samenwerking, waarom niet?

- bindende afspraak leidt tot samenwerking

- uitkomst van gevangenendilemma voorspellen

§1.3 Levensfasen:

- de 3 fasen van levensloop benoemen

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

3

Keuzes maken

De gevolgen van keuzes zijn vaak moeilijk te overzien, zeker als de beslissingen van anderen van invloed zijn op jouw uitkomsten. Er kan sprake zijn van meeliften of een free rider.

Met behulp van speltheoriëen kan bekeken worden hoe beslissingen uitvallen wanneer de uitkomst afhangt van wat anderen doen.

Een dominante strategie is de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de ander kiest.

Toch zou samenwerken wel eens voordeliger kunnen zijn. Maar dan moet je elkaar wel kunnen vertrouwen. Als dat niet kan is er sprake van een gevangenendilemma of prisoner's dilemma.

Pas als er een bindende afspraak gemaakt kan worden zal er samenwerking ontstaan.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

4

Dominante strategie bepalen…

  • Gebruik de “best-response methode” voor beide spelers.

  • Wat is voor Paco het beste om te doen? Wat is de dominante strategie van Paco?

    • Als Zaco kiest voor bekennen, dan kiest Paco voor bekennen, want 10 < 22

    • Als Zaco kiest voor zwijgen, dan kiest Paco voor bekennen, want 1<2.

    • Dus de dominante strategie van Paco is bekennen.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

5

Speltheorie:

De speltheorie bestudeert het nemen van beslissingen waarbij de uitkomst afhangt van wat anderen doen.




https://havo.economielokaal.nl/portfolio-items/basis-speltheorie/

https://havo.economielokaal.nl/samenwerken-en-onderhandelen/

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

6

3 levensfasen

  • kinderfase

  • ouderfase

  • grootouderfase


Het gedrag van de huidige generatie kan gevolgen hebben voor de keuzemogelijkheden van toekomstige generaties.


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

7

Wat is meeliftersgedrag?

A

Zelfstandig werken aan een project

B

Profiteren van andermans inspanningen

C

Altijd kiezen wat voor jou voordeliger is.

Hoe herken je een gevangenendilemma?

A

Keuze tussen samenwerking voor optimale uitkomst of verraad, en samenwerken met vertrouwen.

B

Verschillende keuzes zonder gevolgen, zonder vertrouwen en optimale gewin.

C

Uitkomst is sub-optimaal, en aanwezigheid van een dominante strategie

D

Aanwezogheid van meelift-gedrag, en geen vertrouwen.

Wat is een dominante strategie?

A

Een keuze die altijd faalt

B

De beste keuze ongeacht de keuze anderen

C

De beste keuze voor beide spelers

Wat zijn de 3 levensfasen?

A

Kindertijd, volwassenheid, ouderdom

B

Schooltijd, werk, pensioen

C

Babyfase, kinderfase, volwassenfase

D

Babyfase, jongerenfase, volwassenheid

Wat is de uitkomst van onderstaand dilemma?

Er is plagiaat gepleegd. Toen Nica en Zima hun economie verslag hadden ingeleverd kwam er uit de plagiaat checker dat ze voor 77% hetzelfde werk hadden ingeleverd. De docent stuurt beide meiden een email en vraagt hoe het in elkaar zit. In de matrix staan de cijfers die ze krijgen als ze zwijgen of aangeven dat de ander het werk heeft overgenomen.

A

De cel links boven

B

De cel rechts boven

C

De cel links onder

D

De cel rechts onder

H2: De Jeugd


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

8

leerdoelen

§2.1 Jongeren en geld

§2.2 Sparen en Lenen bij jongeren:

  • Rente is de prijs voor uitstellen consumptie

  • Sparen en lenen – voorbeelden van ruilen over de tijd

  • Wat hoge en lage tijdsvoorkeur betekenen voor het spaar- en leengedrag

  • Hoe de rentestand het spaar- en leengedrag beinvloedt

§2.3 Studeren en ruilen over de tijd

- voorraad- en stroomgrootheden onderscheiden

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

9

Ruilen over de tijd: Sparen

  • Sparen kan gezien worden als het uitstellen van consumptie.

  • Je schuift een deel van je inkomen naar de toekomst.
    Dat heeft tot gevolg dat je nú minder kunt kopen. Later kunt je dankzij spaarbedrag én rente-opbrengsten extra veel kopen. Mits de inflatie niet te hoog is.

  • Dat extra kopen kan natuurlijk ook gebruikt worden om het wegvallen van inkomen (na pensioen) op te vangen.


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

10

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

11

Ruilen over de tijd: Lenen

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

12

Door te lenen kan iemand een deel van zijn toekomstige inkomen naar voren halen.

Dat geeft de mogelijkheid om nú extra te consumeren. In de toekomst zal het bedrag echter met rente moeten worden terugbetaald. Je kunt dan dus minder kopen.

Voor hele grote uitgaven, zoals de aanschaf van een huis, is lenen vaak de enige manier om het te kunnen aanschaffen.


Veel mensen hebben een tijdsvoorkeur.  Dat wil zeggen dat ze daarmee een ‘natuurlijke neiging’ hebben om te lenen. Maar lenen is niet zonder risico. Mensen onderschatten vaak de gevolgen voor de toekomst. Daarom eist de overheid dat er altijd wordt gewaarschuwd bij leningen.


Tijdsvoorkeur: een hoge tijdsvoorkeur houdt in dat mensen liever vandaag geld uitgeven dan later.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

13

  • Voorraadgrootheid: meet je op een bepaald moment


  • Stroomgrootheid: meet je over een periode

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

14

H3: Werken en belasting betalen


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

15

leerdoelen

§3.1 Aan het werk

§3.2 In loondienst

  • Berekening inkomensheffing

    • Gemiddelde heffingstarief

    • Marginaal tarief


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

16

Box 1: heffing op inkomen uit arbeid en woning

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

17

Bruto jaarinkomen

+ bijtellingen

- aftrekposten

Belastbaar inkomen

Schijf 1:

Schijf 2:…………………..+

Totale heffing

1

2

3

Totale heffing

- Heffingskortingen

Te betalen inkomensheffing

Bepaal het belastbaar inkomen

Bereken belasting

Trek kortingen eraf

Voorbeeld 1


Carlos heeft een maandinkomen van € 3.500 per maand. Hij krijgt in mei een maand salaris als vakantiegeld. Verder betaald hij aan pensioenpremie € 300. Carlos woont in een huurhuis.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

18

Voorbeeld 2


Vanessa heeft een maandinkomen van € 8.000 per maand. Ze krijgt geen vakantiegeld of bonus. Ze woont in een huis met een waarde van €450.000 en waarvoor ze een 5% hypotheek heeft afgesloten.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

19






Gemiddelde belastingdruk

  • gemiddelde heffingstarief/ gemiddelde heffingsdruk





  • Het belastingpercentage dat iemand betaald over zijn gehele inkomen


Marginale belastingdruk

  • Marginaal heffingstarief


  • Het belastingpercentage dat iemand betaald over zijn laatst verdiende euro.


  • Het percentage van de hoogste schijf waarin iemand met zijn inkomen valt


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

20


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

21


  • De inkomensverschillen worden erdoor kleiner, dit noemen we nivellering



  • De inkomensverhoudingen blijven vóór en ná belasting gelijk



  • De inkomensverschillenworden hier groter, er is sprake van denivellering

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

22


H4: Inkomens-ongelijkheid


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

23

leerdoelen

§4.1 Ongelijke inkomensverdeling

  • Gegevens bewerken en een lorenzcurve tekenen

    • Lorenzcurve interpreteren

§4.2 Herverdeling

  • Effecten van maatregelen op de inkomensverschillen analyseren

    • Nivelleren, denivelleren of neutrale werking

    • Stelsel van sociale zekerheid en herverdeling van de inkomens

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

24

Lorenzcurve

  • Inkomensgroepen van laag naar hoog

  • Personen in % van het totaal

  • Inkomens per groep

  • Inkomens in % van totaal

  • Cumulatief % personen

  • Cumulatief % van het inkomen



https://havo.economielokaal.nl/personele-inkomensverdeling-1/#

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

25

Lorenzcurve

Een Lorenzcurve is een grafische weergave van de inkomensverdeling of vermogensverdeling, waarbij het cumulatief percentage van de bevolking wordt afgezet tegen het cumulatief percentage van het inkomen (of vermogen) van diezelfde bevolking.


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

26

Primaire & secundaire inkomensverdeling

Primaire inkomens

+ sociale uitkeringen plus toeslagen

- Belasting plus sociale premies

Secundair inkomen = besteedbaar inkomen


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

27

Maatregelen en hun effecten op de inkomensverdeling

  • Verhogen van minimiumloon (inkomensverschillen worden kleiner  nivelleren)

  • Aftrekposten verminderen ( in het nadeel van hogere inkomens)

  • Heffingskortingen (in het voordeel van lagere inkomens)

  • Schijfgrenzen verhogen ( in het voordeel van lagere inkomens)


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

28

H5 Het huishouden


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

29

leerdoelen

§5.1 Een eigen huishouden:

  • Zelfstandig economische beslissingen nemen

§5.2 Koophuis of huurhuis

  • Nettowoonlasten

§5.3 Gezinsleven

§5.4 Huishoudinkomen

  • Berekening koopkracht verandering



  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

30

Koophuis of huurhuis

  • Huurlasten


Rekening houden met toekomstige huurverhoging

  • Netto woonlasten

  • Netto rente last

  • Onderhoudskosten

  • Verzekeringen

  • Belastingen


Ook rekening houden met toekomstige waarde van het huis



  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

31

Gezinsleven

  • Zorg dragen voor kinderen

  • Keuze meer of minder werken (opofferinskosten)

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

32

Huishoudinkomen

Koopkracht afhankelijk van 2 factoren:

  • Inkomen

  • Prijzen



De koopkracht van het inkomen wordt ook wel reële inkomen genoemd. Hoeveel kun je nog kopen met je inkomen?

% verandering van de reële inkomen = % verandering nominal inkomen – inflatie %

of

Koopkrachtverandering = verandering inkomen % - inflatie %

  • CPI: Consumentenprijsindex

  • Gewogen gemiddelde

  • Bestedingspatroon

  • %Inflatie

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

33

H6: Verzekeren


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

34

Leerdoelen

§6.1 Inleiding

§6.2 Particuliere verzekering

  • zorgverzekering

§6.3 Collectieve verzekering

  • eigen verantwoordelijkheid


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

35

§6.1 Inleiding

  • Risico-aversie: zoveel mogelijk risico’s proberen te vermijden.

  • Verzekeren: als je niet voor de kosten van een bepaalde schade wilt opdraaien, sluit je een verzekering af.


  • Onderscheid tussen particuliere verzekeringen en collectieve verzekeringen.

  • Particulier sluit je vrijwillig af, bij welke maatschappij je wilt.

  • Collectief is verplichte verzekering tegen het risico van inkomensverlies bij ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom of tegen het risico van hoge kosten van ziekte en kinderen.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

36

§6.2 Particuliere verzekering

  • De verzekerde betaalt premie aan de verzekeringsmaatschappij, die daarmee het risico overneemt en eventuele schade vergoedt.

  • Hoogte van de premie is afhankelijk van het risico en het schadebedrag.

  • Premies moeten genoeg zijn om de schadeclaims te dekken, de overige kosten en winst voor de verzekeringsmaatschappij.


Berekening premie:

Premie = kans op schade x gemiddelde hoogte van schade

(+ admin.kosten + winsttoeslag)


  • Risico wordt gespreid over de groep verzekerden, risico wordt kleiner  solidariteit. De verzekerden dragen gezamenlijk de schade.


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

37

Uitzonderingen

  • WA-verzekering is particulier en verplicht

  • Zorgverzekering is geregeld in de zorgverzekeringswet.

  • Verplicht om de verzekering af te sluiten

  • Verplicht om iedereen die zich meldt te accepteren (acceptatieplicht)

  • Geen risicoselectie: klanten mogen niet geweigerd worden of een hogere premie voor degene met hogere kans op ziekte.

  • Basispakket identiek bij alle verzekeraars

  • Premie: direct betalen aan de maatschappij en een inkomensafhankelijk deel van je inkomen.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

38

goede risico’s vs slechte risico’s

  • Wanneer de premie voor iedereen gelijk is, kunnen goede risico’s besluiten de verzekering op te zeggen, omdat de premie voor hen te hoog is in relatie tot de verwachte schade. Dan blijven alleen de slechte risico’s over en zal de premie drastisch stijgen.

  • Er is hier sprake van averechtse selectie: de goede (lage) risico’s verzekeren zich niet meer en alleen de slechte (hoge) risico’s blijven over.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

39

Eigen risico

  • Basisverzekering omvat vergoeding voor huisarts, medicijnen en specialistische hulp. De verzekerde moet ook een eigen bijdrage betalen (eigen risico). In NL is dat € 385.

  • Bij een eigen risico moet de verzekerde de eerste € 385 aan ziektekosten in een jaar zelf betalen . Je kan ook kiezen voor een hoger eigen risico in ruil voor een lagere premie.

  • Voorstanders van eigen risico zeggen dat het moreel wangedrag vermindert.

  • Wanneer mensen zich roekeloos gaan gedragen omdat ze zelf niet opdraaien voor de kosten, spreken we van moreel wangedrag (moral hazard).



  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

40

§6.3 Collectieve verzekering

  • Stelsel van sociale zekerheid bestaat om pech met je gezondheid of pech dat je werkloos of arbeidsongeschikt wordt op te vangen.

  • Verplichte verzekering tegen het risico van inkomensverlies bij ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom

  • Verplichte verzekering tegen het risico van hoge kosten van ziekte (langdurige geneeskundige zorg)en kinderen

  • Bij vasstelling van de premie wordt niet gekeken naar het individuele risico. Je bent verplicht deel te nemen. Verplichte solidariteit.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

41

eigen verantwoordelijkheid

  • De kosten van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid worden zoveel mogelijk neergelegd bij werkgevers en worden niet door de overheid gedragen.


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

42

H7: Senioren


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

43

Leerdoelen: de leerling kan

  • drie inkomstenbronnen van ouderen noemen.

  • het verschil tussen AOW en pensioen uitleggen.

  • het verschil uitleggen tussen het omslagstelsel en het kapitaaldekkingsstelsel.

  • uitleggen dat er bij bedrijfspensioenen wordt geruild over de tijd.

  • een aantal beleggingsvormen noemen.

  • verschillende beleggingsvormen tegen elkaar afwegen.

  • uitleggen hoe een verandering van de verhouding tussen actieven en inactieven gevolgen kan hebben voor de hoogte van de AOW-premies en de hoogte van de AOW-uitkeringen.

  • uitleggen dat vergrijzing een verhoging van de AOW-leeftijd noodzakelijk kan maken.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

44

Stoppen met werken

Als ouderen stoppen met werken krijgen ze hun inkomen op 3 manieren:

  • AOW

    • (Bedrijfs)pensioen

    • Eigen middelen

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

45

Omslagstelsel vs Kapitaaldekkingstelsel

  • Bij het omslagstelsel betalen alle mensen die op een bepaald moment werken het pensioen van alle mensen die op dat moment met pensioen zijn.

  • Stel je voor dat de pensioenleeftijd in een land 65 jaar is. Iedereen die dan onder de 65 is en werkt, betaalt dan het pensioen van alle 65-plussers. Een voorbeeld van het omslagstelsel is de Algemene Ouderdomswet (AOW) in Nederland. 


  • In het kapitaaldekkingsstelsel spaart een werknemer zelf geld voor zijn of haar pensioen, en krijgt dit nadat hij of zij met pensioen gaat uitgekeerd.

  • Een werknemer kan zelf bepalen hoeveel geld er opzij wordt gezet voor het pensioen. Bij het opbouwen van een pensioen betaal je terwijl je werkt een pensioenpremie.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

46

Omslagstelsel vs Kapitaaldekkingstelsel

  • Bij het omslagstelsel is er geen sprake van ruilen over tijd. Je zet geen geld opzij om dat later te gebruiken.

  • In plaats hiervan is er sprake van intergenerationele solidariteit: de jongere generatie, de mensen onder de 65, betalen het pensioen van de oudere generatie, de mensen van 65 jaar en ouder.

  • In het kapitaaldekkingsstelsel is er wel sprake van ruilen over tijd. Bij het opbouwen van een pensioen zet je geld opzij om dat later, nadat je met pensioen gaat, te gebruiken. 

  • Er is geen sprake van intergenerationele solidariteit. Jongere generaties betalen daar niet voor de oudere generaties. In plaats hiervan spaart iedereen voor zijn of haar eigen pensioen.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

47

Eigen middelen: sparen/ beleggen

  • Een gedeelte van de ouderen heeft inkomen uit winst uit eigen bedrijf.

  • Sommige ouderen hebben inkomen uit vermogen. Dit kan zijn rente die ze ontvangen van hun spaargelden, winstuitkeringen uit beleggingen in aandelen, rente-inkomsten uit beleggingen in obligaties of huuropbrengsten uit onroerend goed.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

48

Overeenkomsten en verschillen

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

49

Actieven/Inactieven & Vergrijzing

  • Een gevaar dat optreedt in het omslagstelsel is dat van vergrijzing.

  • Als er in een land vergrijzing optreedt, stijgt het aantal ouderen in verhouding tot het aantal jongeren.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

50

Actieven/Inactieven & Vergrijzing

  • In het omslagstelsel leidt dit ertoe dat een in verhouding kleiner aantal werkenden moet betalen voor de pensioenen van een in verhouding grotere hoeveelheid gepensioneerden.

  • Een oplossing hiervoor is het verhogen van de pensioenleeftijd. Als mensen langer doorwerken betalen zij langer hun pensioenpremie en krijgen zij pas later hun pensioen uitgekeerd

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

51

Situatie 1

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

52

In situatie 1 zijn er vijf werkenden van jonger dan 65 jaar en twee gepensioneerden van ouder dan 65 jaar. De vijf werkenden betalen in het omslagstelsel dan het pensioen van de twee gepensioneerden.

Situatie 2

In situatie 2 zie je het effect van het verhogen van de pensioenleeftijd van 65 jaar naar 67 jaar. Bij een pensioenleeftijd van 65 jaar betalen vijf werkenden voor het pensioen van twee gepensioneerden. Als de pensioenleeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar betalen zes werkenden voor het pensioen van een gepensioneerde. Het premiebedrag dat dan per werkende hoeft te worden betaald daalt dan. Er is een groter aantal werkenden om te betalen voor de pensioenen van een kleinere groep gepensioneerden. Het nadeel voor deze werkenden is dan wel dat zij langer door moeten werken.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

53

Vergrijzing …

Bij het kapitaaldekkingsstelsel is er geen last van vergrijzing. Iedere werkende betaalt voor zijn of haar eigen pensioen en de verhouding tussen het aantal ouderen en het aantal jongeren is hierbij dus niet belangrijk.

Langer doorwerken en later met pensioen gaan in het kapitaaldekkingsstelsel heeft wel als voordeel dat er over een langere periode pensioen wordt opgebouwd en dat er minder lang pensioen hoeft worden uitgekeerd.

Als iemand besluit om met pensioen te gaan op 67-jarige leeftijd in plaats van 65-jarige leeftijd leidt dit ertoe dat er twee jaar extra pensioenpremie wordt betaald, waardoor het pensioenbedrag dat wordt uitgekeerd hoger zal uitvallen.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

54

H8: Ruilen tussen generaties


  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

55

Leerdoelen

  • Overdracht tussen generaties

  • Profijtbeginsel

  • Invloed van veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking op de financiering van d oudedagsvoorziening

  • Voordelen en nadelen van mogelijke oplossingen van de toenemende kosten van vergrijzing

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

56


  • Intertemporele ruil

  • Solidariteit tussen generaties. De oudere generatie zorgt voor de kinderen en de grootouderen. Als de kinderen ouders worden zorgen zij op hun beurt voor de grootouders.


  • Sociale zekerheid  Zorgstaat

  • De overheid bemoeit zich met inkomensverdeling, arbeidsomstandigheden, gezondheidszorg en onderwijs.

  • Solidariteit is vastgelegd in wetten.

  • De overheid kan dit bekostigen door het heffen van premies en belastingen en geeft dit uit in de vorm van uitkeringen en subsidies.

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

57


Netto ontvangers

  • jongeren ontvangen zorg en onderwijs zonder ervoor te hoeven betalen.

  • Ouderen ontvangen zorg en uitkeringen

  • Deze groep heeft positief netto-profijt van de overheid

Netto betalers

  • Ouders/ werkenden die belastingen en sociale premies betalen

  • Deze groep heeft negatief netto-profijt van de overheid

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

58

Bronnen

  • Cumulus.nl

  • LWEO.nl

  • Economielokaal.nl

  • Buec 2025-2026 LWEO: Jong & Oud 6de druk

59